Schoolreis

‘Providentia, beste mensen, een vooruitziende blik, op welke wijze heeft de beeldhouwer dat verbeeld? Beschrijf eens wat u feitelijk ziet.”

Ik bewonder een Belgische collega die zijn leerlingen aan de hand van mollige marmeren dames uitlegt wat deugden zijn. “En die dame daar, mevrouw Temperantia. Denkt u zich even in: u gaat vanavond uit. Uit welk gedrag kan blijken dat u deze deugd beheerst?”

De man is duidelijk in zijn element. Geen betere leerschool dan de wereld. Kerk en geloof zijn voortreffelijk onderwijsmateriaal. Door een stad lopen, de taal van het land moeten spreken, hoe meer excursies hoe beter. Als de schoolleiding althans erkennen zou dat een docent op reis 24 uur per etmaal in touw is. En als ook ouders een prettig verblijf, aangenaam vervoer en redelijk eten belangrijk zouden vinden.

Maar, we weten het, onderwijs moet zuunig. Zelfs lesboeken moeten voor een ramsjprijs. Vele collega’s verblijven om de kosten te drukken met hun groep in afbraakhotels, vaak plekken die geplaagd worden door andere groepen met andere zeden, zodat je als begeleider de hoop op temperantia al ras schipbreuk ziet lijden in de interactiestorm die opsteekt zodra jongeren van verschillende scholen een tijdje in elkaars buurt logeren. Een oud-collega liep uit pure dienstbaarheid met de zweetdroppels op zijn voorhoofd en tienduizend gulden in een leren zakje op zijn borst door Rome en wisselde dagelijks het maximaal toegestaan bedrag alleen omdat de wisselkoers in Italië gunstiger was en het hotel voor zwarte lires een stretcher gratis in een zaal bijzette. Zo maakt de leraar zichzelf tot trekpop van de verwachting dat het goedkoop kan, en dus moet. Want trouwens, een schoolreis is toch een leuk uitje?

Ik herinner me hoe ik na een treinrit van bijna twintig uur, voor het opengeschoven raam, halverwege Toscane met een pincet een beugel repareerde in het niet helemaal ochtendfrisse mondje van het meisje dat mij twee jaar eerder had verweten dat ik geen orde kon houden. En dat ik eens op een bloedhete nacht in een naar zweet, deo en sokken ruikende meisjeszaal op aanwijzingen van het van pijn lijkbleke slachtoffer haar ontwrichte arm weer in de kom moest draaien nadat ik eerder die avond een laveloze jongeman vijf trappen naar boven droeg. Excursies zijn heel leuk. Maar het fijnst is het als je je leerlingen weer veilig aflevert. En de volgende dag achteromkijkt en ziet dat je niet wordt gevolgd. Alleen bent. En herademt.

marijn@marijnbacker.nl