‘Het is een strijd tussen de armen onderling’

Honderden Zimbabweanen schuilen in de Central Methodist Church in Johannesburg voor geweld. ‘Daar zijn we Zimbabwe juist voor ontvlucht.’

Een menigte gewapend met bijlen, knuppels en machetes in een buitenwijk van Johannesburg. Bij aanvallen op immigranten zijn zeker 24 doden gevallen. Foto AFP A crowd, armed with clubs, machetes and axes goes on a rampage on May 20, 2008 during violent xenophobic clashes at the Reiger park informal settlement on the outskirt of Johannesburg. Nearly 300 people have been arrested following an outbreak of xenophobic violence in South Africa's economic capital Johannesburg that has so far claimed 22 lives, police said on May 20. AFP PHOTO/GIANLUIGI GUERCIA AFP

Ephraim Dube is bang. De 30-jarige Zimbabweaan staat tussen honderden landgenoten die net als hij zondagavond een veilig heenkomen hebben gezocht in de Central Methodist Church, in het centrum van Johannesburg. Bijna tweeduizend Zimbabweanen herbergt de kerk nu, op de vlucht voor boze, zwarte Zuid-Afrikanen.

„Zulu’s hebben zondagavond al twee keer geprobeerd de kerk binnen te komen, maar dat is ze niet gelukt”, vertelt Dube. „We hebben ons toen nog kunnen verdedigen met stokken en stenen, maar we weten zeker dat ze een grote aanval aan het voorbereiden zijn. Ze kunnen ieder moment komen.”

De angstige sfeer in de kerk wordt versterkt door het gebrek aan ruimte, eten en drinkwater. De broden en de eieren die in een grote donkere ruimte halverwege de trap op gasbrandertjes worden opgebakken, zijn alleen tegen grof geld verkrijgbaar. Dube: „En geld hebben we niet meer.”

De Central Methodist Church bood al langer onderdak aan Zimbabweanen die vluchten voor het regime van president Robert Mugabe. Nu moeten de Zimbabweanen zich ook verschuilen voor de Zuid-Afrikanen. „In Zimbabwe hebben we al te veel meegemaakt”, zegt IT-specialist John Dumba (24) die sinds maart in de kerk leeft. „We zijn daar voor hetzelfde geweld gevlucht dat we nu hier tegenkomen.”

De geweldseruptie weerspiegelt de woede van de miljoenen zwarte Zuid-Afrikanen die veertien jaar na het einde van de apartheid niet profiteren van de economische groei. Zij ondervinden juist de gevolgen van de tekorten aan elektriciteit, van de afnemende waarde van de Rand, van de aids-epidemie waar de regering schijnbaar machteloos tegenover staat.

De frustratie richt zich tegen de naar schatting 5 miljoen immigranten in Zuid-Afrika, waar in totaal bijna 50 miljoen mensen wonen. Van de immigranten komen er naar schatting 3 miljoen uit Zimbabwe. De ellende komt vooral door hen, is de teneur. Zij zijn het die onze banen innemen. Zij zijn het die onze huizen bezetten.

Het geweld leek zich afgelopen weekend te beperken tot de buitenwijken van Johannesburg zoals Alexandra – waar het geweld begon –, Diepkloof en Diepsloot. Nu is echter ook het centrum van Johannesburg een no-go area geworden voor ‘de buitenlanders’ zoals ze door sommige Zuid-Afrikaanse kranten worden genoemd.

Bisschop Paul Verryn ontfermt zich al twintig jaar over vluchtelingen in de Central Methodist Church, de laatste vier jaar vooral Zimbabweanen. Verryn verwacht dat het geweld alleen maar zal toenemen. „Het is al lang geen xenofoob geweld meer. Er heerst een steeds grotere ontevredenheid doordat het gat tussen de haves en de have-nots groeit. Het is nu een strijd tussen de armen onderling en die wordt alleen maar gewelddadiger. Het laatste dat ik vernam, is dat Zulu’s aanvallen willen gaan uitvoeren op scholen met Zimbabweaanse vluchtelingen.”

Verryn stemt in met de oproep van Zuid-Afrikaanse mensenrechtenorganisaties om het leger te mobiliseren om het geweld een halt toe te roepen. De situatie dreigt onhoudbaar te worden, denkt hij, ook in zijn eigen kerk. „Tijdens de kerkdienst zondag kon je de enorme onrust van de mensen al voelen. Velen zijn doodsbang voor wat gaat komen. Er moet nu echt wat gebeuren.”

Herbert Nedi (28), medewerker van de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen, kwam de afgelopen maanden iedere avond in de kerk om de vluchtelingen bij te staan met eten, drinken en emotionele steun. Ook nu weer. Hij roept de menigte op tot kalmte: „De aanvallers buiten weten niet dat hier buitenlanders zitten, dus jullie hoeven niet bang te zijn. Het heeft geen zin om in paniek te raken. Bemoei je met je eigen zaken en wordt vooral niet emotioneel. Alles komt goed.” Erg veel helpt het niet. Wanneer beneden in de hal een metalen staaf op de grond valt, schieten de ogen weer alle kanten op.

Ook op straat overheerst de angst. Mensen kijken bij iedere toeter, schreeuw of harde klap schichtig om zich heen. In een stoffenwinkel aan Sauer Street, om de hoek van de Methodist Church, houden twee verkopers in de deuropening het publiek in de gaten. Iedereen die naar binnen wil, wordt argwanend opgenomen. Rajia Rashid (26), de Pakistaanse eigenaar: „Alle buitenlanders worden nu aangevallen. Niet alleen Zimbabweanen, maar ook Indiërs en Pakistanen.” Zijn broer, die een winkel heeft bij het taxistation aan Breestreet, waar de rellen dit weekend begonnen, heeft zijn deuren gisteren noodgedwongen gesloten.

Volgens Rashid zijn het voornamelijk Zulu’s die winkels in brand steken, mensen uit hun huis jagen en in elkaar slaan. Voor hem is het wel duidelijk wie erachter zit: „Jacob Zuma [ANC-leider, red.] hitst de Zulu’s op om de buitenlanders het land uit te jagen.”

Sibusiso Ndlanzi (25), een beveiliger die wordt ingehuurd door winkelcentra, staat op de hoek van Sauer Street met Jeppestreet. Ndlanzi, zelf een Zulu: „Iedereen legt de schuld bij de Zulu’s, maar de schuld moet bij de regering gelegd worden. Zij had er voor moeten zorgen dat er niet zoveel buitenlanders het land inkwamen. Zij moet ze nu terug sturen.”