‘Je hoefde alleen maar je pen vast te houden’

De examens zijn vandaag begonnen, met Nederlands op het vwo. NRC-redacteur Joke Mat – examenjaar 1985, cijfer 9 – bekeek het examen met haar favoriete leraar. Deel 1 van een serie.

Voor vwo’ers begon het eindexamen van 2008 vanmorgen met twee maatschappijkritische teksten. Over de eerste moesten ze vragen beantwoorden, de tweede moesten ze samenvatten in 180 woorden. Op het Voorburgse College Het Loo waren ze snel weg, zegt leraar Nederlands Dick van der Mark kort na twaalven, als het examen is geëindigd. „Al zegt dat natuurlijk niet alles.”

Maar de eerste tekst, over de overheid en kunst, was volgens hem echt eenvoudig. „Een wat cynische tekst uit De Groene Amsterdammer. De auteur stelt dat kunst ons onderscheidt van de dieren en dat je daar geen rendementseisen op moet loslaten, wat politici wel doen. Absoluut niet moeilijk, je hoefde alleen maar een pen vast te houden.” De vragen, voor het grootste deel meerkeuze, gingen vooral over tekstdoelen en verbanden tussen alinea’s.

De tweede tekst, Geschonden beroepseer van filosoof Ad Verbrugge, ging over de manier waarop mensen tegen hun werk aankijken. Hij beschrijft de ontwikkeling in het denken over je beroep, vat Van der Mark samen. „Van mensen die trots zijn op hun beroep tot jobhoppers die werken voor zelfontplooiing en leraren en artsen die in het management terechtkomen.”

Ook goed te doen, zegt hij, al zat het venijn in de staart. „Daar vergelijkt Verbrugge het communistische systeem met het neoliberale, volgens hem vormen van ‘economisch gefundeerde rationalisaties’. Om dat in je eigen woorden weer te geven – daar zullen er wel een paar de bocht uitvliegen”, aldus de leraar Nederlands.

Dick van der Mark is astroloog. Het lesgeven op een middelbare school doet hij erbij. In de jaren tachtig was dat nog andersom. Wel viel hij al uit de toon op de – toen – Christelijke Scholengemeenschap Voorburg’, een blokkendoos in een middenklassebuurt.

Het was geen inspirerende school. Bij de meeste lessen moest je stil zijn en luisteren. Een economieleraar deed weinig anders dan schrijven op de ‘overheadprojector’, een vast onderdeel van elk lokaal. Een leraar Duits met driftaanvallen sloeg eens met zijn vuist het glazen schrijfblad van die projector kapot. Daarna was het pas echt stil.

Midden jaren tachtig liet een nieuwe rector, tegen de tijdgeest in, een christelijker wind waaien. Hij stelde het bijwonen van de kerst- en paaswijding in de aula verplicht. Leerlingen negeerden dat massaal. De schooldeuren gingen op slot om hen te dwingen. Toen klommen ze door de ramen naar buiten.

Van der Mark werkte er net. Hij had een zwarte snor en baard. Sommige leerlingen noemden hem Jezus, maar hij was niet christelijk. Hij was vegetariër en meer antroposofisch georiënteerd.

In zijn lokaal stonden de banken in een kring en je mocht hem bij zijn voornaam noemen. Hij wilde kritische vragen en discussie, bijvoorbeeld over een gedicht van Achterberg of Kouwenaar. Als mentor van de schoolkrant botste hij met het gezag. Toen een klasgenoot met een hanekam over softdrugs schreef, moest Van der Mark direct bij de rector komen.

Vervolg Eindexamen: pagina 3

De bankjes staan nog in het ‘touringcarmodel’

Ik spoorde hem op via internet en ontdekte zijn ommezwaai naar de astrologie. Daar keek ik niet van op. Wat me wel verbaasde, was dat hij nog steeds twee dagen per week lesgaf op dezelfde school. Waarom blijft iemand decennialang werken op een school waar hij niet leek te passen? Ik zocht hem op.

Van der Mark zit in zijn lokaal achter correctiewerk. Hij draagt zwart met grijs en een zilveren sieraad aan een koord om zijn hals. De klas is leeg, het is een ‘keuzebanduur’. „Netelenbos”, zegt hij ter verklaring. Leerlingen mogen komen, maar hoeven niet. Ze komen nooit.

Aan het begin van zijn loopbaan heeft hij gesolliciteerd op Vrije scholen, vertelt hij, waar les wordt gegeven volgens de antroposofische leer. Maar hij zou daar weinig verdienen, evenveel als een kleuterjuf. Dat ging hem te ver.

Op deze school heeft hij veel vrijheid, zeker sinds het vertrek van de orthodoxe rector. En ach, het ideale onderwijs bestaat niet. Dat zou moeten gaan over het leven, met inbegrip van de ervaringen en emoties van leerlingen.

Sinds de midlifecrisis, zegt hij droogjes, draait zijn leven om astrologie. Hij geeft individuele consulten en trainingen aan bedrijven. Hij is voorzitter van de Astrologische Associatie.

De school vindt hij niet wezenlijk veranderd. In de meeste lokalen staan de bankjes nog steeds opgesteld volgens het touringcarmodel. De overheadprojector is er ook nog, al zijn er lokalen met een interactief smartboard.

Nog altijd is de school nagenoeg blank. Het verschil met vroeger is dat sommigen op maandag nog stoned zijn van het weekend, maar ze zijn aanspreekbaar. Het is een brave school. Als er een probleem is met leerlingen en ouders krijg je hooguit een juridische procedure, niet een eind hout in je nek. Ook daardoor houdt hij het vol, heeft hij het naar zijn zin.

Het onderwijs is wel veranderd. Gaf hij ons nog poëzie en discussietechniek, nu moet hij leerlingen achter de computer zetten. Het literatuuronderwijs is „vernacheld”, het aantal lesuren teruggebracht tot twee per week. „Voor de leerlingen ben ik een instantie, die man die af en toe langskomt.” Ze mogen hem bij zijn voornaam noemen, maar niemand doet dat meer.

De samenvatting van vandaag kregen ze voor de helft cadeau. De opdracht vertelde al wat er ongeveer in moest staan. Op Nederlands kun je niet zakken.

De school gaat verdwijnen, het gebouw gaat plat. Na een fusie blijft een klein gymnasium over. Veel leraren raken hun baan kwijt, Dick van der Mark (55) niet. Hij gaat mee naar de nieuwe school. Een overlever in het onderwijs.

Heeft u ervaring met dit examen? Deel deze op nrc.nl/eindexamen