Schade is kwestie van waarderen

De Nederlandse banken en verzekeraars hebben relatief weinig te lijden van de kredietcrisis. Ten minste, zo lijkt het. De kans bestaat dat ze de pijn pas in de toekomst gaan voelen.

Functioneren Nederlandse financiële instellingen wel zoals ze moeten? Die vraag dringt zich op nu de resultaten over het eerste kwartaal bekend zijn gemaakt. Fortis, ING en Aegon kwamen deze en vorige week met kwartaalcijfers. Zo op het eerste gezicht lijken de Nederlandse bedrijven het stuk voor stuk beter te doen dan hun internationale vakbroeders. Ondanks soms forse winstdalingen schreven ze alle drie nog zwarte cijfers. En de gevreesde afschrijvingen op de risicovolle hypotheekportefeuilles vielen ook mee.

Dat is mooi meegenomen voor de bedrijven en de belegger, zou de eerste reactie kunnen zijn. Immers: een bedrijf dat niet of nauwelijks last heeft van de kredietcrisis, is dezer dagen goud waard. Keerzijde is echter dat de Nederlandse financiële instellingen de afgelopen jaren blijkbaar zo risicomijdend belegd hebben, dat ze in de goede jaren ook rendement gemist moeten hebben. Dat is slecht voor hun klanten.

Een antwoord op de vraag of de winsten in de goede jaren opwegen tegen de mogelijke verliezen die tijdens de crisis zouden zijn gehaald, is lastig te beantwoorden. Maar dat de Nederlanders voorzichtig zijn geweest is wel duidelijk.

Hoe het ook zij, de resultaten van de drie grootste beursgenoteerde financiële instellingen van Nederland vielen niet tegen. ING hoefde slechts 55 miljoen euro af te boeken op de winst als gevolg van de crisis. Fortis ging voor 380 miljoen het schip in en Aegon voor 270 miljoen euro. De cijfers waren stuk voor stuk slechter dan in dezelfde periode vorig jaar, maar ook allemaal beter dan analisten op basis van de internationale trend hadden verwacht. ING boekte een winst na belasting van 1,59 miljard euro (15 procent minder dan in het eerste kwartaal van 2007), Fortis boekte een winst van 808 miljoen euro (31 procent minder) en Aegon noteerde 267 miljoen euro in de plus (78 procent minder).

Achter ieder cijfers zit een eigen verhaal. Om met Aegon te beginnen: dat bedrijf is voor 60 procent van zijn winst afhankelijk van de dollar. Zoals bekend is die de laatste jaren fors in waarde gedaald, en de laatste maanden is die daling nog eens versneld. Dat vertekent de winst van Aegon in vergelijking tot meer op Europa gerichte partners.

Voor Fortis geldt dat niet alleen de kredietcrisis, maar ook de kosten van de overname van delen van ABN Amro zwaar drukken op de cijfers. De overname, die Fortis 24 miljard euro kostte, maakt dat zij een probleem heeft met de solvabiliteit, het bufferkapitaal.

ING pakt de onrust op de financiële markten weer anders aan. Het verlies van 55 miljoen euro mag dan klein lijken, het bedrijf wordt wel degelijk zwaarder getroffen door de crisis dan via de winst- en verliesrekening duidelijk wordt. De totale afschrijving op Amerikaanse vastgoedbeleggingen bedroeg maar liefst 2,3 miljard euro, maar die werden opgevangen in het eigen vermogen. Ook in het vierde kwartaal paste ING deze boekhoudkundige ‘truc’ al toe. Toen werd op een verlies van 194 miljoen euro een afwaardering via het vermogen van 751 miljoen genoteerd. De verhouding tussen verlies en afwaardering nu is vele malen groter. In een toelichting zegt ING dat dit volgens de internationale boekhoudregels mag. ING heeft aangegeven de beleggingen niet op korte termijn te willen verkopen, waardoor de afwaardering in principe buiten de resultatenrekening valt.

Als gevolg van de afwaardering staan de 2,3 miljard euro aan risicovolle (subprime) hypotheken op 81,4 procent van de nominale waarde in de boeken. Het commerciële Amerikaanse vastgoed (9 miljard euro) wordt op 94 procent van de nominale waarde gewaardeerd.

Dat het ook anders kan toonde de Haagse zakenbank NIBC gisteren aan. De bank werd in augustus als eerste bank in Nederland hard getroffen door de kredietcrisis. Om de problemen te overwinnen verkocht de bank de subprime-portefeuille aan de aandeelhouders en plaatste de vastgoedportefeuille met besmette hypotheken buiten de bank in een holding. Zo werd de balans niet belast met een verdere waardevermindering van de beleggingsportefeuille. NIBC boekte direct via de resultatenrekening 293 miljoen af, de portefeuille staat nu zeer conservatief gewaardeerd voor 32 procent van de nominale waarde in de boeken.

President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank zag in de cijfers van met name Aegon deze week aanleiding om te constateren dat de kredietcrisis nog verre van over is. Op een besloten bijeenkomst in Amsterdam zei Wellink: „Het einde van de problemen op de Amerikaanse huizenmarkt, de bron van de marktonrust, is nog niet in zicht.” Binnen Europa is Nederland vanwege de open economie gevoeliger voor ontwikkelingen binnen de Verenigde Staten.

Gevolg van Wellinks opmerkingen zou kunnen zijn dat met name Aegon en ING op latere momenten alsnog hun verlies moeten nemen. De afschrijvingen die nu niet via de winst- en verliesrekening maar via de eigen balans verdisconteerd zijn, zullen op enig moment toch verkocht moeten worden. Het valt voor deze bedrijven te hopen dat dat moment pas komt als de waarde van de besmette hypotheekobligatieleningen weer nagenoeg volledig is hersteld.