De dreigende topman

Hou ons vast of we begaan een ongeluk. Dat is de boodschap van diverse toplieden van het Nederlandse bedrijfsleven als de discussie over de hoge beloningen van de bedrijfstop in Nederland nog veel verder gaat. Het ongeluk in kwestie is het verplaatsen van het hoofdkantoor van hun bedrijven naar het buitenland. Deze suggestie, ditmaal verwoord in het onlangs verschenen boek Het grote graaien van Volkskrant-journalist Xander van Uffelen, is zeker niet nieuw. Als ieder dreigement op dit vlak van de afgelopen vijftien jaar daadwerkelijk was uitgevoerd, stonden er nog maar weinig hoofdkantoren in Nederland.

Toch blijft het vooruitzicht voldoende om schrik aan te jagen. Hoofdvestigingen zijn belangrijk. Ze zorgen voor hoogwaardige werkgelegenheid, zijn de spil in een netwerk van belendende hoogwaardige diensten en stimuleren indirect ook de culturele infrastructuur.

En inderdaad: ze zijn formeel met één pennestreek te verplaatsen. Dat laatste onderstreept overigens hoe gratuit de uitruil drie jaar geleden was toen Royal Dutch Shell een Britse plc werd, maar het hoofdkantoor in Nederland bleef.

Vaak gingen dreigementen in het verleden over het fiscale klimaat of andere vormen van overheidsbeleid die het belang van het bedrijf raakten. De variant die nu in opkomst is , behelst een particulier belang: het eigen inkomen en dat van de rest van de top van het bedrijf. Daarmee wordt een belangrijke grens gepasseerd.

De indruk wordt namelijk gewekt dat de vennootschap in wezen het eigendom is van de top persoonlijk, die daarmee kan doet wat haar goeddunkt.

Sinds de late negentiende eeuw is het eigendom van grote bedrijven steeds meer gescheiden van de leiding. Dit tekent de opkomst van de moderne manager. Die manager hoort niet meer te zijn dan wat hij is: te weten een betaalde kracht die belast is met de dagelijkse leiding van het bedrijf dat hem in dienst heeft. Het eigendom berust immers bij de aandeelhouders. In de jaren negentig van de vorige eeuw is, met ogenschijnlijk succes, opgetreden tegen het besloten netwerk van managers en commissarissen dat de macht van aandeelhouders sindsdien had weten in te perken.

Dat topmanagers nu het lot van het bedrijf waarvoor zij werkzaam zijn, afhankelijk maken van een discussie over hun particuliere beloning, geeft aan dat de principiële kant van de zaak nog niet helemaal tot hen is doorgedrongen. Ze zijn direct of indirect in dienst van hun bedrijf en in het verlengde van hun aandeelhouders, met alle voordelen van dien, inclusief ontslagvergoedingen en een uitstekend verzekerde hoofdelijke aansprakelijkheid.

Dat wil niet zeggen dat er niet goed verdiend mag worden. Integendeel: de beloning van de leiding van een groot concern mag zeer hoog zijn. Dit soort werkzaamheden vergt een groot talent, een moordende inzet en zeldzame capaciteiten.

Maar de toon die nu in de discussie over topsalarissen wordt gebracht is vals. Nog niet zo lang geleden klonk als enig argument voor hoge inkomens dat het talent anders zou vertrekken naar het buitenland. Niets staat de top van het bedrijfsleven in de weg om zulks te doen. Dus voel u vrij, maar neem geen hoofdkantoor mee dat niet van u is.