Voor één dag maken vrouwen dienst uit

Sportende vrouwen zijn in de islamitische wereld geen vanzelfsprekendheid. Toch namen gisteren 25.000 vrouwen in Casablanca deel aan de Course Féminine, een hardloopwedstrijd over 10 kilometer.

Danielle Pinedo

Zo op het eerste gezicht is het vredig op Place Mohammed V in Casablanca. Een groepje vrouwen in gele T-shirts heeft zich midden op het plein verzameld. Wild zwaaiend met de armen, van tijd tot tijd door de knieën buigend. De nietsvermoedende voorbijganger zou kunnen denken dat het om een aerobicsklas gaat.

Maar dan begint het gezoem. Sommige voorbijgangers beschrijven het geluid als een zwerm bijen. Anderen als een oerknal. Een enkeling meent zelfs dat er een tsunami op komst is. In werkelijkheid gaat het om 25.000 hardloopsters die om de hoek van het plein al minutenlang tegen een cordon van politieagenten staan aan te drukken. Klaar om zich bij de kopgroep te voegen van de Course Féminine, lengte tien kilometer.

De loop, een van de grootste hardloopwedstrijden voor vrouwen ter wereld, is een initiatief van Nawal El Moutawakel, die als Marokkaanse atlete bij de Spelen van 1984 op de 400 meter horden als eerste moslima een gouden medaille in de wacht sleepte om het een kwart eeuw later tot minister van Jeugd en Sport te schoppen. Wat tien jaar geleden begon als een experiment met een handvol deelneemsters, is uitgegroeid tot een fenomeen dat wordt gesponsord door een vliegtuigmaatschappij, een kledingfabrikant, een telecombedrijf en een hotelketen. En dat bovendien als voorbeeld diende voor de Keniaanse vrouwenrace van de oud-wereldrecordhoudster marathon, Tegla Loroupe.

Sportende vrouwen zijn in de islamitische wereld geen vanzelfsprekendheid. In landen als Algerije en Libië worden atletes bedreigd als ze hun sport willen beoefenen. In Iran mogen vrouwen wel voetballen en judoën, maar alleen onder leiding van een vrouwelijke coach; de Koran verbiedt dat vrouwen en mannen samen sporten.

Niet de minste vrouwen doen mee aan de tiende editie van de Course Féminine. De organisatie van de race heeft onder meer de Ethiopische atletes Firehwot Dado (20) en Aboudo Gelan (18) weten te strikken voor de elitegroep. De Amerikaanse Joan Benoit Samuelson, die bij de Spelen van 1984 goud won op de eerste olympische marathon voor vrouwen, loopt mee met haar dochter. En Nederland wordt onder meer vertegenwoordigd door Vera Pauw. De bondscoach van het Nederlandse vrouwenvoetbalelftal loopt te midden van oude vrouwen in abawa (traditioneel Arabisch kledingstuk) en kinderen op slippers. Ze heeft nog nooit eerder in haar leven een race gelopen. „Maar ik heb de dag van mijn leven”, roept ze vanuit de kolkende menigte. „En het kan mij níéts schelen dat ik mij niet heb voorbereid.”

Ook het Internationaal Olympisch Comité (IOC) ziet de noodzaak in van initiatieven als de Course Féminine. Ruim dertig medewerkers van de niet-gouvernementele organisatie zijn naar Casablanca gevlogen om de run for fun zoals de bijnaam luidt, te lopen. „Vrouwen onderschatten vaak hun kracht”, vindt Ruth Beck, die verbonden is aan het Olympic Study Center in Lausanne. „Zowel in fysiek als mentaal opzicht. Als IOC vinden wij het belangrijk deelneemsters de boodschap mee te geven dat sport voor iedereen toegankelijk moet zijn. Ongeacht huidskleur en sekse. En als ik zo om mij heen kijk, denk ik dat die boodschap goed is overgekomen: voor één dag maken vrouwen de dienst uit in Casablanca.”

Sommige mannelijke inwoners van de stad moeten nog wennen aan al die progressiviteit. Een oude man in hatta krabt verbaasd achter zijn oor als hij een vrouw schreeuwend van vreugde over de finish ziet rennen. En het cordon politieagenten staart in stilte de losgebroken menigte achterna bij de start. „Ze hebben de kracht van een man”, concludeert een van hen zonder ook maar een spoor van ironie.