Familie Six en het Rijk sluiten deal

De Six-collectie wordt toegankelijker en het portret van Jan Six I wordt om het jaar in het Rijks getoond. In ruil krijgt de familie meer financiële steun voor het onderhoud.

In het Sixhuis aan de Amstel werd gisteren een nieuwe overeenkomst getekend tussen de Six Stichting, beheerder van de belangrijkste particuliere kunsthistorische collectie in Nederland, en het ministerie van OCW, dat de instandhouding van huis, archief en collectie sinds de jaren vijftig financieel steunt. Jarenlang onderhandelde de familie Six over een betere financiële regeling voor collectie en huis, todat minister Plasterk aantrad. „Plasterk en zijn vrouw kwamen langs met een grote bos bloemen,’’ vertelt Jonkheer Six van Hillegom de tiende, „Hij zei: dit moet nu eindelijk echt geregeld worden.”

Toch vergde het nog ruim een jaar onderhandelen voordat er overeenstemming kwam. De voormalig Mauritshuis-directeur Frits Duparc trad daarbij op als afgevaardigde van de minister. Hij is een goede bekende van de familie die hem als enige toestond Rembrandts portret van Jan Six de eerste te exposeren bij zijn afscheidstentoonstelling vorig jaar.

Resultaat is een verhoging van de subsidie van een ton naar vier ton per jaar door het Rijk. Deze ondersteuning is civielrechtelijk vastgelegd en valt niet onder de vierjaarlijkse kunstenplannen. Het Sixhuis aan de Amstel, dat eigendom was van de staat en niet naar tevredenheid van de familie werd beheerd door de Rijksgebouwendienst, wordt overgedragen aan de Stichting Amstel 218. De Six Stichting leent de collectie permanent uit aan deze nieuwe stichting, waarvan Jan Six de enige bestuurder is en waarin de staat geen zitting heeft. De Raad van Toezicht zal bestaan uit de directeur van het Rijksmuseum, de zakelijk directeur van het Mauritshuis en een lid van de familie Six.

Om de stagnerende renovatie van het Sixhuis af te maken stelt het ministerie van VROM 650.000 euro beschikbaar. Het ministerie van OCW fourneert naast de structurele jaarlijkse steun nu eenmalig 2,1 miljoen euro om de door het conflict opgelopen schulden van de Six Stichting te vereffenen en om extra veiligheidsvoorzieningen in het pand aan te brengen.

Daar staat tegenover dat de topstukken uit de Six-collectie toegankelijker moeten worden. In het Sixhuis kunnen jaarlijks zo’n 4000 bezoekers op afspraak ontvangen worden, wat neerkomt op zo’n 25 mensen die op werkdagen door het woonhuis van de familie lopen. Vastgelegd is nu dat de parel in de collectie, Rembrandts portret van Jan Six, eenmaal per twee jaar enkele maanden wordt getoond in het Rijksmuseum, waar veel meer mensen het kunnen bekijken. Het andere jaar worden enkele topstukken uitgeleend aan een ander Nederlands museum.

Bij de ondertekening van het lijvige contract wees de minister erop dat „de familie Six de boel had kunnen verkopen en op de Bahama’s gaan zitten”, waarmee hij de onbezoldigde beheerstaak van Jan Six en zijn gezin prees. Maar hij voegde er meteen aan toe: „Een privécollectie kan niet te veel de zorg van het Rijk zijn.’’ Dat is precies waardoor de zaak zo lang heeft gesleept. Six van Hillegom: „Voor het grote publiek is het een raar verhaal: een ogenschijnlijk rijke familie die huis en collectie onderhoudt met staatssteun.” In werkelijkheid is het kunsthistorisch meest waardevolle deel van de collectie ondergebracht in een stichting en al lang geen eigendom meer van de familie. Het kan dus niet verzilverd worden, ook al niet omdat onder meer de twee Rembrandts, de Hals, een Saenredam en een Potter op de lijst van de Wet Behoud Cultuurbezit (WBC) vallen en niet in buitenlands bezit over mogen gaan. „Vijftien procent van wat er op die WBC-lijst staat, hangt hier in huis,” zei Jan Six gisteravond in het nu nog ontruimde huis, waar zojuist de plafonds in het monumentale trappenhuis waren gestuct.

Naar verwachting opent de Six Collectie in januari 2009 zijn deuren weer, na vier jaar gesloten te zijn geweest. Dan kunnen bezoekers op afspraak in de authentieke stijlkamers Rembrandts portret van Anna Wijmer weer zien, het 17de eeuwse glas- en zilverwerk, de bibliotheek en het familiearchief. En natuurlijk dat melancholische portret dat Rembrandt schilderde van zijn vriend en mecenas, stamvader Jan Six de eerste.