Drukke jongetjes, of zijn ze ziek?

Minister Donner wil de wildgroei aan uitkeringen voor jonge gehandicapten beperken.

Die groei komt vooral door een toename van ADHD’ers.

Op zijn dorpsschool in Groot Ammers zitten tien kinderen die naar een psychiater gaan. Tien. Van de 120. „Zorgwekkend veel”, vindt schooldirecteur Ruud van Rijn. Drie hebben er een officiële ‘indicatie’ voor ADHD of autisme, waardoor ze recht hebben op een plek op een speciale school. „Maar we houden ze binnenboord omdat ze anders elke dag het dorp uit moeten. Met de bus naar een speciale school.” Daarnaast slikken twee leerlingen het rustgevende medicijn Ritalin, zonder psychiatrische diagnose. Van Rijn: „Er zat hier tot voor kort een huisarts die het gewoon voorschreef.”

Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) kondigde gisteren aan dat hij de wildgroei in het aantal zogenoemde Wajong-uitkeringen gaat beteugelen. Dat zijn uitkeringen voor arbeidsongeschikte jongeren. Die groep is de afgelopen jaren explosief gegroeid, tot 167.000 jongeren. De groei komt vooral door een toename van jongeren met een ontwikkelingsstoornis. Van de nieuwe wajongers heeft 15 procent zo’n stoornis: autisme, PDD-NOS of ADHD.

ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) is in tien jaar tijd een heuse volksziekte geworden. Vijf tot tien procent van alle kinderen krijgt anno 2008 die diagnose. Op depressie na is het de meest voorkomende psychiatrische stoornis. Kinderen die aan ADHD lijden zijn druk en impulsief: ze kunnen niet stilzitten en niet op hun beurt wachten.

Ruim de helft van de jongens met ADHD heeft tevens een gedragsstoornis. Zij kunnen zich niet aanpassen aan de regels van de omgeving. Ze zijn agressief of kwetsen andere kinderen. Hun toekomst ziet er veelal somber uit. Bijna alle jongens die een straf uitzitten in een justitiële jeugdinrichting hebben een gedragsstoornis. Een groot deel heeft óók ADHD.

Ruud van Rijn weet precies wanneer de hausse aan diagnoses van ADHD in het basisonderwijs op gang kwam: vijf jaar geleden. Toen werd het ‘rugzakje’ ingevoerd. Ouders of leraren die zich zorgen maakten over een kind konden vanaf dat moment een officiële ‘indicatie’ aanvragen voor een kind en zo geld krijgen voor extra begeleiding van dat kind in de klas. Van Rijn: „Het is een regeling zonder limiet, waardoor hij heel duur wordt.” De groei van het aantal ADHD’ers komt volgens Van Rijn vooral omdat leraren de stoornis eerder signaleren dan vroeger en ouders mondiger zijn. „Ouders vragen gewoon zelf een onderzoek aan naar hun kind. Vroeger legde men zich neer bij wat de leraar zei.”

Wijst het groeiende aantal ADHD’ers op overdiagnosticering? Dat gevaar bestaat wel, zegt kinderpsychiater en hoogleraar forensische psychiatrie aan de Radboud Universiteit Andries Korebrits. „Soms denken ouders aan ADHD terwijl het kind extra druk is, door iets anders, iets tijdelijks. Bijvoorbeeld door de gevolgen van een echtscheiding of verhuizing.” De samenleving accepteert volgens Korebrits en Van Rijn ook minder afwijkend gedrag van kinderen dan vroeger. Of men wil er in elk geval een naam en mogelijke behandeling voor hebben. Korebrits: „Het dagelijks leven van twee werkende ouders is druk genoeg. Er is weinig reserve voor afwijkend gedrag.”

Maar er wordt ook gewoon beter naar kinderen gekeken dan vroeger, zegt Korebrits, waardoor ADHD vaker wordt gediagnosticeerd. „Ik spreek wel eens vaders van patiënten die zeggen: ik werd als kind in de klas altijd vastgebonden aan mijn stoel of apart gezet. Zij hadden – achteraf gezien – ook ADHD en hebben zich onbehandeld door het leven geworsteld. Meestal bereiken ze niet wat ze hadden kunnen bereiken.” Schooldirecteur Van Rijn ziet dat ook. „Ik spreek vaders die zeggen, ‘Ik had het vroeger ook. Ze waren gewoon heel streng tegen me.’”

Daarnaast komt volgens Korebrits ADHD ook feitelijk meer voor dan vroeger. Alleen al het feit dat meer dan de helft van de wereldbevolking sinds kort in een stad woont, is daar van invloed op. In de stad komt ADHD meer voor dan op het platteland. En boerenkinderen met ADHD, die hij als patiënt heeft gezien, lijden minder onder hun stoornis dan kinderen in de stad. „Ze rommelen de hele dag op de boerderij. Stadskinderen gaan hun grenzen op een andere manier verleggen. Want dat doen kinderen met ADHD extreem: grenzen opzoeken. Dat vindt de omgeving vervelend.” De moderne levensstijl vergroot ook de kans dat kinderen met aanleg voor ADHD het echt krijgen, zegt Korebrits. „De drukte, de hoeveelheid prikkels van computerspelletjes, televisie en ander lawaai neemt toe. Het gesjouw naar school, de naschoolse opvang, naar afspraken.” Zelfs in een dorp, zegt Van Rijn, spelen kinderen zelden nog de hele dag onbevangen thuis of op straat.

Bewezen is dat zwangere vrouwen die roken of te veel stress hebben een grotere kans hebben op een kind met ADHD. Korebrits zegt dat het begin er al kan zijn ver voor de bevruchting. De omgeving van mensen, zegt hij, heeft invloed op het mechanisme waarmee het DNA een gen aan of uit zet. En die imprinting, zoals dat heet, kan terugkomen in het nageslacht. „Wat jouw oma heeft meegemaakt, of jouw vader, wordt zo aan jou doorgegeven.” Dat kan liefde zijn, of agressie en mishandeling. Er zijn blijkbaar veel factoren die het ontstaan van ADHD kunnen beïnvloeden. Korebrits: „We weten alleen nog niet precíes wat ADHD veroorzaakt en waar het in de hersenen zit.”

Er is bovendien een grote groep kinderen bij wie ADHD níet tijdig wordt herkend, zegt Korebrits. Uit langlopend Europees onderzoek, de EADORO-studie, blijkt dat het gemiddeld bijna twee jaar duurt voordat de zorgen van leraren en ouders over het gedrag van een kind worden bevestigd door een diagnose van de kinderpsychiater. Vaak gaan er twee of drie tests overheen, wordt het kind verkeerd verwezen of stellen de ouders een bezoek aan de kinderpsychiater uit, uit angst of schaamte. Korebrits: „In de tussentijd is het kind afgezakt van het niveau van de gewone basisschool naar een speciale school en presteren ze lange tijd onder hun kunnen.”

Vooral meisjes. ADHD veroorzaakt bij meisjes meestal alleen een concentratiestoornis. Zij zitten te dromen in de klas maar zijn niet hyperactief of extreem impulsief. „De juf heeft meestal geen last van de ADHD-meisjes”, zegt Korebrits. „Waardoor ze niet opvallen. De jongens met ADHD wel; die gaan op de tafels dansen.” Volgens Korebrits is juist het ziektebeeld waar de ADHD-meisjes aan lijden – de concentratiestoornis – goed te behandelen. Ze krijgen Ritalin , net als de jongens. Als het aanslaat, worden jongens er rustiger van en meisjes geconcentreerder. „Bij meisjes is het vaak heel effectief. Na korte tijd presteren ze weer op hun echte niveau”.

Discussieer over het plan van Donner op nrcnext.nl/discussie