Dries van Agt inspireerde later de echte populisten

Dries van Agt ontving vanmorgen zijn biografie. Vol met anekdotes. De ‘belhamel’ kwam er graag even voor terug naar het Haagse Catshuis.

Dat Dries van Agt de eerste populist was in de Nederlandse politiek is misschien wat veel gezegd. Maar zijn politieke leiderschap had zeker kenmerken van populisme, zo valt op te maken uit de vandaag verschenen biografie over Van Agt. „Hij salueerde alléén naar zijn kiezers en hij boog niet naar links en niet naar rechts. Beide werden later gekopieerd door échte populisten”, schrijven de biografen Johan van Merriënboer, Peter Bootsma en Peter van Griensven over de CDA-premier van 1977 tot 1982.

Premier Balkenende bood vanmorgen op het Catshuis het eerste exemplaar van de biografie Tour de Force aan de oud-premier aan. „Dries van Agt was de belhamel van het Binnenhof. Baldadig, maar charmant”, zei Balkenende bij die gelegenheid.

In de biografie worden de vele rollen behandeld die de publieke figuur Van Agt had: de rechtsvernieuwer, de ordehandhaver, partijleider van het CDA, de stoorzender tegen ‘links’, de premier, de commissaris van de Koningin in Brabant, de diplomaat in Japan en de Verenigde Staten en de activist voor de Palestijnen. Een eigenzinnig man, onvoorspelbaar, een solist. Hij had „het air van een non-politicus”, schreef zijn grote rivaal Joop den Uyl in 1982.

Het is een biografie vol anekdotes. Zo vertelt Van Agt dat koningin Juliana in 1980 er op aandrong dat bij haar troonafstand gevangenen gratie zouden krijgen. Dat zag het kabinet niet zitten. Omdat Van Agt in het buitenland was moest vicepremier Hans Wiegel haar op andere gedachten brengen. Juliana zou uiteindelijk uiroepen: „Maar kunnen we dan niet alle gevangenen op de dag van de troonswisseling een slagroomtaart sturen?” Wiegel zou toen hebben geantwoord. „Majesteit, dat lijkt me een uitstekend idee. En dan spuiten we met slagroom op elk van die taarten: ‘Nog vele jaren!’ Daarmee was het punt van de agenda.

Een andere opmerkelijk voorval speelde ook in 1980. Van Agt ging met onder anderen Prins Bernhard naar de begrafenis van de Joegoslavische premier Tito. Ex-premier en PvdA-leider Joop den Uyl zou ook mee gaan. Bernhard was de piloot van het regeringsvliegtuig. Hij had na de Lockheed-affaire niet zoveel op met Den Uyl, die hem in zijn ogen veel te hard had aangepakt. Van Agt: „De Prins zat achter al die knoppen, met zo’n toeter op z’n oren. Naarmate de tijd verstreek, ging hij steeds vaker op zijn horloge kijken, zag ik. Hij hoopte vurig, dat Den Uyl het niet zou halen! En klokke half één schoot dat vliegtuig weg en gingen we! En ja hoor: terwijl we nog over de startbaan gingen zag ik de auto van Joop aankomen. [...] De piloot zat te glunderen van voldoening.”

Van Agt was de eerste politiek leider van het CDA, in de jaren zeventig en begin jaren tachtig. De drie auteurs proberen een aantal mythes door te prikken. Bijvoorbeeld dat hij met opzet de formatie met de PvdA in 1977 had laten mislukken. Vooraf of tijdens de formatie was er geen enkel contact met VVD’er Hans Wiegel, met wie hij later een kabinet zou vormen.

De moeizame relatie met Joop den Uyl was bekend. Van Agt vertelde zijn biografen dat hij graag nog eens „een avond of wat met hem in afzondering had willen zijn voor gesprekken in alle rust over de dingen die ons destijds verdeeld hielden. [...] Een beetje als gerijpte mensen.”

Over zijn eerste kabinet (1977-1981) oordeelt Van Agt nu weinig positief omdat het sociaal-economisch beleid en het bezuinigingsplan Bestek ’81 waren mislukt, met name doordat de CDA-fractie onder leiding van Ruud Lubbers er gaten in had geschoten. De biografen schrijven hierover: „Ironisch genoeg staat Lubbers [...] te boek als de grote saneerder die de economie weer vlot trok. Dat beeld ontstond later. Zuur voor Van Agt.”

Met de politieke populisten van nu is er ook een overeenkomst, zo blijkt uit het boek: Van Agt werd in het begin van zijn carrière ernstig bedreigd. Dat was in 1972 toen hij als minister van Justitie de Drie van Breda – de Duitse oorlogsmisdadigers– wilde vrijlaten. Van Agt kreeg een lijfwacht en logeerde een periode in wisselende hotels. Ook zijn gezin kon een tijdje niet thuis blijven wonen. Een jaar later bleek het Van Agt dat dat zijn kinderen erg had aangegrepen: zijn zoon van twaalf nam een hockeystick mee naar bed.

Recensie: vrijdag in Boeken

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Van Agt

In het artikel Dries van Agt inspireerde later de echte populisten (19 mei, pagina 3) staat dat Van Agt in 1980 naar de begrafenis van de Joegoslavische premier Tito ging. Tito was premier van Joegoslavië van 1945 tot 1963, en president van 1953 tot zijn dood in 1980.