Blessures kosten voetbal 21 mln

Blessures kosten de bedrijfstak betaald voetbal jaarlijks 21 miljoen euro. Dat blijkt uit een gisteren uitgebracht onderzoek van het wetenschappelijk onderzoeksinstituut TNO naar blessures in het betaald voetbal in opdracht van voetbalbond KNVB. Profvoetballers raken het vaakst geblesseerd aan enkel, hamstring en knie.

Opvallend is dat het aantal blessures sterk verschilt per club. „Bij de ene club blijkt er een duidelijk groter risico te zijn op blessures dan bij de andere club”, licht bondsarts Han Inklaar van de KNVB toe.

De voetbalbond gaf opdracht voor het onderzoek, waar 28 betaaldvoetbalclubs vorig jaar aan meewerkten. Van de 1.039 voetballers die het hele jaar zijn gevolgd, raakten 537 spelers één of meer keren geblesseerd. In totaal kwamen 965 blessures voor.

In de helft van de gevallen raakte een speler geblesseerd tijdens de wedstrijd. Meestal gaat het om verstuikingen of verrekkingen. De gemiddelde duur van een blessure is 34 dagen. Inklaar: „Het risico op blessures bij wedstrijden is veel groter dan bij trainingen. Verder hebben we geconstateerd dat het doorspelen in december en de play-offs aan het einde van het seizoen geen verhoogd risico met zich meebrengt.”

De grote verschillen tussen de clubs vindt Inklaar een in het oog springende uitkomst. „Dat ligt zowel aan de preventieve kant als aan de revalidatiekant. Het begeleiden van een geblesseerde voetballer is erg belangrijk. Ik denk dat clubs hun voordeel kunnen doen met de uitkomsten.” (ANP)