Moordlust door mooie Helena

Theater Atropa. De wraak van de vrede door Toneelhuis. Gezien: 17/5 Bourlaschouwburg, Antwerpen. Inl.: www.toneelhuis.be

Als het Vrijheidsbeeld in de haven van New York, zo rijst de wonderschone Helena van Troje boven de wereld uit. In de voorstelling Atropa. De wraak van de vrede van schrijver Tom Lanoye en regisseur Guy Cassiers is Helena geheel een Amerikaanse droomvrouw: lang, volslank, gekleed in een zilver-glanzende jurk. Hoe mooi deze Helena ook is, ze veracht haar schoonheid omdat mannen ‘gek worden van haar geur, haar borsten’.

Een camera vangt het gezicht van actrice Ariane Van Vliet en projecteert haar ogen, mond en wenkbrauwen overweldigend groot op het achterdoek van de schouwburg. Helena vervloekt de ‘pracht en pest’ van haar lichaam, de ‘schurft en schoonheid’ van haar verschijning. De Trojaanse oorlog, die ‘moeder aller oorlogen’, raakt nooit uitgewoed, in het echt niet en in het theater niet. Met Atropa. De wraak van de vrede besluiten Lanoye en Cassiers hun ‘Triptiek van de macht’ na Mefisto forever en Wolfskers.

Zoals Helena daar staat, symbool van zowel oorlog als vrede, tart zij de fantasie van de toeschouwer en dat is precies wat auteur en regisseur willen: kan een vrouw oorzaak zijn van zoveel moordzucht, slachtpartijen? Vic De Wachter vertolkt de Griekse legeraanvoerder Agamemnon. Hij moet zijn lieftallige, prille dochter Iphigeneia offeren om met wind in de zeilen naar Troje te kunnen uitvaren. De Wachter speelt zijn rol in een mengeling van hypocrisie en zelfoverschatting, list en leugen, zoals president Bush die bezigt in de oorlog tegen Irak. In subtiel geformuleerde redeneringen krijgt Agamemnon zijn dochter, teder gespeeld door Abke Haring, zelfs zover dat ze trots is op haar aangekondigde dood.

Atropa kiest het standpunt van de slachtoffers. De Trojaanse vrouwen, zoals Hekabe, Andromache en Kassandra, verzetten zich tevergeefs tegen de gruwel van deze mannenoorlog. Actrices als Marlies Heuer, Gilda De Bal en Katelijne Damen bewegen zich voort als verstilde sculpturen op een speelvloer, die oogt alsof de aarde is opengescheurd. Het zilverwit van hun kostuums overheerst. Zij spreken secuur en ritmisch hun teksten uit, onder meer geïnspireerd door het dagboek Bagdad onder vuur van de Irakese vrouw die zich schuilhoudt achter het pseudoniem Riverbend. Hun taal is wanhopig en poëtisch en steekt humaan af tegen het verbale geweld van Agamemnon.

Tegen de achtergrond glijden filmbeelden voorbij in een vaak adembenemende kleur en schoonheid. Soms is het beeld vlammend rood, als van een brandende stad. Dan zien we de torens van het eens trotse Troje als goudstaven tot de hemel reiken. Als de bijl aan het slot Agamemnons dood voorspelt, dan is het alsof het suizen daarvan een soort zingen is. Personages, tekst en theaterbeeld eindigen in een eenzame ravage; al het bloed is nodeloos vergoten. Ook Helena wil aan de bijl ten onder. Het is de kracht van Atropa dat Helena zelf een dramatisch personage is geworden en stem krijgt. Haar rol is tragisch: schoonheid die verderf zaait, ongewild.