Verantwoordingsdag: een dag voor nieuw elan

Het kabinet Balkenende IV slaagt er niet in zich te presenteren als een gezamenlijk project. ‘Samen leven, samen werken’ was het motto, maar diverse ministers zijn bezig met een eenzaam avontuur: Donner (Justitie, CDA) met de versoepeling van het ontslagrecht, Vogelaar (Wonen, Wijken, Integratie, PvdA) met haar prachtige krachtwijken en Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) met zijn slag om het kinddossier. Of Hirsch Ballin (Justitie, CDA) die onlangs nog een blauwtje liep bij PvdA-vicepremier Bos, toen hij probeerde de reikwijdte van het verbod op smalende godslastering te verruimen.

Als een huwelijk zonder liefde, zo omschrijft men in CDA-kring de samenwerking met de sociaal-democraten. En ook de Dritte im Bunde, de kleine ChristenUnie, weet de vonk tussen de beide grote regeringspartners niet te laten overslaan. Op zichzelf genomen is dit iets om de schouders over op te halen. Ernstiger is evenwel dat uit opinieonderzoek naar voren komt dat het huidige kabinet historisch laag scoort op het punt van vertrouwen onder de burgers. Positief geformuleerd hebben premier Balkenende en zijn ministersploeg nog een wereld te winnen.

De drie regeringspartijen delen met elkaar een hernieuwd geloof in maatschappelijke maakbaarheid. Zij namen zich ruim een jaar geleden voor te gaan sleutelen aan het binnenwerk van de samenleving. In steden aan de buurt en zelfs in gezinnen aan de jeugd. Ieder kabinet ontleent zijn signatuur aan dit soort accentverschillen met vorig kabinetten. En de vraag die zich de komende week aandient in de Tweede Kamer is: hoe heeft het kabinet het tot nu toe gedaan? Woensdag is het volgens de jonge traditie in de parlementaire begrotingscyclus ‘Verantwoordingsdag’. Dat is bij uitstek de gelegenheid voor de Tweede Kamer als controleur en medewetgever om de meterstand op te nemen.

Woensdag Gehaktdag, zoals de derde woensdag in mei ook wel wordt aangeduid, wil als politiek evenement tot nu toe niet echt van de grond komen. Politici vinden het formuleren van plannen en het uitgeven van geld kennelijk interessanter dan het kijken naar uitkomsten en controleren van bestedingen. Dat bleek bijvoorbeeld uit het feit dat fracties in de Tweede Kamer de debatten over de verantwoording de afgelopen jaren overlieten aan fractiespecialisten. En zij verzandden meestal in lange betogen over zaken als de medicijnknaak van Volksgezondheid of de puntenwolk van Sociale Zaken.

Het is dan ook toe te juichen dat kabinet en parlement zich nu hebben voorgenomen Verantwoordingsdag serieus te nemen. Gisteren heeft PvdA’er Bos als minister van Financiën reeds de financiële verantwoording van het Rijk gepresenteerd. Volgende week volgt minister-president Balkenende (CDA), die het gevoerde beleid in een verantwoordingsbrief op hoofdlijnen zal verdedigen. En in de Tweede Kamer zullen niet fractiespecialisten maar de fractievoorzitters het debat voeren. Aan alle voorwaarden voor een politiek relevante gedachtenwisseling lijkt voldaan.

Een handicap bij een debat over de verantwoording van de begroting van 2007, opgesteld dus in een vorig kabinet door toenmalig minister Zalm (Financiën, VVD), is dat de verantwoordelijkheid voor de financiële kaders niet helemaal helder is: voor een deel lag die bij de VVD, terwijl de huidige coalitiepartner PvdA juist in de oppositie zat. Deelnemers aan het debat komende week zullen de verleiding moeten weerstaan om achter die onduidelijkheid weg te duiken. En een minister-president die de gelegenheid gebruikt om nog een keer te komen met slogans en klatergoud, zal het vertrouwen van de burger evenmin terugwinnen.

Meer kans daarop maken regeringspartijen die de moed opbrengen om de balans op te maken, te schrappen wat niet werkt en met nieuwe voorstellen te komen. Dat betekent een keuze voor een mid term review, voor politieke vernieuwing. Behalve flexibiliteit is daarvoor vooral onderling vertrouwen en politieke wil nodig. Ontbreekt het daaraan, dan is de coalitie op den duur kansloos.