Ik stond op en schreeuwde ‘yes’

Schrijver Arnon Grunberg is aangekomen in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Deel drie van een serie.

Tot mijn verbazing heb ik Irak weten te bereiken.

De hoop dat het zou gaan lukken was geslonken, nadat ik van mijn vlucht was verwijderd, omdat de dienstdoende militair mij niet ‘here’ had horen roepen.

Terwijl ik toch uit alle macht had geschreeuwd.

De procedure werkt als volgt: in een tent waar de airconditioning te hoog staat, zit je met andere reizigers, militairen en burgers die diensten verlenen aan het leger, te wachten tot je naam wordt omgeroepen.

Twee keer per etmaal vindt er een formeel appèl plaats voor potentiële reizigers die nog geen bevestiging hebben ontvangen dat ze op een vlucht zitten. Het appèl garandeert je geen plaats, alleen dat je mag blijven wachten. Niet komen opdagen voor het appèl betekent dat je geheel verdwijnt van de lijst.

Te zacht ‘here’ roepen of op het verkeerde moment naar het toilet gaan, heeft uitsluitend tot gevolg dat je achteraan de lijst komt te staan.

Gelukkig zat vóór mij een magere Irakees met een snor. Toen zijn naam tijdens het appèl werd omgeroepen, schreeuwde hij niet ‘here’, maar ‘yes.’ Tevens stond hij op en stak één hand in de lucht alsof hij in de klas zat en een vraag wilde stellen. Maar al snel stak hij zijn andere hand ook omhoog en hij bleef roepen: ‘Yes, yes, yes.’

Langzaam werd zijn stemgeluid zachter, daarbij keek hij onderzoekend om zich heen alsof hij van andere mensen wilde horen of hij nog door moest gaan met roepen of dat het zo genoeg was. Toen de dienstdoende militair drie namen verder was, prevelde deze Irakees nog altijd ‘yes.’ Totdat het kennelijk tot hem doordrong dat nog langer ‘yes’ roepen niets aan zijn lot zou veranderen en hij gelaten ging zitten.

Normaal is het verstandig hulp te zoeken bij sterkeren. In dit geval leek het me goed aansluiting te zoeken bij een collega-ondermens.

‘Moet u ook naar Bagdad?’ vroeg ik.

‘Ja,’ zei hij in moeilijk verstaanbaar Engels. ‘Maar vandaag gaan er geen vluchten meer.’

Toen een kleine vierentwintig uur later mijn naam voor vluchten naar Bagdad International Airport weer bovenaan de lijst stond, wist ik genoeg. Ik stond op en ik schreeuwde ‘yes’. En toen de dienstdoende militair alweer vijf namen verder was, bleef ik nog altijd ‘yes’ roepen.

Zo ben ik in Camp Striker beland.