Nooit meer in bad op dag van de wedstrijd

Vandaag het eerste deel in een serie over olympische sporters. Judoka Henk Grol gaat als medaillekandidaat naar de Spelen. Recent paste hij zijn voedingsschema aan. „Ik was fout bezig, wist niet dat aardappels, groente en vlees in één maaltijd niet kunnen.”

‘Weet je, het kan mij allemaal niet gek genoeg zijn. Ik vind het prachtig als ze bij een training roepen dat ik nog harder en nog langer moet doorgaan. En echt mooi is het, als je in een wedstrijd voelt dat je tegenstander niet meer kan. Dat hij helemaal wegzakt omdat je hem nog meer kapot maakt dan hij al is. Dat je aan zijn hartslag voelt dat hij ieder moment kan omvallen. En als je hem dan nog een paar keer opjaagt en omgooit, dat hij met zijn mond open langs de mat ligt. Dat is geweldig.”

Met de onstuimigheid waarmee judoka Henk Grol (23) op een terras in Bloemendaal praat, werd hij half april in Lissabon Europees kampioen in de gewichtsklasse tot 100 kilogram. Vijf partijen moest hij winnen voor de gouden medaille, vijf keer beëindigde hij zijn partij voortijdig, met een ‘ippon’. Grol gooit zijn tegenstanders nu eenmaal het liefst zo snel mogelijk op hun rug. Hij verkiest opportunistisch boven afwachtend judo. Pac-man, noemt hij zijn stijl. Stilzitten kan Grol niet. Na de Europese kampioenschappen nam hij voor het eerst langer dan twee dagen rust, om een weekje met zijn vader te vissen in Noorwegen. Nu hij terug is, met de Olympische Spelen in het vooruitzicht, is er geen houden meer aan.

Die gedrevenheid heeft Grol al sinds zijn tienerjaren. De middelste van drie kinderen in een paardensportfamilie uit Veendam mocht een keer mee naar de judoles van zijn buurjongens en richtte niet lang daarna zijn leven naar de vechtsport in. Als tienjarige ging hij voor zichzelf hardlopen, als vijftienjarige zocht hij op eigen houtje uit wat de beste krachttraining was. Interesse voor „een peukie met vrienden” had hij niet. „Ik was best wel een einzelgänger.”

Als zeventienjarige verruilde Grol Veendam voor Haarlem, voor sportschool Kenamju van judotrainer Cor van der Geest. Hij moest tussen gelijkgestemden als de latere wereldkampioenen Guillaume Elmont (-81 kg) en Ruben Houkes (-60 kg) knokken voor zijn plek. „Ze grapten natuurlijk dat ik op de tractor was gekomen en gaven me in het begin gewoon een pak slaag.”

Een jaar later betaalde de harde leerschool zich uit in een Europese titel bij de junioren, met de huidige mannenbondscoach Maarten Arens als coach.

Met Arens heeft Grol een bijzondere band opgebouwd. „Maarten is heel belangrijk voor mij. Hij is een vriend, mijn trainer en de bondscoach. Hij heeft me als judoka gevormd. Maarten houdt zich vaak op de achtergrond, maar hij weet zo veel van de sport. We hebben een gezamenlijk judogeheugen. Ik weet van iedere judoka of hij links of rechts werpt en pakt, ook in andere gewichtsklassen. Ik heb een fotografisch geheugen voor wie wanneer kapot gaat, aanvallen inzet of trucs gebruikt. Bij Maarten gaat dat ook automatisch. Noem het een tik, maar wij vullen elkaar in kennis aan.”

In overleg met Arens besloot Grol vorig jaar een klasse zwaarder te gaan judoën dan de categorie tot 90 kilogram. Want de nationale concurrentiestrijd met drievoudig olympisch medaillewinnaar Mark Huizinga en vooral de strijd tegen de kilo’s leek soms niet te winnen. In zijn eerste jaar tussen grotere en tragere tegenstanders won Grol twee wereldbekerwedstrijden en de Europese titel en plaatste hij zich ten koste van clubgenoot Elco van der Geest, de zoon van Cor van der Geest, voor de Olympische Spelen.

Maar Grol wil niet op dezelfde voet verder. Vorige week, drie maanden voor zijn olympische optreden, heeft hij met een nieuwe krachttrainer zijn cardioprogramma en zijn voedingsschema veranderd. „Het is een raar moment, maar ik heb nu het gevoel dat ik er nog voor de Olympische Spelen veel meer kan uithalen. Ik ben nuchter en niet bang voor verandering. Het is een risico, maar zoals het ging met voeding, was ik zeker fout bezig. Zeker omdat ik ook een zwakke maag heb. Ik eet te weinig en niet vaak genoeg op een dag. En ik moet stoppen met het tegelijk eten van koolhydraten en eiwitten. Aardappels, groente en vlees gaan niet in één maaltijd. Nou, daar had ik nog nooit van gehoord.”

In Lissabon keken medejudoka’s nog geamuseerd naar Grol, die zich een dag voor zijn wedstrijden tegoed deed aan een hamburger en ijs. „Het is misschien niet echt sportvoedsel, maar vroeger deed ik dat altijd. Nu wil ik zwaarder worden en spiermassa opbouwen, dus ik zal meer moeten opletten. Maar ik vind wel dat je moet doen waar jij je lekker bij voelt. Veel krachttrainers slaan door in voedingsschema’s. Als ik ’s avonds zin heb in een biertje, neem ik een biertje. Ik train me helemaal kapot en als ik daarna een hamburger wil eten, doe ik dat. Ik heb niet het idee dat ik daar minder goed van word. Als ik het niet zo zou doen, zou het voelen als mezelf straffen.”

Waar Grol zich „nooit van z’n leven” meer aan waagt, is op het juiste gewicht te komen voor de wedstrijddag – voor veel judoka’s een crime. „Ik zag op een gegeven moment tegen wedstrijden op. Dan moest ik weer om vijf uur ’s ochtends in bad om vocht kwijt te raken. Op een gegeven moment heb ik gezegd: nu is het klaar. Toen kwam de overstap en nu ben ik fitter en mentaal vrijer. Ik kan judoën zonder aan mijn gewicht te denken. Ik ga mezelf nooit meer remmen en ben zo zwaar als ik ben. Als dat inhoudt dat ik straks nog een klasse omhoog moet, doet dat me helemaal niks. Dat lijkt me zelfs wel mooi.”

Het zijn gedachten die Grol nu nog afleiden, net als wat hij wil doen met zijn bijna voltooide mbo-opleiding Marketing & Communicatie aan het Johan Cruyff College. „Dex Elmont studeert geneeskunde, echt knap. Dennis van der Geest is ook nog dj. Daar wordt in kranten altijd aan gerefereerd. Ik geloof best dat het tegelijk kan, maar ik ben ’s avonds gewoon te moe om iets te doen, of misschien te lui. Dat heeft niks te maken met spanning, maar ik focus mezelf op één ding. Laat mij morgenavond dat drijfnatte pak maar weer lekker aantrekken, mijn enkel intapen en lekker stoeien.”