Niet om de knikkers, maar om het spel

Elegante en echt geestige vraaggesprekken, met een zekere mate van tongue in cheek, zie je nog maar zelden op televisie. Een des te groter genoegen vormde dus de ontmoeting in Buitenhof van Clairy Polak met de Indonesische ambassadeur in Den Haag, Junus Habibie. Deel van de attractie was het mooie, licht archaïsche Nederlands dat de diplomaat sprak, met af en toe een net verkeerd onthouden uitdrukking.

Aanleiding voor het gesprek vormde de sleutelrol die de broer van voormalig president B. J. Habibie onlangs zou hebben gespeeld als bemiddelaar in de dreigende Fitna-crisis. Hij had premier Balkenende nadrukkelijk aangeraden („ik wil Nederland de les niet voorlezen”) zich openlijk te distantiëren van de film van Geert Wilders. Op zijn beurt had Habibie de ambassadeurs van 22 overige moslimlanden weten te weerhouden van al te drastische uitspraken of stappen.

Clairy Polak kreeg moeilijk greep op de Javaanse lenigheid van geest van haar gesprekspartner, maar was ervaren genoeg om te beseffen dat je met een grapje toch vasthoudend allerlei netelige zaken aan de orde kunt stellen. De aarzeling van het Nederlandse bedrijfsleven om in Indonesië te investeren wegens de nog steeds omvangrijke corruptie werd door de ambassadeur gerelativeerd. Er gingen nu toch ook betrapte gouverneurs en parlementsleden „de pot in” en investeerders moesten altijd een zeker risico nemen, dat het corrupte tij op termijn zou keren. Bovendien staan er zakenlieden uit andere landen in de rij om hun geld naar Indonesië te brengen: „Wij doen met iedereen zaken, behalve met de duivel.” Polak begreep daaruit: „Dus niet met China?”, waarop Habibie herhaalde „Ik zeg toch: niet met de duivel!”

En dan was er de kwestie van het uitgestelde staatsbezoek van president Yudhoyono aan Nederland. Dat blijkt niet door te gaan, omdat luchtvaartmaatschappij Garuda op een zwarte lijst staat van de Europese Unie. Polak: „Ja, dat is omdat er wel eens een vliegtuig uit de lucht valt.” Habibie vond dat weer een vorm van de ‘les voorlezen’ en had zijn president dan ook gezegd dat hij niet naar Nederland moest komen, zolang deze kwestie niet was opgelost. Koningin Beatrix vliegt toch ook niet met Singapore Airlines?

Polak opperde als compromis een eenmalige uitzondering op het vliegverbod. De ambassadeur boog naar voren en maakte een sierlijk handgebaar: „Het gaat niet om de knikkers, maar om het spel.” Als daarentegen kroonprins Willem Alexander naar Jakarta zou willen komen, dan wordt hij daar „met open handen ontvangen”.

Diens oom, de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, is ook een behendig en onomwonden spreker zonder schroom voor het wespennest van het televisie-interview. Prof. mr. Pieter van Vollenhoven verscheen zaterdag in Raymann is laat (NPS), op de veranda van tante Es, het vrouwelijke alter ego van Jörgen Raymann. Hij begroette tante met drie zoenen, beantwoordde uitgebreid de gebruikelijke vraag wie zijn vader en moeder waren en gaf een listig antwoord op een vraag naar de uitspraken van een zeker Kamerlid (Hero Brinkman, PVV) dat de Nederlandse Antillen een roversnest had genoemd: „Er is die bekende uitdrukking ‘vrijheid van meningsuiting’, dus dat betekent dat je je mag vergissen.”

Raymanns multiculturele publiek, altijd feestelijker aangekleed dan dat van welk ander programma ook, vrat het en was geheel op zijn hand. Van Vollenhoven beweegt zich vrijer door het politieke en medialandschap dan de echte prinsen en prinsessen. Hij benut die vrijheid optimaal door onafhankelijk gezag te doen gelden in allerlei kwesties waar de regering aarzelt of steken laat vallen. Dit weekeinde stelde hij zich toevallig ook beschikbaar om een einde te helpen maken aan de slepende affaire rond klokkenluider Fred Spijkers, al bijna een kwart eeuw wordt dwarsgezeten door het ministerie van Defensie. Een goed van de tongriem gesneden lid van het Koninklijk Huis dat zijn nek uitsteekt als volkstribuun: Van Vollenhoven ontpopt zich als geheim wapen van de monarchie.