Enquête voor zaak-Spijkers

Nu Pieter van Vollenhoven zich met de zaak-Spijkers bemoeit, is de tijd rijp om een doorbraak te forceren, vinden Leo Huberts en Hans van den Heuvel. We moeten van de fouten leren.

Andermaal is er veel belangstelling voor klokkenluider Fred Spijkers die bijna een kwart eeuw geleden voorkwam dat de ontploffing van een ondeugdelijke mijn (met dodelijke afloop) in de defensiedoofpot belandde. Wat er vervolgens met Spijkers is gebeurd, tart elke beschrijving. Niemand in Nederland is zo lang en zo ingrijpend, gecriminaliseerd door de Nederlandse overheid. Het gaat om fraude, misleiding, intimidatie en geweld. Vele ambtenaren en politici hebben daaraan meegewerkt of hebben dit laten gebeuren.

Wat er gebeurde en gebeurt, is in strijd met alles wat de rechtsstaat en een integere overheid dienen te belichamen, zo werd onlangs ook door UvA-onderzoek onder leiding van Joep van Vliet vastgesteld (NRC Handelsblad, 6 maart). De onthutsende conclusie was dat overheidsdienaren 23 jaar lang middelen hebben gebruikt om onrecht te begaan: ze waren „slecht” of zelfs „kwaadaardig”. „Ministers, staatssecretarissen en hun ondergeschikten hebben Spijkers het leven en de uitoefening van zijn rechten gedurende 23 jaar onmogelijk gemaakt, omdat hij onrecht aan de kaak stelde.”

Vervolgens bleef het stil van de kant van de vele beschuldigden met de onbegrijpelijke verwijzing naar een vaststellingsovereenkomst die een deel van het probleem geworden is. Zodra het dichtbij komt, tonen onze bestuurders, en zeker de leden van het kabinet, geen besef van wat integriteit en moreel leiderschap inhouden, zo concludeerden we op 19 april op de opiniepagina van deze krant.

Het UvA-onderzoek leidde tot aandacht, maar een doorbraak bleef uit en die zal er voorlopig ook wel niet komen, zelfs niet nu een lid van het koninklijk huis, prof. mr. Pieter van Vollenhoven, de moed heeft zich in dit mijnenveld te begeven (zoals Spijkers dat zondagavond betitelde). Bovendien zien we in de commotie van nu een gevaar.

De helft van de Tweede Kamer wil dat er een streep komt onder het klokkenluidersdossier Fred Spijkers. Dat moet voor de zomer worden opgelost. Dat schrijven de SP, PvdA, ChristenUnie, D66, GroenLinks en de Groep-Verdonk aan staatssecretaris Jack de Vries (Defensie). Ze willen dat Spijkers’ problemen met zijn inkomen, pensioen, belastingaanslagen, rekeningen van arts en advocaten, verzekeringen en een administratieve rectificatie voor de zomer zijn opgelost. Zij stellen voor dat Pieter van Vollenhoven wordt aangesteld als vertrouwenspersoon om Spijkers te ondersteunen.

Dat is een mooi initiatief en we gunnen het de zieke Spijkers meer dan graag. Toch zal diezelfde Spijkers de eerste zijn om te beklemtonen dat de aandacht voor zijn persoon, hoe urgent ook, niet mag betekenen dat de aandacht stokt voor de ‘zaak-Spijkers’ zelf, de zaak van alle klokkenluiders en het herstel van rechtstaat en bestuurlijke integriteit.

Daarom komen we nu met een vijfpuntenplan. Het zou de minister en staatssecretarissen sieren wanneer ze de moed op zouden brengen nu een doorbraak te forceren. Die ligt voor het oprapen, wanneer ze drie basisprincipes zouden steunen in de zaak Spijkers (over geld, verantwoordelijkheden en archieven) en het initiatief nemen ook andere klokkenluiders te helpen én te leren van gemaakte fouten.

Spijkers en zijn twee kinderen worden in staat gesteld hun leven op te pakken door de expliciete vaststelling dat ze gebruik kunnen maken van de toegekende financiële tegemoetkoming, zonder dat dit Spijkers bindt aan beperkingen. Defensie komt de afspraak na dat de kosten van de advocaat en vertrouwensarts van Spijkers betaald worden. Bij dit alles assisteert een onafhankelijke bemiddelaar (de bereidheid daartoe van Pieter van Vollenhoven wordt omarmd; Spijkers heeft zijn vertrouwen in hem uitgesproken, nu het kabinet nog).

Geen enkele politieke of ambtelijke functionaris mag zich kunnen onttrekken aan de verantwoordingsplicht voor ernstig falen in het verleden. Van strafrechtelijk en bestuursrechtelijk onderzoek en procedures kan niemand worden gevrijwaard. Het is aan de rechterlijke macht en niet aan kabinet of ambtenaren om hier de grenzen te trekken.

Algemeen geldt dat het openbaar bestuur verantwoording aflegt over politieke en ambtelijke beslissingen en besluitvormingsprocessen door middel van archivering en openbaarmaking. Er is geen reden om informatie over Spijkers langer geheim te houden dan in dit soort gevallen gebruikelijk is. De archieven zouden beschikbaar moeten komen en te raadplegen zijn op een wijze die ook voor soortgelijke gevallen geldt. Het is aan de rechter om dit te toetsen.

Er wordt voortvarend gewerkt aan een oplossing voor andere urgente klokkenluiders zoals Ad Bos. Het door de meerderheid van de Tweede Kamer gesteunde plan voor een noodfonds wordt snel ingevoerd. De minister van Binnenlandse Zaken neemt het voortouw, ongeremd door mogelijke tegenwerking vanuit andere departementen en realiseert dat per 1 september. Ondertussen wordt ook gewerkt aan de door de minister beloofde verbetering van de wijze waarop de overheid reageert op klokkenluiders.

De Tweede Kamer initieert een serieus onderzoek naar wat is misgegaan in de wijze waarop de rijksoverheid met klokkenluiders omgaat. Een parlementaire enquête is daarvoor nodig omdat veel politici, bestuurders en ambtenaren onder ede gehoord moeten kunnen worden (evenals andere betrokkenen zoals landsadvocaat en ombudsman).

De enquête zou zich niet moeten beperken tot de zaak-Spijkers. Het gaat er om van een aantal extreme gevallen te leren welke mechanismen ertoe hebben geleid dat de rechtsstaat met voeten is getreden en individuele burgers tot slachtoffer zijn gemaakt. Daarvoor is de informatie onmisbaar van ambtenaren die tot nu toe hebben moeten zwijgen.

Leo Huberts is hoogleraar Bestuurskunde, Hans van den Heuvel emeritus hoogleraar Beleidswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.