Sleeuwijk – Werkendam

Het zomerse weer terwijl het nog maar lente is, schept gezelligheid met vreemden. De zon straalt, de hemel is middeleeuwse schilderijenblauw, gras en bomen suizelen en dus maakt men praatjes. Een bejaarde mevrouw vertelt over haar jeugd als schipperskind, een meneer op een tourfiets is een brug kwijt. Hij laat zich gaarne de weg wijzen, en we houden dat niet zakelijk, nee zeg, we voeren een gesprek. Ik zwaai naar de chauffeur van een oldtimer, een rooie open-dakauto die ik associeer met Brigitte Bardot („een Alfaatje”, denkt man te weten). De chauffeur zwaait met groot gebaar terug.

Massa’s fladderig koolzaad, fluitekruid en boterbloemen met gesmolten glans leiden het Land van Altena in. Het water in de sloten, diep tussen hoge wallekanten en dichtbij in de ronde plassen die ‘wiel’ heten, staat heel stil onder het waterlelieblad. Geen eend te zien. Wel één reiger met een opgetrokken knie, hij staat ook roerloos, want hij is op jacht. Boven de platte richels van de asperge-velden hangen valken, die jagen ook, en daar cirkelt een buizerd – asperge-akkers zijn blijkbaar geschikt als parcours voor muizenmarathons.

Het wandelen gaat hier hoog door het land, over dijken en wallen met rijtjes wilgen in hun zij. In het landschap staan bunkers. Soms dragen die een groene hippiepruik, met klaprozen in hun haar. Staan ze middenin een akker, dan zijn het kale neten want dan worden ze schoongehouden, anders komt er maar onkruid in het serieuze gewas.

We passeren een dijkdorp: een rij propere huizen die met de bocht meebuigt. Achter zo’n huis oefent een meisje circusloopjes met haar paard, het springt op haar commando met vier hoeven tegelijk van de grond. Ontroerend vind ik dat, zo’n groot dier dat even zweeft.

Op de akkers groeit iets in een beginstadium: duizenden plantjes met elk twee blaadjes. Wat zou dat zijn? Sla? Kool? Geen idee. Mijn landbouwervaring ligt decennia achter me, in de schooltuintjes. Daar is die rode auto weer, met dezelfde chauffeur die ook weer zwaait. „MG”, zegt man nu. Ik houd het op het beproefde ‘sportwagen’.

Op het veer over het Steurgat beleeft een hartstochtelijke vrijwilliger zijn eerste dag („we zijn met zeventien veermannen, elk komen we achttien keer aan de beurt”). Hij vaart ons over glimmende golfjes naar een natuurgebied, waar knotwilgjes compacte groene vuisten maken. In de bomen zingt een koekoek zijn eigen naam; het koor van de karekietjes doet hetzelfde, maar in het riet.

Joyce Roodnat

14 km. Kaarten 25 t/m 28 uit: Waterliniepad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2004. Bus 231 (Werkendam, halte Sleurgat) en bus 192 (Sleeuwijk, halte De es) verbinden begin- en eindpunt. Overstappen in Sleeuwijk, halte Tol oost.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correctie

De wandeling Sleeuwwijk -Werkendam (Z&cetera, 17 mei) vond niet plaats in Zuid-Holland, maar in Brabant.