‘Kruidenierskabinet’ heeft moeite successen uit te venten

Deze week legt het kabinet in het parlement verantwoording af over het afgelopen jaar. Hoe staat Balkenende IV er in de publieke opinie voor?

Onzichtbaar én bemoeizuchtig. Soft én reactionair. Te links én te rechts.

De verwijten die klinken aan het adres van kabinet Balkenende-IV zijn zo divers dat ze elkaar tegen lijken te spreken. Duidelijk is dat het kabinet impopulair is: slechts dertien procent van de Nederlanders is tevreden over het beleid, volgens een recent onderzoek van de universiteit Twente. Sinds 1971 was dat percentage niet zo laag.

Pijnlijk is dat juist dit kabinet „een antwoord op een signaal vanuit de bevolking” moest vormen, aldus premier Balkenende eind vorig jaar in een interview met deze krant. Dat signaal luidde ongeveer als volgt: Nederland was toe aan een samenbindende regering, met behalve voor geld en economie ook oog voor niet-materiële zaken. En de burger wilde zich gehoord en serieus genomen voelen.

Zo geschiedde. Een beginselverklaring met de titel ‘Samen werken, samen leven’; een honderd-dagen-tour voordat een concreter beleidsprogramma geformuleerd werd; bewindslieden die voortdurend besluiten toelichten in de media; wijkbezoeken, weblogs, Hyves-pagina’s. Nog nooit kwam de regering zo dicht bij de burger, en toch spreekt ze nog steeds niet zijn taal, zoals Tweede Kamerleden Jan Marijnissen, Geert Wilders en Rita Verdonk dat wel kunnen. De successen die geboekt worden – meer geld voor leraren, 80.000 nieuwe woningen – vallen minder op dan tegenvallers als de hoge kosten van de kinderopvang.

Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit, concludeerde al in juni vorig jaar dat het kabinet tijdens de honderd dagen niet meer dan een „vrijblijvend gesprek” met de burger was aangegaan, en geen antwoorden bood op de grote moderne vraagstukken van globalisering en individualisme.

„Dit is een kruidenierskabinet”, zegt Engbersen nu. „Men past op de winkel, men let op de centen, en raakt in paniek als een maatregel duurder uit blijkt te vallen. Het is allemaal erg technocratisch en weinig inspirerend.”

„Iedereen is ijverig en gehoorzaam”, zegt bestuurskundige Roel in ’t Veld over de bewindslieden. „Er wordt hard gewerkt, en toch wekt het de indruk van ‘klein grut’.” Hoe komt dat? In ’t Veld noemt de complexiteit van het regeerakkoord een cruciale „weeffout”. „Als je met een grote groep mensen in korte tijd iets wilt doen, moet je het niet te ingewikkeld maken. Samen leven, samen werken bevat zóveel programma’s en projecten, dat valt bijna niet te managen. Ministers hebben zelf vaak moeite om uit te leggen wat hun taak is.”

Socioloog Engbersen: „Drie posten zijn speciaal gecreëerd om dit kabinet ideologische kleur te geven: Milieu, Wonen, Wijken en Integratie en Jeugd en Gezin. En juist die posten komen niet uit de verf. Minister Vogelaar dreigt te verdwalen in haar prachtwijken omdat ze te weinig rugdekking krijgt vanuit sleuteldepartmenten als Financiën en Sociale Zaken.” Daartegenover staan „deskundige” ministers als Hirsch Ballin (Justitie) en Donner (Sociale Zaken) en „originelen” als Plasterk (OCW) en Eurlings (Verkeer en Waterstaat, aldus Engbersen. De personele samenstelling ziet hij niet als grootste probleem. „Het vorige kabinet blonk ook niet uit in charismatische persoonlijkheden, maar was wel populair.”

Met de leader of the pack, Jan Peter Balkenende, gaat het volgens Engbersen de goeie kant op: de CDA-voorman „wint aan invloed” en wordt „steeds meer een politiek leider”. Balkenende mag dan het gezicht zijn van een verstandshuwelijk waarin bepaalde dossiers met opzet onbesproken zijn gelaten, de premier oogt optimistisch en ongebroken. Vergeleken bij de stormen die hij eerder in zijn loopbaan doorstond (de woeste ruzies tussen LPF-bewindslieden, de controverse rond het huwelijk van Mabel Wisse Smit met prins Johan Friso, het omstreden besluit tot Nederlandse steun aan de oorlog in Irak, de Schipholbrand), lijken de recente relletjes rond Ella Vogelaar onbeduidend.

Balkenendes handelsmerk, de leuze waar hij zijn naam aan heeft verbonden, zijn de „normen en waarden”. Heeft het debat daarover dat hij in 2002 entameerde effect gehad? In een tv-interview met presentator Andries Knevel zei hij onlangs zeker te weten van wel. „Eind jaren negentig hadden we het in de politiek over werk-werk-werk, over de economische ontwikkeling, maar de vraag: hoe gaan we met elkaar om, in wat voor type samenleving wil je wonen, die werd niet gesteld.”

Inmiddels praten de Nederlanders volgens de premier „meer over fatsoen, over respect, over waarden en normen”. Hij ontweek Knevels vraag of dat ook tastbare resultaten had opgeleverd. „Ik heb vanaf het begin gezegd: dat is niet alleen een discussie van mij, of van het kabinet, of van Den Haag - dat is een zaak van ons allen.”

Met andere woorden: de burger moet het zelf doen. Engbersen: „Van de burger wordt enerzijds meer eigen verantwoordelijkheid verwacht, en anderszijds meer gemeenschapszin. Maar welk maatschappijbeeld schuilt daarachter? Hoe denkt het kabinet dat Nederlanders anno 2008 leven? De enige die dit concreet invult, is minister Rouvoet van Jeugd en Gezin. Maar die geeft vanuit zijn ChristenUnie-achtergrond een gedateerde voorstelling van zaken, met het traditionele gezin als hoeksteen. Ook achter de wijkenaanpak zit een ouderwets idee, van de buurt als sociaal vangnet. Voor veel mensen geldt dat al lang niet meer. Globalisering is deel van het dagelijks leven geworden.”

Wil een kabinet gezaghebbend zijn, dan moet het een visie hebben, lijkt de conclusie, een duidelijk toekomstbeeld. Engbersen ziet het wat dat betreft somber in. „Om te overleven moet dit kabinet nú een vlucht naar voren maken en een paar grote onderwerpen op de kaart zetten. Ze zullen met de huidige peilingen toch wel panieken daar.” In ’t Veld ziet maar één oplossing: vereenvoudigen. „De helft van al die beleidspunten schrappen, zeggen: vrienden, daar komen we niet aan toe. Naar de mensen luisteren en lokale kennis opdoen kan nuttig zijn, maar het betekent nog niet dat je het iedereen naar de zin hoeft te maken.”

Meer over het beleid per ministerie op nrc.nl/verantwoordingsdag