Sylvie is ongrijpbaar streng

Jazz: Sylvie Courvoisier & Lonelyville. Gehoord : 15/5 BIMhuis, Amsterdam

Voor de eerste noot die ze speelt neemt ze een duik in het binnenwerk van de Steinway. Niet lang daarna spreidt ze beide armen om tegelijkertijd de diskant en de baskant van het klavier te bespelen.

De in Zwitzerland opgegroeide Sylvie Courvoisier (1968) lijkt snel duidelijk te willen maken dat een vleugel voor haar geen rammelkastje is, maar een breed, machtig instrument, dat open staat voor aanrakingen van allerlei aard – van de tederste vingerstrelingen tot de zwaarste vuistdreunen. Het openingsstuk heet niet voor niets Contraste.

Courvoisier is een ‘totaalpianist’ maar ook een componist die voortdurend bezig is met het vasthouden van de vorm; alles moet een functie hebben.

Aan lekker losgaan doet ze niet en ook voor haar bandleden geldt dat vrijheid in gebondenheid het hoogst bereikbare is. Dus klinken de lang aangehouden flageoletten van violist Mark Feldman – met wie Courvoisier al tien jaar in New York woont – alleen op de plaatsen waar madame Sylvie ze wenst. En pakt de Franse cellist Vincent Courtois strijkend, plukkend en op gitaristisch slaand alleen krachtig uit als het past in het concept. En speelt drummer Gerald Cleaver soms keihard, maar meestal zo zacht dat je eigen hartslag er boven uitkomt.

De muziek van Sylvie Courvoisier klinkt door dit alles meestal glashelder; de enige die niet duidelijk speelt is de Japanse Ikue Mori. De geluiden die zij met haar laptop de zaal in zendt, houden het midden tussen die uit een ouderwetse flipperkast en die van een zomers krekelkoor.

Wat wil de Courvoisier met deze Mori, die ook naast haar in het trio Mephista speelt? Haar eigen strengheid relativeren? De bandnaam Lonelyville, ook de titel van een compositie en een cd op het label Intakt, is nog wel te verklaren als een verwijzing naar het mengsel van Europese klassiek en Amerikaanse jazz. Maar het gefrutsel van Mori past daar niet in.

Ondanks Courvousiers heldere pianistiek en haar best te analyseren composities, blijft haar muziek daardoor iets ongrijpbaars en vervreemdends houden. Maar wie titels als Texturologie en Cosmorama bedenkt vindt dat misschien helemaal ok.