‘Door sport leer je obstakels overwinnen’

Nawal El Moutawakel won olympisch goud in 1984 en zet zich sindsdien in voor vrouwenemancipatie. „Dat is als hordenlopen, je moet goed plannen.”

„Oh, daar is onze Nederlandse gast. Mag ik u mijn oprechte spijt betuigen?” Nawal El Moutawakel zorgt voor verwarring bij onze ontmoeting in het trendy restaurant Mystic garden in Casablanca. Doelt de ‘grande dame’ van de Marokkaanse sport op het feit dat zij het interview tot drie keer toe heeft uitgesteld wegens haar drukke programma? Of dat zij slechts 22 minuten van gedachten kan wisselen voor de volgende gesprekspartner zich aandient?

Nee. El Moutawakel vindt het „ontzettend naar” dat Marokkaanse jongens zich zo misdragen in Nederland. „Ik doe er alles aan om mijn land in een positief daglicht te stellen”, zegt de voormalig topsportster terwijl zij zich in een paars tenue door het restaurant beweegt, de mobiele telefoon binnen handbereik. „En als ik dan hoor hoe mijn landgenoten zich in uw land misdragen, raak ik vervuld van schaamte.”

Gracieus en welbespraakt – dat zijn de woorden die het eerst te binnen schieten bij een ontmoeting met de vrouw die zich in Marokko onsterfelijk maakte toen zij in 1984 als eerste Arabische moslima goud won op de Olympische Spelen in Los Angeles. En die als minister van Sport én als invloedrijk IOC-lid (El Moutawakel was voorzitter van de evaluatiecommissie voor de Spelen van 2012) als een van de machtigste vrouwen in de internationale sportwereld geldt. „Sport kan mensenlevens veranderen”, zegt zij op de dag dat ruim 25.000 vrouwen ‘haar’ Course Féminine – een van de grootste hardloopwedstrijden voor vrouwen ter wereld – liepen in Casablanca. „En ja, daar ben ik het levende bewijs van.”

El Moutawakel wordt op 15 april 1962 geboren in een progressief middenstandsgezin met zes kinderen in Casablanca. Anders dan veel van haar leeftijdsgenoten wordt ze door haar moeder (een volleybalster) en haar vader (een judoka) aangemoedigd om als meisje te gaan sporten. Als zij haar vader vraagt of zij het in zich heeft kampioen te worden, antwoordt hij dat ze misschien klein van stuk is, maar dat ‘de mooiste cadeaus in kleine verpakkingen komen’ – een uitspraak waaraan zij veel kracht ontleent als op achtjarige leeftijd haar been wordt verbrijzeld bij een bergtocht. „Het leven is geen rode loper”, stelt zij tijdens het galadiner ter gelegenheid van de tiende editie van de Course Féminine. „Maar door middel van sport doen mensen zelfvertrouwen op en leren ze obstakels overwinnen.”

Als blijkt dat zij op haar favoriete onderdeel – de 400 meter horden – met kop en schouders boven haar concurrenten uitsteekt, neemt haar vader zich voor iedere cent die hij verdient in haar sportieve ontwikkeling te steken. Met resultaat: de lokale sportfederatie biedt El Moutawakel een sponsorcontract aan en koning Hassan II – met wie ze later bevriend raakt – noemt de getalenteerde atlete zelfs in zijn jaarlijkse troonrede.

Op voorspraak van de Nigeriaanse renner Sunday Uti ontvangt El Moutawakel in 1983 een beurs van de Iowa State University. Als haar vader een week na haar vertrek overlijdt bij een auto-ongeluk, wordt haar oudere broer naar de Verenigde Staten gestuurd om het slechte nieuws over te brengen. Dat lukt hem pas na twee weken op de weg terug naar het vliegveld. Dan overhandigt hij zijn zus een foto van hun vader met een boodschap op de achterzijde: ‘Dit is de laatste foto van jou met je vader.’

„In de maanden daarna liep ik op woede”, zegt de Marokkaanse terugkijkend. „Ik kon maar niet begrijpen waarom mijn vader mij was ontnomen. Maar één ding wist ik zeker: ik zou de rit in Amerika uitzitten. Een vurige wens van mijn vader was dat ik mijn talent zou benutten en een universiteitsdiploma zou halen.”

Haar woede wordt haar sportieve motor. Als eerstejaars in Iowa breekt El Moutawakel vijftien universiteitsrecords en vestigt zij het ene na het andere persoonlijke record. Dat zij in het jaar erna als eerste Marokkaanse een gouden medaille bij de Mediterranean Games wint, heeft zij naar eigen zeggen vooral aan haar toenmalige emotionele gesteldheid te danken. „Die overwinning verschafte een klein voorproefje van de vreugde die na mijn olympische titel in Los Angeles zou losbarsten in Marokko”, vertelt El Moutawakel. „Van de ene op de andere dag was ik een held. Vlak voor de Spelen nodigde de koning de olympische ploeg uit voor een bezoek aan zijn paleis. Hij voorspelde dat ten minste een van de genodigden een gouden medaille zou winnen – ‘en misschien wel deze vrouw’, op mij wijzend. Die opmerking gaf mij tijdens mijn optreden in Los Angeles magische krachten.”

Bijna een kwarteeuw na haar olympische titel heeft El Moutawakel nog altijd heimwee naar de topsport. Dat zij haar atletiekcarrière op 24-jarige leeftijd moest beëindigen wegens een knieblessure noemt zij een forse tegenvaller – maar niet meer dan dat. „Natuurlijk was het jammer dat ik bij de Olympische Spelen van 1988 in Seoul mijn titel niet kon verdedigen. Maar ik heb nooit spijt gehad van mijn beslissing, want er lagen andere belangrijke zaken te wachten. Door de fakkel aan een nieuwe generatie over te dragen, heb ik misschien wel meer voor de sport in mijn land kunnen betekenen dan als ik als atleet was doorgegaan.”

In de jaren na haar afscheid gaat het snel met de carrière van ‘de zwarte gazelle’, zoals El Moutawakel na ‘Los Angeles’ in Marokko wordt genoemd. Niet alleen mag zij zichzelf een van de eerste vrouwelijke bestuursleden van de International Amateur Athletic Foundation (IAAF) noemen, ook wordt zij in 1998 gekozen tot bestuurslid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). In die hoedanigheid leverde zij de afgelopen jaren een zwaar gevecht voor meer Afrikaanse invloed en meer kansen voor moslimvrouwen in de sport.

Het was El Moutawakel die er voor zorgde dat vrouwen als bezoekers én deelnemers werden toegelaten tot de Grand Prix atletiek in Qatar. En als minister van jeugd en sport ijvert ze voor een toename van het aantal vrouwelijke voorzitters bij de 44 Marokkaanse sportfederaties (nu nog twee). Dat dat soort initiatieven niet wordt weggehoond heeft veel te maken met het progressieve politieke klimaat in Marokko, legt El Moutawakel uit. „Onze jonge koning (Mohammed VI, red.) is een groot voorstander van vrouwenemancipatie. Hij stelde onder meer een verbod in op polygamie en bepaalde dat jonge vrouwen mogen trouwen met wie ze willen.”

Over haar eigen wapenfeiten spreekt de Marokkaanse met grote bescheidenheid. Haar ogen beginnen pas te stralen als haar geesteskind, de Course Féminine, ter sprake komt. „Want wat is er mooier dan 25.000 vrouwen door de straten van Casablanca te zien rennen als uiting van zelfexpressie? Vrouwen van uiteenlopende leeftijd, met verschillende sociale achtergronden, dik, dun, noem maar op. Vrouwen ook, die allemaal dezelfde boodschap uitdragen: wij bestaan. Wij willen genieten van het leven. Wij hebben het recht om te stemmen. Daar kan toch geen olympische titel tegenop?”

Natuurlijk is er nog veel werk te verzetten, zegt El Moutawakel. Want hoewel vrouwen hebben bewezen dat ze intelligent, getalenteerd en eerlijk zijn, krijgen zij in veel landen beperkingen opgelegd. „We zullen de weg der geleidelijkheid moeten volgen. Bij vrouwenemancipatie is het niet anders dan bij hordenlopen: je kunt alleen winnen als je je race goed opbouwt en bij iedere stap even inhoudt. Atleten die te snel de eindstreep willen halen, struikelen over hun eigen benen.”