Waarom ouders kinderen liever bij opa en oma brengen

In haar column `Kleine stapjes, maar foute stapjes` (Opiniepagina, 9 mei) vraagt Margo Trappenburg zich af waarom Nederlandse ouders hun kinderen liever bij oma en opa brengen dan naar het kinderdagverblijf. Als mogelijke redenen voert Trappenburg de eventuele gebreken van de kinderopvang aan, met ten slotte de mogelijkheid dat ouders sowieso meer vertrouwen hebben in de opvoedkwaliteiten van de grootouders.

Hierbij lijkt mevrouw Trappenburg aan een belangrijke, zo niet de belangrijkste, reden om kinderen aan grootouders toe te vertrouwen voorbij te gaan. Ouders willen graag dat hun kinderen een band opbouwen met hun opa en oma. De band die je als kind opbouwt met je grootouders als je hen wekelijks ziet is zeer kostbaar. Ook de band tussen ouders en grootouders is hier mee gebaat en brengt met zich mee dat de ouders minder alleen staan in hun opvoedingstaak. In de huidige gezinssituaties waar kinderen in kleine, soms geïsoleerde, gezinnen opgroeien is het geregelde contact tussen ouders, grootouders en kleinkinderen daarom van groot belang.

Bovendien functioneren de grootouders dan tevens als achterwacht. Als er iets bijzonders aan de hand is, kunnen de ouders een beroep doen op hen, omdat zij de kinderen door en door kennen. Een belangrijk aspect in dit familiale gebeuren is de continuïteit van de contacten over jaren, iets wat goud waard is in het leven van ouders en kinderen.

Hoezeer deze contacten het leven verrijken van de betreffende grootouders laat ik buiten beschouwing.