Junta laat voorzichtig hulpverlening toe uit regio

Birma accepteert dat buurlanden buitenlandse hulp voor de slachtoffers van de cycloon Nargis gaan coördineren. Ook VN-baas Ban Ki-moon mag het getroffen gebied bezoeken.

Ruim twee weken nadat de cycloon Nargis over Birma raasde, waarbij zeker 78.000 mensen om het leven kwamen, zijn er voor het eerst aanwijzingen dat het gesloten Birmese regime bereid is meer buitenlandse hulp voor de overlevenden toe te laten. Maar de situatie blijft kritiek: ruim 2 miljoen mensen zijn dakloos en blootgesteld aan hevige regenbuien en het gevaar van besmettelijke ziektes. De behoefte aan voedsel, schoon drinkwater en medicijnen is enorm. Zo’n 56.000 mensen worden nog vermist.

Vanochtend werd bekend dat Birma ermee instemt dat de buurlanden de internationale hulp voor de slachtoffers gaan coördineren. Op een topconferentie in Singapore kwamen de ministers van Buitenlandse Zaken van de tien landen van de ASEAN, het Zuidoost-Aziatische samenwerkingsverband, overeen dat ze die rol op zich nemen. De ASEAN, waar Birma deel van uit maakt, is de afgelopen weken scherp bekritiseerd, omdat het weinig uitrichtte tegen de weigering van de Birmese junta om meer buitenlandse hulp toe te laten.

„Birma accepteert internationale hulp”, zei de Singaporese minister na afloop van het beraad. Hij voegde er wel aan toe dat de hulpverleners van de ASEAN geen onbeperkte toegang tot het rampgebied krijgen. „We moeten bekijken wat de specifieke behoeftes zijn.”

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties, die er eerder niet in slaagde de leider van de militaire junta aan de telefoon te krijgen, zal het land woensdag bezoeken en onder meer een bezoek brengen aan de zwaar getroffen Irrawaddy-delta. Vandaag vloog de hulpcoördinator van de VN, John Holmes, per helikopter over het gebied om een indruk te krijgen van aangerichte schade. Later vandaag zou hij in Rangoon overleggen met vertegenwoordigers van internationale hulporganisaties.

De Amerikaanse organisatie AmeriCares zegt dat het regime haar eerste lading van 15 ton medicijnen en medische apparatuur tot het land heeft toegelaten. Het Wereldvoedselprogramma van de VN (World Food Program, WFP) zegt dat het erin geslaagd is rijst en bonen af te leveren bij 212.000 van de 750.000 mensen die er het dringendst behoefte aan hebben.

Voor het eerst bracht generaal Than Shwe, de leider van de junta, gisteren een op de Birmese televisie uitgezonden bezoek aan een opvangkamp voor slachtoffers van de cycloon. Tussen keurige rijen relatief schone, blauwe tenten inspecteerde hij hulpgoederen en troostte hij slachtoffers, met in zijn kielzog andere militairen. Het was een kamp in de buurt van de stad Rangoon.

Terwijl nog nauwelijks westerse hulpverleners in de regio worden toegelaten, en Amerikaanse en Franse marineschepen met hulpgoederen geen toestemming hebben gekregen hun goederen en personeel in te zetten, kwamen gisteren wel vijftig Chinese medische hulpverleners aan. Eerder in het weekend waren Indiase en Thaise artsen en verpleegkundigen aangekomen – dertig van de Thai zouden inmiddels actief zijn in het rampgebied.

Na een aantal ontmoetingen met Birmese leiders zei de Britse minister van Aziatische, Afrikaanse en VN-Zaken, Lord Malloch Brown, gisteren al dat er mogelijk een doorbraak op handen is in de opstelling van het bewind. „We zullen moeten zien wat de onderhandelingen met de Aziatische leiders en de secretaris-generaal van de VN de komende dagen opleveren”, zei hij, „maar ik denk dat we dramatische stappen van de Birmezen zullen zien naar meer openheid.”

Malloch Brown, die voormalige ondersecretaris-generaal van de VN is, wees erop dat niet meer dan een kwart van de twee miljoen getroffen Birmezen de hulp hebben gekregen die ze nodig hebben.

Zondag had het bewind voor zestig diplomaten en VN-medewerkers een tochtje per helikopter over het rampgebied georganiseerd. Een Amerikaanse diplomaat zei na terugkomst in Rangoon dat het „niet meer dan een show” was geweest. (AP, Reuters)

Achtergronden en nieuws op nrc.nl/birma