Verliefd geheugen

Met grote belangstelling nam ik kennis van de verhandeling van Prof. Swaab over het verliefde brein in Z&tcetera van 10 mei. Na lezing kwam de volgende vraag bij mij op: wanneer bij verliefde mensen, bij het zien van een foto van hun geliefde, uitsluitend sprake is van activatie van hersenstructuren die ver onder de hersenschors liggen, wil dat dan ook zeggen dat op het moment dat je ‘op slag’ verliefd wordt de cortex geen enkele rol gespeeld heeft?

Zou de verliefdheid het gevolg zijn van een olfactorische prikkel (de reuk van de geliefde) dan zijn we uitgepraat. Reukprikkels gaan immers rechtstreeks naar de amygdala en staan verder niet onder controle van de hersenschors.

Wanneer het echter om meer gaat dan alleen de reuk van de ander, dan bereikt de sensorische waarneming van de geliefde ook nog eens via de orbitofrontale cortex (OFC), welke deel uitmaakt van de prefrontale cortex, de amygdala. De taak van de OFC is daarbij om te controleren of de amygdala niet te overhaast te werk gaat. In het laatste geval treedt hij inhiberend op.

De OFC doet dit in het geval van de verliefde mens echter niet. Hij vindt dat de amygdala hier correct heeft gehandeld en treedt dus niet remmend op. Daarmee ontstaat dan de paradox dat de orbitofrontale cortex , en dus de cortex, wèl en niet bij het proces van verliefdheid is betrokken.

De vraag wordt dan, wat de (evaluerende) OFC er toe bewogen heeft ‘instemmend’ te reageren op de primaire reactie van de amygdala. Mijn antwoord op deze vraag is niet meer dan een speculatie. Hierbij heb ik mij laten inspireren door een bekend voorbeeld uit de vakliteratuur van de wandelaar in het bos. Hij meent in eerste instantie een slang op zijn pad te zien liggen. Via thalamus en amygdala wordt het lichaam onmiddellijk in staat van paraatheid gebracht. De OFC constateert echter dat het om een tak gaat en niet om een slang en stopt onmiddellijk de door de amygdala in gang gezette processen.

Interessant is nu dat ook stadsmensen die nog nooit in hun leven een slang ontmoet hebben een vrees inboezemend beeld van een slang in zich hebben. Dit beeld ligt opgeslagen in de hippocampus. Het is een beeld dat wij kennelijk meedragen vanuit een verleden dat ver achter ons eigen leven ligt en dat in dienst staat van de overleving.

Overleven en voortplanten kunnen beschouwd worden als intrinsieke doelen van het leven. Alles wat hiertoe ten dienste staat wordt ‘ingebouwd’ in de mens. Daartoe zou ook het positieve beeld van de man of de vrouw uit een ander leven kunnen behoren dat de voortplanting ten goede kan komen en daarom ‘aantrekkelijk’ is. Net als het beeld van de slang wordt dit in ons (emotionele) geheugen, de hippocampus, opgeslagen. De OFC treft dit aantrekkelijke beeld daar vervolgens aan, ziet dat dit goed is en geeft daarom zijn ‘fiat’.