Violist Prunaru moet in Amsterdam blijven

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi, m.m.v. Liviu Prunaru (viool). Gehoord: 16/5 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: 18/5, 14.15 uur, via Radio 4.

Zijn tweede proefjaar als concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest zit er bijna op, en volgende week wordt besloten of Liviu Prunaru een vaste aanstelling krijgt. Als altijd zijn er voor- en tegenstanders, zo wordt gefluisterd. Geen ontspannen soleersituatie dus voor deze Roemeense violist, die geruggensteund door zijn orkest met ware heldenmoed een smetteloze, stijlvolle en warmbloedige lezing gaf van het Derde Vioolconcert van Saint-Saëns.

Datzelfde concert speelde Prunaru ook op zijn zeventiende, om toegelaten te worden tot het conservatorium van Boekarest, waarna het stuk hem ook op internationale concoursen geluk bracht. Geen wonder dat Prunaru zich voor zijn debuut als solist bij het Koninklijk Concertgebouworkest opnieuw op Saint-Saëns verliet, en dat deed hij met grote klasse. Tot in de kleinste details van dit berucht virtuoze concert had hij zich zó grondig voorbereid, dat er nauwelijks meer iets mis kon gaan.

Maar Prunaru is veel meer dan een vlijtig werkpaard. Hij bespeelt zijn instrument met de grandeur van de virtuozen uit de gouden eeuw van het vioolspel. Hij is bovendien een fijnzinnig musicus met een gave voor klankschoonheid, balans en het uitspinnen van pure, zangerige lijnen. In de voetsporen van zijn leraar Yehudi Menuhin maakt hij daarbij vaak gebruik van het portato: nauwelijks waarneembare versnellingen of vertragingen in het legato, die de frases sprekender maken.

Juist dat portato klonk soms een beetje stug, waardoor de partij op sommige momenten iets te weinig doorstroomde. Optimaal kwam Prunaru’s innemende muzikaliteit tot uiting in zijn prachtige toegift: het Andante uit Bachs Tweede solosonate.