Na vier dagen zeulen

De door de aardbeving getroffen provincie Sichuan levert veel goedkope arbeidskrachten in China.

Migrantwerkers proberen hun familie terug te vinden.

Met een diepe zucht valt oma Chen Jianfang (79) achter in de jeep na een paar minuten in slaap, verdoofd van vermoeidheid net als haar twee 14-jarige kleinzoons. Op de naschokken die het voertuig doen schudden, reageren ze niet meer. Maar zelfs na de voettocht van vier dagen en drie doorwaakte nachten is haar dochter Fuqing, de moeder van de jongens, klaarwakker. Zij grijpt naar de aangereikte mobiele telefoon en probeert haar man Chen op te bellen, die werkt in de 1.800 kilometer oostelijk gelegen provincie Zhejian.

Als zij eindelijk contact met hem heeft en hij in de buurt blijkt te zijn, stromen de tranen over haar vroegoude, kastanjebruine gezicht. Chinese paracommando’s hadden hen geëvacueerd uit hun gehucht Zhangping in de bergen van het district Beichuan. Vier dagen lang heeft zij gelopen met een grote, gele kunstmestzak vol kleren op haar rug. Ze hield haar oude moeder met twee handen vast en sleepte en trok haar voort.

Dat stadje, waar honderden doden zijn gevallen na de aardbeving van een week geleden in de Chinese provincie Sichuan, bestaat niet meer. Fuqing vertelt dat zij en haar moeder op het land werkten toen „de bergen heftig begonnen te schudden”. Oma Chen had dat ook nog nooit eerder meegemaakt. Hun huis werd platgewalst door een lawine van rotsblokken. Haar zoons zaten op school en zij dacht dat ze dood waren. Maar de klas van de tweeling mocht tien minuten voor half drie al naar buiten, zes minuten voor de aardbeving.

De jongens waren aan het basketballen – tegenwoordig de populairste sport in China – op het schoolplein. Alleen hun klas heeft de ramp overleefd, want de school stortte in. De 65 omgekomen leerlingen en leraren behoren tot de 32.000 slachtoffers van de aardbeving, waarop 5.200 lichtere schokken zijn gevolgd.

Contact met haar man, die net als miljoenen anderen de provincie heeft verlaten om te werken in de industrieën aan de oostkust, was voor Fuqing onmogelijk. Chen, een tengere man met een open, vriendelijk gezicht en twee gouden snijtanden in zijn mond, maakt voor 120 dollar per uur in een fabriek van Samsung flatscreen tv’s voor de exportmarkt. Hij heeft, net als duizenden anderen, de dringende oproep genegeerd van de Chinese autoriteiten aan migrantenwerkers om niet naar het rampgebied te komen. De provincie Sichuan is een van de belangrijkste leveranciers van goedkope arbeidskrachten in China. Vier dagen heeft hij in de trein van Shanghai naar Chengdu en vervolgens Mianyang gezeten.

In Mianyang waar bij het nieuwe sportstadion een enorm vluchtelingenkamp is verrezen, wacht hij op zijn familie. Verder dan deze industriestad ten noorden van Chengdu mocht hij niet komen. Het hooggelegen rampgebied met maar een paar begaanbare wegen is alleen toegankelijk voor het leger, medische hulpverleners en Chinese en buitenlandse journalisten, die probleemloos met hun perspassen en een document met als titel ‘5/12. Toestemming om te interviewen’ van de provinciale overheid de talrijke controleposten kunnen passeren.

Openlijk vertoon van emoties is zeldzaam in China, maar Chen lacht en huilt tegelijk als hij zijn familie uit de jeep ziet stappen. „Ik kon niet meer werken, niemand kon meer werken in de fabriek. Ik dacht dat ik jullie nooit meer zou zien.” De twee jongens raken verlegen, zij hebben hun vader nog nooit zien huilen.

Pas als zij de Nederlandse journalist en zijn Chinese assistente zwetend zien ploeteren bij het opzetten van een door een sportzaak gedoneerde kampeertent, verschijnt er eindelijk een lachje op hun gezichten. Het hardst giert oma Chen, die een paar uur achterin de auto heeft geslapen en nu aan iedereen haar verhaal vertelt. In haar lange leven heeft zij slechts een keer eerder de bergen verlaten en net als haar andere familieleden heeft zij nog nooit eerder een Westerling van dichtbij gezien heeft.

Of zij en haar familie nog kunnen terugkeren naar het dorp in de bergen is twijfelachtig. De toegang is afgesloten, ook vanwege het overstromingsgevaar in de dalen. Rivieren zijn geblokkeerd door steenlawines. Achter deze natuurlijke dammen hebben zich reservoirs gevormd die bij de eerste storm zullen breken.

Nadat zaterdag duidelijk werd dat zo’n natuurlijke dam op instorten stond, kwam in het district Beichuan een enorme vluchtelingenstroom op gang. De chaos werd vergroot door naschokken, waarvan de zwaarste 6,1 op de schaal van Richter registreerde. In die paniekerige exodus werden oma Chen, haar dochter en de jongens bijna onder de voet gelopen.

Nieuwe aardschokken en dreigende overstromingen bemoeilijkten gisteren de zoekacties naar de naar schatting 15.000 vermisten. Zonder dat met zoveel woorden te zeggen, leek in de zwaarst getroffen districten het accent van het reddingswerk te verschuiven naar ziektepreventie en hulpverlening aan de overlevenden. Toch werden ook dit weekend nog enkele succesvolle reddingsacties gemeld. Onder meer het Russische reddingsteam wist een vrouw levend uit het puin te bevrijden.

Op de vraag waar de naar schatting 5,5 miljoen ontheemden in Sichuan gehuisvest zullen worden, heeft de Chinese overheid nog geen antwoord geformuleerd. Op de zeer korte termijn vormen de huisvesting, drinkwatervoorziening en medische hulp geen acuut probleem. Op wat langere termijn moeten 3 miljoen huizen worden herbouwd, vijftien miljoen huizen behoeven grondig herstel. En zeker tien stadjes en grotere dorpen moeten helemaal opnieuw opgebouwd worden.

Internationale hulp in de vorm van geld en goederen stromen binnen. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de Volksrepubliek dat de autoriteiten na een ramp internationale hulp hebben aanvaard. Afgelopen weekeinde kwamen reddingsteams uit Japan, Rusland en Zuid-Korea aan in Chendu. Frankrijk en Taiwan hebben hulpmaterialen en medicijnen geleverd. Door de nieuwe openheid heeft de Chinese overheid massale solidariteitsacties losgemaakt. Li en Yi bijvoorbeeld, twee meisjes die hun studie medicijnen combineren met het in elkaar zetten van mobiele telefoons van Motorola in Mianyang, hebben zich in het sportstadion van de stad ontfermd over een groep verweesde tieners.

Op de tweede verdieping van het stadion, in de zaal met een boksring en gewichtsmachines, doen zij spelletjes met kinderen die hun ouders hebben verloren. Een jonge, halfnaakte Arnold Schwarzenegger in de pose van een glanzende bodybuilder kijkt vanaf de poster glimlachend toe. Een chique kapperszaak uit Chengdu heeft vijf van de dertig personeelsleden naar het kamp overgebracht om het haar van de dames te doen. Chinese, Japanse en Koreaanse restaurantketens leveren maaltijden en van heinde en verre brengen particulieren dekens, slaapzakken en tentjes. Hoge partijfunctionarissen uit de provincie, getooid in spijkerbroek en poloshirts, helpen ouderen bij het zoeken naar hun families.

Hoewel de opvang hier en in de tientallen kleinere kampen de vergelijking met de toestand in de Superdome na de orkaan Katrina met glans kan doorstaan, zijn de autoriteiten toch verrast door de aanhoudende vluchtelingenstroom. Er zijn niet genoeg tenten en de sanitaire voorzieningen schieten tekort. Honderdduizenden vluchtelingen hebben langs de snelwegen, in de parken en op landerijen tenten en hutjes gebouwd. Ook in de grote stad Chengdu zijn na de aardbeving van gisterochtend, die te boek staat als een naschok van 6,1 op de Schaal van Richter, haastig tentenkampen gebouwd. De vestigingen van het Franse Decathlon en het Amerikaanse Wal-Mart waren gisteren in enkele uren door hun voorraad kampeertenten, slaapzakken, stoeltjes en luchtmatrassen heen.