Verleiden en intimideren met 190 km per uur

De Limburgse politie kent de vele drugsrunners. Toch blijven ze komen. Drie reden zich onlangs dood. Een euregionale recherche moet uitkomst bieden.

Hulpdiensten bij de auto die zaterdag in Maastricht op een betonnen muur botste. Foto Loraine Bodewes Maastricht-10-05-2008-In de nacht van vrijdag op zaterdag zijn bij een verkeersongeval op het Oranjeplein drie dodelijke slachtoffers gevallen en een zwaargewonde. Ze zaten alle vier in dezelfde auto. Foto; Loraine Bodewes Bodewes, Loraine

Na een paar uur zie je ze overal. Snelle, wendbare en donkere auto’s die veel te hard rijden of juist te zacht. Drugsrunners. Nu, donderdagavond tien voor negen een donkere Audi. Er zitten drie mannen in: twintigers met petten over hun opgeschoren, zwarte haar. Ze rijden stapvoets de A2 op en staan dan stil op de vluchtstrook.

Ze maken vaart als ze een Frans kenteken in hun spiegel hebben gezien. Na een zwier aan het stuur bezetten ze de linkerbaan. Eentje gebaart, blijft gebaren. Zijn portier nadert de Franse bestuurder. De auto’s rijden steeds harder. Dan maakt de Fransman dat-ie wegkomt. De Audi neemt de eerstvolgende afrit.

Dinsdag werd bekend dat het drugsrunners waren, de drie Rotterdammers die zich vorig weekend op het Oranjeplein aan de kop van de A2 in Maastricht doodreden. Een vierde inzittende raakte zwaargewond. Burgemeester Gerd Leers van Maastricht pleitte voor camera’s aan de snelweg die kentekens herkennen. Het was niet het eerste verkeersongeluk dat drugsrunners veroorzaakten.

Op de snelweg tussen de stadsgrens van Maastricht en de landsgrens met België zijn Fransen op zoek naar drugs. Marokkaanse jongens in snelle auto’s – ze wonen in de Randstad – willen dat ze die bij hén kopen. Ze verleiden, intimideren, dwingen met 180, 190 kilometer per uur. Soms achtervolgen ze elkáár – het gaat om veel geld. En agenten volgen die drugsrunners, in auto’s die niet op politiewagens lijken. Ze zeggen te weten wie de drugsrunners zijn, maar toch blijven die komen.

De politie Limburg-Zuid registreerde 460 drugsrunners, onder wie de Rotterdammers die omkwamen. Drie van de 460 zijn níet van Marokkaanse afkomst. Het zijn mannen van in de twintig – een enkeling is 15 of 16 – die óf in de wijk Achterwillens in Gouda, óf in Delfshaven in Rotterdam, óf in Kanaleneiland in Utrecht wonen. Ze kennen elkaar. Ze verdienen 2.000 tot 8.000 euro per maand. Na een half jaar hoeven ze de A2 niet meer op. Dan laten ze anderen rijden. Het gaat niet meer om grammen, het gaat om kilo’s, zegt Philippe Huinen. Bij de politie Limburg-Zuid leidt hij de aanpak van drugsrunners. Eerder bestreed hij drugsoverlast in Heerlen.

Sinds april vorig jaar nam de politie 70 auto’s in beslag, 125 drugsrunners werden opgepakt, 151 verdachten mogen het gebied niet meer in. De politie schreef ruim 3.500 bekeuringen uit. Het hielp, voor even. In februari nam de overlast weer toe. Nu is het team dat drugsrunners aanpakt samengevoegd met het team dat zich inzet tegen grensoverschrijdende criminaliteit, het Joint Hit Team.

Op het politiebureau vertelt Huinen om vijf uur tegen de vijf mannen en twee vrouwen wat hun die avond te wachten staat. Ze eten een opgewarmd maal, dat ze van huis meenamen. Huinen vertelt dat twee van hen die avond zullen posten bij een flat waar wel eens drugs zou kunnen worden verhandeld. Twee posten bij een ander pand. Twee op de weg. Eén moet een verdachte verhoren.

Als later blijkt dat bij de panden niets gebeurt, verzamelen ook de andere teams zich na negen uur bij de parkeerplaats van de McDonald’s. Daar hangen de drie mannen met petten bij de Audi. Huinen houdt ze in de gaten. Het blijkt een rustige avond te zijn in Maastricht. Morgen is uitkeringsdag in Frankrijk.

„Soms zet je op een avond een aantal dingen uit en dan moet je toch iets anders doen”, zegt Huinen. „We hebben veel informatie over de drugsrunners. Maar als blijkt dat het niet werkt, dan gaan we achter een koper hangen en kijken of we hem tot een pand kunnen volgen.” Zo’n pand binnen vallen, dat is lastig. Voor een doorzoeking is toestemming nodig van de rechter-commissaris. En morgen zijn veel van de mensen vrij. „Het probleem met de panden is ook dat ze er vanaf twaalf uur ’s nachts actief zijn. Ze weten dat de politie dan naar huis is. Je kunt de mensen niet constant nachtdiensten geven. De arbeidstijdenwet verbiedt dat.”

De drie jongens stappen in.

Huinen zegt: „Hij gaat richting pleintje. Ik heb geen zicht meer.”

Hij hoort: „Hij staat stil ter hoogte van pomp vier.”

Drie politieauto’s blijven volgen tot op de A2. 150, 180 km per uur.

„Ja, ze gaan runnen. Daar gaat-ie, kijk. Wij gaan over het viaduct heen en pakken hem heel natuurlijk weer op.”

Dat horen zijn collega’s niet meer. We zijn de Belgische grens gepasseerd. Hij keert om. Zijn mobiel gaat over op Proximus, wat betekent dat hij de verkorte nummers van zijn collega’s niet meer kan bellen.

Het is bijna tien uur. De Audi maakt vaart, passeert de politieauto van Huinen. Rijdt naast een Franse auto. Ervoor. Op de rem. 40 km per uur. Fransman weg. Een andere politiewagen jaagt de auto nu na. „Je kan ze twee keer passeren, maar dan ga je stuk met je auto. Dan hebben ze je gezien.” Drugsrunners krijgen honderd euro als ze de handelaren een nieuw politiekenteken doorgeven. Ze staan bij het politiebureau om te zien welke er vertrekken. „Deze is eigenlijk al te lang in gebruik.”

Zij hebben niets te verliezen, zegt Huinen. Ze negeren een stopverbod, rijden tegen het verkeer in, of in het donker met 220 kilometer per uur en gedoofde lampen. Ze hebben wapens bij zich, soms tienduizenden euro’s. Als de politie hun auto’s in beslag nemen, kopen ze een nieuwe.

De drie jongens stappen uit, in een rustige woonwijk. Huinen zegt dat ze weten dat hij ze in de gaten houdt. „Ze zijn moeilijk te volgen. Je hebt gezien hoe ze bewegen en schudden.”

Móchten ze maar preventief fouilleren op drugs. Konden ze de grote pompstations maar opdragen drugsrunners er niet te laten tanken. Hadden ze maar stickers: Ik ben een drugsrunner om op hun ruiten te plakken, en dat die er niet meer afgingen.

Het is niet alleen ons probleem zegt hij. De Nederlandse, Belgische en Duitse politie en justitie streven naar een gezamenlijke recherche. Op een congres vorige week vrijdag zei korpschef Velings van politie Limburg-Zuid dat die er binnen drie maanden kan zijn.