De alom gevreesde Haagse aanhang

Weinig mensen wisten tot nu toe dat de nog vrij prille burgemeester van Den Haag een enthousiaste voetbalsupporter is. En dat hij bovendien een kenner is, met oog voor het spel en wijsheid wat het geschatte verloop van de competitie betreft. Maar sinds een grote foto van een blije burgemeester Jozias van Aartsen bij het promotiefeest van ADO Den Haag, gisteren op de voorpagina van AD Haagsche Courant, weten we wat meer over zijn stille liefde voor het voetbalspel in het algemeen en ADO Den Haag in het bijzonder. Die liefde gaat zelfs zover, was op die foto te zien, dat de anders wat vormelijke Van Aartsen uitgelaten lacht, terwijl zijn donkere blazer door een zeker zo uitgelaten speler besprenkeld wordt met champagne. Het was een groot en langdurig feest, ook voor de politie, die in de nacht van zondag op maandag een paar ADO-aanhangers moest aanhouden.

Verderop in die krant mochten bekende Hagenaars na de van RKC Waalwijk gewonnen promotiewedstrijd een reactie geven. Van Aartsen: „Het is fantastisch voor ADO en heel mooi voor de stad. Voor mij komt deze promotie niet als een verrassing. Zes weken geleden, toen ik net burgemeester werd en ADO zag spelen, heb ik al gezegd: deze club gelooft in zichzelf, een promotie zit erin. Het wordt natuurlijk niet gemakkelijk, maar de club is sterk genoeg om in de eredivisie te overleven.” Tja, een burgemeester moet bij zo’n gebeurtenis natuurlijk een vriendelijke tekst paraat hebben, zeker als het gaat om een club met een nieuw stadion à 34 miljoen euro, waarvoor het geld voorlopig door de gemeente op tafel is gelegd. Hoe voorlopig dat is moet nog blijken, maar ADO Den Haag is nagenoeg failliet en heeft nog geen regeling kunnen treffen met de schuldeisers. Wat betekent dat er, ook al blijven sponsors helpen, waarschijnlijk weinig geld zal zijn om voor het komende seizoen in de eredivisie nieuwe spelers aan te trekken, al weet iedereen dat zoiets nodig zou zijn om daarin met kans op succes te spelen. Wat weer betekent dat Van Aartsens tekst vermoedelijk iets te vriendelijk uitgevallen is. Wat dat betreft was de reactie van schrijver Tomas Ross realistischer, en dus ook somberder. Ross: „Ik heb een dubbel gevoel bij de promotie. Deze stad verdient het om een club in de hoogste divisie te hebben. Aan de andere kant moet er bij ADO Den Haag snel iets gebeuren: het gajes moet verdwijnen, ook in de top. Gebeurt dat niet, dan voorspel ik een zenuwenjaar, omdat we over een jaartje ergens onderaan bungelen.” Voor een goed begrip: de Haagse club met zijn alom gevreesde aanhang degradeerde vorige zomer uit de eredivisie en eindigde deze zomer een klasse lager als zesde, maar mocht op het nippertje meedoen aan de nacompetitie.

Nog een citaat, nu van de Haagse hoofdredacteur, die de club feliciteert maar zich afvraagt aan wie hij die gelukwens moet richten. De hoofdredacteur, die vroeger van de sportredactie was: „Aan de trainer die met zijn elftal nooit een vaste speelstijl heeft kunnen ontwikkelen? (...) Aan de drie directeuren die deze voetbaljaargang actief zijn geweest? (...) Aan de bloedfanatieke supporters die dit seizoen andermaal niet hebben gedaan wat ze vriendelijk is verzocht? Aan de gemeente die ADO steeds heeft gesteund en gemeenschapsgeld in de club is blijven steken?”

Kortom: ADO Den Haag is gepromoveerd, de residentie spreekt op het groene gras weer een woordje mee. En daarbuiten dankzij de harde kern van de supporters ook.

Maar voor directe blijdschap moet worden gewaarschuwd. ADO Den Haag en de burgemeester spreken elkaar over, zeg, een half jaar nader. Misschien wel over (meer) geld. Wanneer de club onderin de eredivisie is beland en zijn aanhang de leiding heeft in het landelijke klassement der razenden.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.

Reageren kan op nrc.nl/bik (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)