Vader Chen zoekt en vindt gezin

Vluchtelingen trekken naar het overdekte sportcomplex van Mianyang. Daar worden zij opgevangen door vrijwilligers. Wie geluk heeft, treft er zijn naasten.

Met een diepe zucht valt oma Chen Jianfang (79) achter in de jeep na een paar minuten in slaap. Zij zit onder het grijze stof en is, net als haar twee 14-jarige kleinzoons, verdoofd van vermoeidheid. Op de naschokken, die het voertuig doen schudden, reageren de drie niet meer. Haar dochter Fuqing, de 39-jarige moeder van de jongens, is na de tocht van vier dagen en drie doorwaakte nachten nog klaarwakker. Zij grijpt snel naar de aangereikte mobiele telefoon om haar man Chen op te bellen.

Sinds de aardschok, die volgens Chinese seismologen 8,0 op de schaal van Richter registreerde, heeft zij geen contact meer gehad met Chen, een migrantenwerker die de kost (120 dollar in de maand) verdient in een Samsung-fabriek in de oostkustprovincie Zheijan. Als zij eindelijk contact met hem heeft en hij in de buurt blijkt te zijn, stromen de tranen over haar vroeg oude, kastanjebruine gezicht.

Met een grote gele kunstmestzak op haar rug – waarin zij nog wat kleren, identiteitspapieren, gedroogd vlees en noten kon stoppen – heeft zij dagenlang haar moeder voortgesleept. Tegelijkertijd sprak zij de uitgeputte jongens moed in nadat zij door Chinese paracommando’s waren geëvacueerd uit Zhangping, een hoog gelegen gehucht in de bergen ten noorden van Beichuan. Het in een dal gelegen Beichuan is volledig verwoest door de aardschok. Lawines van rotsblokken, zo groot als een huis van drie verdiepingen, hebben wat nog restte verder verwoest.

Langs de weg uit Beichuan liggen tientallen grijze lijkzakken. Hydraulische graafmachines van het leger hebben in de harde grond tijdelijke massagraven gehakt, onder andere voor de leerlingen van de plaatselijke school. Reddingswerkers in oranje overalls zijn nog steeds op zoek naar overlevenden. Die zoektochten naar de 15.000 vermisten zijn elders opgegeven, hele dorpen zijn begraven onder ingestorte bergwanden.

Fuqing, tenger, maar duidelijk ijzersterk, vertelt dat zij en haar moeder op het land werkten toen „de bergen heftig begonnen te schudden”. Oma Chen, gekleed in een dik wollen vest en een rode muts had dat ook nog nooit eerder meegemaakt. Hun huis werd platgewalst door rotsblokken. De jongens, Qiang en Ye, zaten op school en Fuqing dacht dat zij dood waren. Maar de klas van de tweeling mocht tien minuten voor half drie al naar buiten, zes minuten voor de aardbeving.

De jongens waren aan het basketballen –tegenwoordig de populairste sport van China – op het schoolplein. Alleen hun klas heeft de ramp overleefd. De school stortte in. De 65 omgekomen leerlingen en leraren behoren tot de 32.000 slachtoffers van de aardbeving.

Vader Chen negeerde net als duizenden andere migrantenwerkers de oproep van de autoriteiten om niet naar het rampgebied te komen. Sichuan is een van de belangrijkste leveranciers van goedkope arbeidskrachten die werken op grote bouwplaatsen in Shanghai en Peking en in de fabrieken die produceren voor de exportmarkt. De ramp veroorzaakte daardoor ook grote onrust in de steden aan de oostkust.

Vier dagen heeft hij in de trein van Shanghai naar Chengdu en vervolgens Mianyang gezeten. In Mianyang waar bij het nieuwe indoorsportstadion een enorm vluchtelingenkamp is verrezen, wacht hij op zijn familie. Verder dan deze industriestad ten noorden van Chengdu mocht hij niet komen. Het hooggelegen rampgebied met maar een paar begaanbare wegen is alleen toegankelijk voor het leger, medische hulpverleners en Chinese en buitenlandse journalisten, die zonder problemen met hun perspassen en een document van de provinciale overheid de talrijke controleposten kunnen passeren.

Openlijke emoties zijn zeldzaam in China, maar Chen lacht en huilt ongegeneerd als hij zijn familie uit de jeep ziet stappen. „Ik kon niet meer werken, niemand kon meer werken in de fabriek, geld verdienen was niet meer belangrijk. Ik dacht dat ik jullie nooit meer zou zien.” De twee jongens worden verlegen, zij hebben hun vader nog nooit zien huilen.

Later, als zij de Nederlandse journalist en zijn Chinese assistente zwetend zien ploeteren om een gedoneerde kampeertent op te zetten, verschijnen er weer lachjes op hun gezichten. Op de vraag wat zij later willen worden, hebben ze zo snel geen antwoord. „Daar hebben we nog nooit over nagedacht.”

Het hardst giert oma Chen, die na een paar uur achterin de auto te hebben geslapen aan iedereen monter het verhaal van hun belevenissen vertelt. In haar lange leven heeft zij slechts een maal eerder de bergen verlaten en net als haar andere familieleden heeft zij nog nooit eerder een westerling van dichtbij gezien. Of zij en haar familie nog kunnen terugkeren naar het dorp in de bergen is twijfelachtig. De toegang is afgesloten, ook vanwege het overstromingsgevaar in de dalen. Rivieren zijn geblokkeerd door steenlawines.

Achter de natuurlijke dammen hebben zich reservoirs gevormd die, zo wordt verwacht, bij de eerste storm leeg zullen lopen. Nadat zaterdag duidelijk werd dat zo’n natuurlijke dam op instorten stond, kwam in en rond Beichuan een enorme vluchtelingenstroom op gang. De chaos werd vergroot door naschokken, waarvan de zwaarste 6,1 op de schaal van Richter registreerde. In die paniekerige exodus werden oma, dochter en haar zoons bijna onder de voet gelopen.

De Chinese overheid staat voor de enorme uitdaging om huisvesting te vinden voor naar schatting 5,5 miljoen ontheemden. Op de korte termijn lijkt het opvangkamp in Mianyang en tientallen kleinere centra adequaat te zijn. Dat is mede te danken aan de tientallen vrijwilligers die naar het kamp zijn gekomen met geld, donaties, levensmiddelen, medicijnen en hulp. Op de toegangswegen naar het rampgebied vormen particuliere hulpkonvooien lange files.

Li en Yi, twee vriendinnen die hun studie medicijnen combineren met het in elkaar zetten van mobiele telefoons van Motorola in Mianyang, zijn op hun scooters naar het sportstadion gekomen. Hier ontfermen zij zich over een groepje verweesde tieners. Op de tweede verdieping van het stadion, in de zaal met een boksring en trainingsapparatuur, doen zij spelletjes met kinderen die hun ouders hebben verloren.

Een chique kapperszaak uit Chengdu heeft vijf van de dertig personeelsleden naar het kamp overgebracht om het haar van de dames te doen. Chinese, Japanse en Koreaanse restaurantketens leveren maaltijden. Hoge partijfunctionarissen uit de provincie, modern gekleed in spijkerbroek en poloshirt, helpen ouderen bij het zoeken naar hun families.

De vluchtelingenstroom heeft ondanks alle inspanningen de hulpverleners verrast. Er zijn niet genoeg tenten en de sanitaire voorzieningen schieten tekort. Honderdduizenden vluchtelingen hebben noodgedwongen langs snelwegen, in parken en op landerijen tenten en hutjes gebouwd. De vestigingen van Decathlon en Wal-Mart waren gisteren in enkele uren door hun voorraad kampeerspullen heen.

De meest acute zorg is het voorkomen van epidemieën, want het bloedhete, vochtige zomerweer is voelbaar in aantocht. En er is schaarste aan schoon drinkwater ontstaan in steden en dorpen. Op wat langere termijn worden de Chinezen geconfronteerd met een humanitaire crisis van formaat.