‘Familiebedrijf moet weten dat het mij moet bellen’

De dure euro deert Buffett niet. Hij wil graag Europese familiebedrijven opkopen. „Wij zijn hier te onbekend. Bedrijven die willen verkopen moeten weten dat ze mij moeten bellen.”

De rijkste man van de wereld is op zoek naar Europese familiebedrijven. Zijn vereisten: minimaal 75 miljoen dollar winst per jaar, goede vooruitzichten voor de lange termijn, een sterk management dat wil aanblijven en een redelijke prijs.

Om die boodschap te verkondigen zat Warren Buffett, goed voor een persoonlijk vermogen van 62 miljard dollar, gisteren in een zaal van het vliegveldhotel Steigenberger in Frankfurt voor de verzamelde Europese financiële pers. „Het moet wel een bedrijf zijn dat ik kan begrijpen”, herhaalde hij nog maar eens de beleggingsfilosofie waar hij zo bekend om is geworden. Dus softwarebedrijven komen niet in aanmerking. „Daar ben ik niet slim genoeg voor.”

De 77-jarige Buffett is deze week op tournee door Duitsland, Zwitserland, Spanje en Italië. Niet dat hij even snel deals komt sluiten, maakt hij de journalisten duidelijk. „Als een van de bedrijven nu echt geïnteresseerd was, zaten we daar nu te praten en niet hier met jullie journalisten.”

En zo werkt het nu ook weer niet. „Ik ben hier om bedrijven duidelijk te maken dat wij er zijn en dat we geïnteresseerd zijn. Als ik ga aandringen op een overname krijg ik zeker nul op het rekest. Maar ik wil dat als een familie om wat voor reden dan ook een aanleiding heeft om het bedrijf te verkopen, ze mij als eerste bellen. Wij zijn nu te onbekend hier. Familiebedrijven hier moeten gaan beseffen dat net als in de VS wij de beste kandidaat zijn om hun bedrijf te kopen. Zo hoop ik elke dag weer dat de telefoon bij mij overgaat en men niet het verkeerde nummer heeft gedraaid.”

Buffett komt in beeld als er geen opvolger in de familie is, er een familieruzie is of de belastingen te hoog worden. Om maar wat te noemen. „Wat de families moeten begrijpen is dat wij bedrijven nooit verkopen. Als een bedrijf mij aantoont dat het al honderd jaar goed bezig is en een goede prijs vraagt, dan is mijn boodschap dat wij de volgende 100 jaar aandeelhouder willen zijn”, zei hij. „We willen ook dat managers blijven, we hebben niemand om de zaak te runnen.”

Zijn eigen bedrijf Berkshire Hathaway is een grote verzekeringsmaatschappij, moederbedrijf van 76 bedrijven en grootaandeelhouder in 18 gerenommeerde bedrijven. Onder de eigen bedrijven bevinden zich modebedrijf Fruit of the Loom, snoepproducenten, winkels, restaurants, energiebedrijven, makelaars, meubelfabrikanten, juwelenmakers en de verhuurder van zakenvliegtuigen Netjets. Berkshire Hathaway is bovendien grootaandeelhouder van onder meer Coca-Cola, mediaconcern The Washington Post, brouwer Anheuser-Busch, bank Wells Fargo en creditcardmaatschappij American Express. Enkele weken geleden hielp Buffett snoepproducent Mars om kauwgomproducent Wrigley te kopen door zelf een belang van 7 miljard dollar te nemen. De totale marktwaarde van Berkshire Hathaway ligt boven de 200 miljard dollar.

Bedrijven kopen en beleggen deed Buffett vijftig jaar lang alleen in de VS. Pas vorig jaar deed hij zijn eerste buitenlandse overname. Voor 4 miljard dollar kocht hij de Israëlische gereedschappenfabrikant Iscar. „Ik kreeg een brief van eigenaar Ethan Werttheimer of wij geïnteresseerd waren om het bedrijf te kopen. Ik had nog nooit van hem of van zijn bedrijf gehoord, maar was direct gefascineerd. Binnen vijf minuten heb ik hem een e-mail teruggestuurd. We hebben nooit hun fabrieken bezocht voor we het bedrijf kochten, we hebben geen boekenonderzoek gedaan. Dit was een bedrijf waarvan ik droomde, het enige wat ik wenste is dat ik ze al eerder had leren kennen.”

En dat is hoe het ook kan gaan met Europese bedrijven. „Wij sturen geen managementconsultant als McKinsey of zo langs om een bedrijf door te lichten. Ik heb geld van aandeelhouders gekregen om het goed te besteden, ik vertrouw dan niet op iemand anders om een beslissing te nemen. Ook bij de beslissing om 7,6 miljard in Wrigley te investeren, heb ik niemand om advies gevraagd.”

Hoe groter, hoe beter, benadrukt hij. „Ik beslis hierover bij Berkshire Hathaway. Ik kan in mijn eentje geen 20 deals per jaar doen”, zegt hij. „Ik kan er drie of vier per jaar aan, die moeten dan ook groot zijn. Dus we hebben wel een ondergrens, maar geen bovengrens.”

Dat is ook de reden dat hij kiest voor Europa, maar de opkomende markten, waar veel investeerders zich nu op richten, links laat liggen. „Er zijn te weinig bedrijven daar die voldoen aan het criterium van een winst van 75 miljoen dollar (50 miljoen euro). De meeste familiebedrijven hebben een marktwaarde die lager ligt dan 200 miljoen dollar. Dat kunnen heel goede bedrijven zijn, maar daarvoor hebben wij te veel geld te besteden. Voor veel kleine overnames heb ik de tijd en de mensen niet. Bij mij op kantoor werken 19 mensen. We vissen in de vijver waar de meeste vissen zitten.”

Is de dure euro geen bezwaar? „Sinds Bush aan de macht is gekomen is de euro duidelijk zwaar opgewaardeerd. Eigenlijk ben ik verbaasd hoe verzwakt de dollar is geraakt. Maar ik denk dat de dollar nog zwakker zal worden door het beleid dat in de VS ook voor de toekomst wordt voorgesteld. Natuurlijk zou ik ook liever hier investeren als de euro 0,90 dollar waard is in plaats van de ongeveer 1,55 nu. Als er een mooie investering voorbij komt, ga ik niet wachten tot de munteenheid wat lager staat.”

Macro-economische ontwikkelingen interesseren hem bij zijn investeringen niet. „Ik wil graag in Duitsland investeren, omdat er veel bedrijven zijn die aan onze criteria voldoen, niet omdat de Duitse economie zich op dit moment goed houdt. Ik kijk niet naar groei van het bruto binnenlands product of naar valutaontwikkelingen. Als we investeren, doen we dat voor altijd. De economische omstandigheden over 20 jaar kan ik toch niet goed inschatten.”

De kredietcrisis zal hem dan ook in zijn thuisland de VS niet weerhouden van investeringen, al is de man die in de VS bekendstaat als het ‘orakel van Omaha’ niet optimistisch dat het ergste achter de rug is. „Als er morgen iemand belt, kopen we overmorgen een Amerikaans bedrijf”, zegt hij.

Meer dan de helft van de laatste vergadering van de raad van commissarissen is besteed aan zijn opvolging, zegt Buffett. „Als mij vanavond iets overkomt, dan weten ze wie ze als mijn opvolger moeten kiezen.” Onder zijn opvolger kan het best zo zijn dat meer dan de helft van Berkshire Hathaway niet in een dollarland zit, zei hij gisteren. „Maar dan over 30 of 40 jaar. Juist omdat wij nooit bedrijven verkopen en onze Amerikaanse bedrijven blijven groeien. We moeten dus veel buitenlandse bedrijven aankopen voordat de helft van onze winst van buiten de VS komt.”