Lieg, want dan ben je geloofwaardig

Met veel plezier heb ik de reacties gelezen van journalisten in het algemeen, en van Rob Wijnberg in het bijzonder, op het boek Het zijn net mensen van Joris Luyendijk. Het lijkt alsof de kritische journalisten van dit land zelf erg slecht tegen kritiek kunnen. De strekking van het verhaal van Luyendijk lijkt mij dat journalisten eerlijker kunnen zijn over hun bronnen, en de mogelijke gekleurdheid daarvan, maar ons wordt als lezersvolk voorgehouden dat we maar moeten vertrouwen op de goede intenties van de journalist. Gelukkig heeft Rob Wijnberg deze voor ons, met behulp van het perspectief van Nietzsche, inzichtelijk gemaakt: het gaat hier om een machtsspel (nrc.next, 14 mei). En in dit spel staat het de journalist kennelijk vrij om van leugens en bluf gebruik te maken om zijn punt te scoren. Het mooiste is: zo wil hij geloofwaardig blijven. Zie ik dit nog in het juiste perspectief?