Slaap lekker

Alle ouders brengen hun kinderen taalnormen bij, soms heel expliciet. Vaak gaat dat over de extremen van de taal. Er wordt bijvoorbeeld afgesproken dat je bepaalde vloeken, scheldwoorden en seksuele woorden niet mag gebruiken. Díé vloek mag wel („die gebruiken pappa en mamma soms zelf ook”), maar díé niet; de genitaliën mogen wel met die woorden worden aangeduid, maar niet met die – enzovoorts.

Daarnaast zijn er taalnormen die alleen in de bovenste lagen van de bevolking worden overgedragen. Daarbij gaat het niet om de extremen van de taal, maar juist om zeer subtiele onderscheidingen. Zo zijn er mensen die nooit fruit zullen gebruiken, maar die van vruchten spreken. Fruit, zo hebben zij geleerd, is een verkeerd woord. Het klinkt niet goed, zij voelen een bepaald betekenisverschil tussen fruit en vruchten, fruit is ‘plat’ – er worden diverse redenen aangedragen om fruit te vermijden (de gevolgen zijn soms komisch: „Mag ik de vruchtschaal even”).

Het grootste deel van de Nederlandse bevolking heeft absoluut geen weet van deze subtiliteiten, maar daarin schuilt precies hun functie: het is een manier om soortgenoten te herkennen, OSM, Ons Soort Mensen. Sommigen gaan daar erg ver in: zij gebruiken deze subtiliteiten om een onderscheid te maken tussen mensen die deugen en niet deugen. „Onlangs de nieuwe vriend van M. ontmoet. Leek me een aardige kerel, maar aan het begin van de maaltijd viel hij lelijk door de mand, want toen zei hij: eet smakelijk.”

Het voelt voor de meeste osm’ers niet vreemd om dergelijke regeltjes over te dragen, want je bent er zelf mee opgevoed en je kent de sociale functie ervan. En zo blijven mensen van generatie op generatie lijstjes van woorden en uitdrukkingen doorgeven die niet zouden horen. Als je vraagt wat er dan niet deugt aan die woorden en uitdrukkingen, hoor je meestal argumenten die ze zelf als kind hebben geleerd en die ze vervolgens klakkeloos blijven herhalen.

Ik vind dat erg boeiend. We spreken hier over doorgaans hoogopgeleide, weldenkende, kritische mensen. Die bijvoorbeeld eet smakelijk niet uit hun strot kunnen krijgen. Waarom niet? Omdat dit, zo reageerden diverse lezers, een gebiedende wijs is. Er zou dus een taalkundige reden zijn om dit niet te zeggen.

U laat iemand voorgaan en zegt: „Na u.” Is dat onbeleefd? Slaap lekker, slaap zacht, blijf gezond, rij voorzichtig, rust zacht – allemaal net zo gebiedend als eet smakelijk, maar mij zijn geen regels bekend dat dit niet-osm zou zijn. Ik moet de eerste grafsteen nog tegenkomen waarop staat: „Ik maak zelf wel uit of ik zacht rust.”

Mensen blijven erg hechten aan dergelijke taalsubtiliteiten, ook als dit in het sociale verkeer tot ongemakkelijke situaties kan leiden. Iemand wenst je „smakelijk eten”, maar het is onmogelijk hetzelfde te zeggen, want ooit heb je gehoord dat dit niet deugt. Bon appétit is wel goed, want Frans; „dank u”, „jij ook” – alles wordt uit de kast getrokken om het vermaledijde smakelijk te vermijden. Ook mensen die in allerlei andere opzichten afstand hebben genomen van de regels van hun ouderlijk huis blijven dit in stand houden, vaak op basis van argumenten die ze in andere situaties absoluut niet overtuigend zouden vinden.

Ewoud Sanders

Welke argumenten kent u tegen het woord fruit? Reacties naarsanders@nrc.nl