Kangoeroe

De valide sporter is wakker geschud. Met het hebben van twee benen, twee armen, een romp en een hoofd is hij niet langer onaantastbaar en onoverwinnelijk. Het grote gevaar is 21 jaar oud, heet Oscar Pistorius en suist op verende protheses over de atletiekbaan.

Sinds deze Zuid-Afrikaan zonder onderbenen op zijn blades dit weekend een officiële kans kreeg zich te plaatsen voor de Olympische Spelen is het onrustig in mijn hoofd. Niets is meer onmogelijk in de sport. Nog een paar decennia en in de finale van de 100 meter sprint rollen acht gespierde hoofden over de finish. In minder dan zeven seconden.

In bioscopen zal de vooraankondiging klinken van een film over het fenomeen. De zwaarst mogelijke voice-over dreunt door de ruimte. De speakers in alle filmzalen kunnen het geluid bijna niet aan. Bierglazen aan de bar beginnen te rinkelen. Kinderen duiken onder de stoel: ‘Coming soon, The Bladerunner!’

Ik moest denken aan een Surinaams jongetje dat ik ooit op het veld zag staan tijdens een jeugdvoetbaltoernooi, een kring nieuwsgierige voetballertjes om hem heen. Ze wezen allemaal naar zijn hand die hij verborg in zijn andere hand.

‘Hij heeft zes vingers aan die ene hand’, riepen ze. Het jongetje huilde. En verdomd, even koekeloerde het zesde vingertje, ik zag het naast zijn pink hangen. Had ik zijn telefoonnummer maar. Had ik hem kunnen vertellen dat hij als een haas naar het zwembad moest. Zwemmen, trainen. Met één vinger meer verplaats je meer water. Doe je voordeel met een handicap.

‘Ik heb gehuild toen ik de uitspraak hoorde. Het is een mooie dag voor de sport’, zei de Bladerunner, na de gewonnen rechtszaak. Een mooie dag voor de sport? Dat is een eufemisme. Het is niet ondenkbaar dat het onaantastbare olympische record op de 400 meter van Michael Johnson gebroken gaat worden door de jongen met de twee protheses.

Er gaapt nog een gat tussen de (olympische) tijd van Johnson (43,49) en Pistorius’ snelste tijd (46,46). Maar Pistorius is niet gek. Tot nu toe holt, of beter, veert hij op protheses van carbon. Hij bewaart zijn gouden veren natuurlijk voor Peking. Misschien zijn ze van extra buigzaam riet uit het Krugerpark. Wie zal het zeggen?

Als een kangoeroe zal hij na twintig landingen op zijn veren door de finish schieten. Ooit was hij een zielig jongetje dat door een geboortedefect zijn onderbenen geamputeerd zag worden. Nu is hij een held omdat hij de snelste invalide atleet ter wereld is. Wordt hij in de toekomst een valide olympisch kampioen?

De klapschaats op het ijs. Een giller. Het dichte achterwiel tijdens een tijdrit in de Tour de France. Hou op. Het Speedopak voor de zwemmers. Bespottelijk. De winstmarges zijn te klein.

Na het succes van Pistorius moet de valide sporter het over een andere boeg gooien. De grens is opgerekt. Schaven aan het lichaam mag.

Het zal druk worden in de wachtkamer van de plastisch chirurg. Zwemmer Pieter van den Hoogenband laat op wezenlijke plekken haaienhuid aanbrengen, Marleen Veldhuis zit ernaast met een geïmplanteerde vin op haar rug. Dat is al twee keer goud in Peking.

Leve de kreupele, de verminkte, de trol, de gebochelde. Met Ajax naar de beurs? Laat me niet lachen. De Prothese-industrie, zet daar al je spaarcenten maar op in.

Dank, verende protheseman. De sport begint weer helemaal van voren af aan.