Barbier: Opera van de Lach

Opera Il barbiere di Siviglia van G. Rossini door Opera Zuid en Brabants Orkest o.l.v. Fabrice Bollon. Decors: Herbert Janse; kostuums: Arien de Vries; regie: Jetske Mijnssen. Gezien: 17/5 Parktheater Eindhoven. Herh. t/m 14/6 (scènisch; 1/7 Den Bosch en 8/7 Amsterdam semi-scènisch). Inl.: www.operazuid.nl

Dr. Bartolo is een oudere plastisch chirurg en de jongedames lopen bij hem de deur plat voor een andere neus. In de wachtkamer kleppen ze met zijn assistente en twisten met zwaaiende tassen om voorrang. Ze verdwijnen in de behandelkamer en komen er met een pleister over de neus weer uit.

Als de muziek van Rossini’s ouverture bij Il barbiere di Siviglia wordt herhaald, begint de scène opnieuw, alles perfect op de sprankelende en flitsende muziek. Aan het eind van de ouverture is er al een bijna complete en hilarische voorstelling achter de rug.

Wie in Nederland Il barbiere di Siviglia opvoert, zoals Opera Zuid nu doet, moet opboksen tegen de herinneringen aan de legendarische Barbier van Dario Fo bij de Nederlandse Opera. De hartveroverende productie uit 1987 was een publiekslieveling en werd tot en met 2006 talloze malen herhaald, tot in het verre buitenland. De decors en kostuums werden uiteindelijk opgekocht door Los Angeles.

Dario Fo, de latere Nobelprijswinnaar, presenteerde zijn Barbier in de stijl de commedia dell’ arte, het historische Italiaanse komische theater. Jetske Mijnssen gaat bij Opera Zuid minder fijnzinnig te werk. Ze maakt haar Barbier tot een eigentijdse klucht volgens de klassieke regels, inclusief al die deuren waarachter iedereen voortdurend verdwijnt. Eén is van de wc en die staat nogal eens open.

Het is ‘Opera van de Lach’, zaterdagavond zeer succesvol bij het deels ook bijzonder schatergrage Eindhovense publiek, dat de producten van Philips in hoofdrollen op het podium zag. Voortdurend gegrinnik en geproest, al bij de opkomst van de stofzuiger en bij het gehannes met de Senseo. Rossini’s verhaal (‘oude bok lust nog groen blaadje’) is wat van zijn sufheid ontdaan, ook door de hedendaagse boventiteling: ‘Wat een eikel!’, ‘Oh, shit!’

Lachen was het vooral om de geestige en onbekommerd herkenbare typeringen van de personages. Cliché’s en karikaturen worden niet vermeden, maar uitgebuit. Graaf Almaviva (Raphael Pausz) is een opzichtige crooner in zijn serenade en wordt door de ontevreden musici tot op zijn slipje uitgekleed. Figaro (Willem de Vries) en zijn vier assistenten zijn kontdraaiende nichtenkappers in roze outfit. Rosina (Helen Lepalaan) is een erg kortgerokt en zeer langbenig kittig ding. De werkster Berta (Machteld Vennevertloo) is een onverstoorbaar typje, luisterend naar haar i pod. De geldwolf Basilio (Henk van Heijnsbergen) zingt met verve zijn lasteraria in de wachtkamer.

Opmerkelijk is Dr. Bartolo (Pjotr Micinski), die hier de allerleukste rol heeft. Anders dan anders is hij als personage het meest gedetailleerd en hij blijft ook na zijn nederlaag in de liefde toch nog flink overeind.

De voorstelling van Mijnssen, die in haar eerste grote productie de kunst van het doseren goed beheerst, is alleen al daarom vakwerk. Muzikaal en vocaal is alles redelijk tot goed. Niet de perfectie staat voorop, maar de humor.