Nederlands jazztalent in Amersfoort in de etalage

Jazz Dag van de Nederlandse Jazz. Gehoord: 16/5 De Observant en De Kelder, Amersfoort.

Terwijl de negentienkoppige Holland Bigband met messcherpe blaasaccenten een einde maakt aan zijn korte concert, begint singer-songwriter Leine in het bovenzaaltje van het voormalige Observantenklooster, in Amersfoort, haar showcase. Zij presenteert zich op haar kwetsbaarst, slechts gesteund door haar gitaar. Maar zo is ze op haar best. Vorig jaar won ze er de Grote Prijs van Nederland mee.

Met haar gitaarnummers, waarin jazz en bossanova doorklinken, en haar recht-door-zee teksten is Leine een muzikante om zo zoetjes aan rekening mee te gaan houden. Ze vindt haar eigen akkoordencombinaties en ook haar charmante voordracht is het onthouden waard. Zo speelt en flirt ze met haar luisteraars, terwijl haar liedjes steeds weer nieuwe wendingen nemen.

Een mini-Noorderslag voor de jazz. Dat was vrijdag de opzet van de tweede Dag van de Nederlandse Jazz. De grootste jazzverwachtingen voor het komende jaar stonden in de etalage. Daarnaast was er een markt waar de jazz zich kon verkopen aan zalenprogrammeurs en platenmaatschappijen, een ‘rechtenplein’ waar musici meer te weten kwamen over geldstromen in de jazz en diverse paneldiscussies waar ervaringen tussen artiesten, impresario’s, programmeurs en managers werden uitgewisseld. Artistiek directeur van het Bimhuis, Huub van Riel, ontving de Industry Achievement Award.

Wegens het succes van de eerste editie, vorig jaar, waren locatie en het veelkleurige programma uitgebreid. Dertig uiteenlopende bands presenteerden zich: zangeressen als Leine, Margriet Sjoerdsma en Rebekka Thenu, eigenzinnige piano-improvisatoren als Robert Rook en Rembrandt Frerichs, opwindende jazzpopbandjes als Lavalu en Blender, grensverleggers in de vorm van CRAM en StriCat en bigbands als het Amsterdam Jazz Orchestra.

De ongetemde rariteitenjazz van de eigenzinnige componist, arrangeur en bastrombonist Matsumoto ‘Santi’ Kazushi en zijn band IKKI maakte indruk. Ondanks de overvloed aan gekke maatsoorten hield de groove altijd stand. Of het nu een behoorlijk avontuurlijk gespeelde A Night in Tunesia of bijna reggeae-achtige jazz betrof. De aanvullingen van leider Santi op gong, fluit of de ruisende transistorradio waren krankzinnig nietszeggend, maar vermakelijk.

Ook de virtuositeit van het Mozambicaanse familiekwartet Neco Novellas trok aandacht. Zanger Anselmo Joao Johanhane en zijn gitaarspelende en bassende broers, die allen aan het Rotterdamse conservatorium studeren, leverden een warmbloedige en swingende set. Fascinerend waren de invloeden die terug te horen waren in de muziek. Neco Novellas werkt in de traditie van zijn Mozambicaanse Chopi-roots, maar vult die wervelend aan met jazzlicks, pop en samba.

Als dit soort talent kan doorbreken dankzij dit brede jazzplatform, is er veel te verwachten.