‘Politiek is vechten’

Mariëtte Hamer voert volgende week, na Verantwoordingsdag, haar eerste debat als PvdA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Ze heeft het medicijn gevonden voor haar kwakkelende partij: strijd.

‘We mogen best met verhitte koppen in de zaal staan’ Foto Leo van Velzen Den Haag, 15-05-08. Mariette Hamer, fractievoorzitter PvdA 2e kamer. Foto Leo van Velzen NrcHb Velzen, Leo van

Tot op de grond staan de bossen bloemen in haar werkvertrek. „En dit is de helft, hoor”, lacht Mariëtte Hamer: „Thuis staan er nog een stuk of tien.”

Het is donderdagochtend 24 april, anderhalve dag na haar verkiezing tot fractievoorzitter. Een stemming die ze, volgens velen, nipt won van gewezen milieuactivist Diederik Samsom. Hamer was verrast door zijn tegenkandidatuur: „Omdat we beiden lid waren van een heel close team, dacht ik wel even: oh? Maar zoals Diederik voluit zijn verlies nam, dat vond ik top.”

Nu staat Hamer op het punt naar een familiehuisje in Frankrijk te vertrekken, voor de broodnodige rust na vier hectische maanden als vervangster van de door hartproblemen getroffen Jacques Tichelaar. Maar, benadrukt ze, wat ze vooral gaat doen („in zo’n Hans en Grietje-huisje op een berg in de Ardèche”) is nadenken over de toekomst, over haar nieuwe functie, over de partij, over het kabinet.

Half mei is ze terug, dan zal ze de eerste contouren van „de agenda van Mariëtte Hamer” ontvouwen. Want ze mag het schip de afgelopen maanden aardig op koers hebben gehouden, nu staat ze echt aan het roer. En goede roergangers kan de PvdA gebruiken. Na ruim een jaar regeren zitten de sociaal-democraten in zwaar weer. De peilingen zijn slecht, PvdA-successen worden moeizaam verkocht, incidenten volgen elkaar op. De affaire rond oud-minister Herfkens, de problemen bij de wijkenaanpak van minister Vogelaar en haar optreden in de media, de aanhoudende kritiek op het ‘softe’ leiderschap van vicepremier en partijleider Wouter Bos, intern geruzie over integratie en islam. Deze week ontvlamde er een nieuwe rel, over de kinderopvang.

Medio mei. Het voorjaarsreces is inmiddels voorbij, op haar kamer staan nog twee vazen bloemen. We treffen een opgeruimde fractievoorzitter. Enthousiast vertelt ze over haar zomerhuisje ter hoogte van Lyon, waar haar schoonouders ooit een vervallen boerderijtje kochten. Ze wijst naar de foto’s boven de schoorsteenmantel met bos en zomergeel gras: „En daar beneden ligt een ansichtkaartdorpje. Je kunt er heel goed nadenken, ja.” Lachend: „En ook helemaal leeg worden.”

Mariëtte Hamer heeft het medicijn gevonden voor de kwakkelende PvdA: strijd. „Dat is politiek”, zegt ze. „Politiek is vechten. We mogen best met verhitte koppen in de zaal staan.” Graag zelfs. Want strijd drukt het gesomber over „vijf voor twaalf voor de PvdA” naar de achtergrond. Neem de kinderopvang. „Die kwestie vermengt zich nu met de algemene kwestie of de PvdA nog wel bestaansrecht heeft, of we niet moeten fuseren met anderen, of Wouter wel zichtbaar is, of onze leider wel in het kabinet moet zitten, of de PvdA daar überhaupt iets te zoeken heeft. Maar het kan ons ook helpen, een katalysator zijn om ons uit dat moeras van ons bestaansrecht te trekken. Want de politieke strijd voor de kinderopvang is van de PvdA, niet van de SP of van Verdonk.” „Bringing back the politics”, noemt Hamer dat.

De PvdA-fractieleider stroopt verbaal de mouwen op. Haar positie geldt als een van de hachelijkste in Den Haag, vooral nu de partij in de regering zit. Geprofileerd links blijven met de adem van de SP in de nek en toch het kabinet steunen: dat is de opdracht voor Mariëtte Hamer. Waarover kan ze in de naaste toekomst de degens kruisen? De kinderopvang dus. Of het aanstaande advies van de commissie-Bakker over onder andere het ontslagrecht, een kwestie waarover ze eerder hard botste met minister van Sociale Zaken Piet-Hein Donner. Of de komende discussie over de JSF-straaljager. En die andere knagende kwestie: de besluitvorming over de inval in Irak in 2003.

Haar week, vertelt ze, begon treurig, met de begrafenis van Thijs Wöltgens, een van haar voorgangers. Ze kende hem goed. „Vlak voordat ik fractievoorzitter werd, lunchte ik nog met hem in Kerkrade. Een enorme klap dat hij zomaar weg is.”

Zag hij overeenkomsten tussen zijn periode als fractievoorzitter en de uwe?

„Hij werd fractievoorzitter in een tijd waarin het moeilijk ging met de partij, er conflicten waren met partijleider Kok over de WAO-crisis. Wat je dan nodig hebt, is het vermogen om op het ene moment met je vuist op tafel te slaan en op een ander moment weer te relativeren. Als je meteen denkt: ik moet op alles reageren, dan wordt de crisis alleen groter.”

U typeert de huidige periode ook als een crisis?

„Toen was het: de partij tegen de leiding. Dat is nu niet zo. Maar bekijk je het politieke landschap, de peilingen en het vertrouwen van de kiezer, dan is crisis misschien te veel gezegd. Het is wel een moeilijke periode. We staan in sommige peilingen op negentien zetels. Het is niet zo dat we er top voor staan.”

Als je PvdA-prominenten spreekt, dan geven ze aan dat de problemen heel serieus zijn. Ze zeggen: dit is geen cyclus die vanzelf weer goed komt .

„Thijs zei ook nooit: het waait weer over. Je moet iets doen, want anders gaat het niet omhoog, maar verder naar beneden.”

Wöltgens vond: de politieke kanonnen zitten in het kabinet, zij maken het verschil. De fractie moet zich dienstbaar opstellen.

„Onze fractie heeft minder het uitgangspunt dat we alleen maar dienstbaar zijn. Kijk naar het ontslagrecht: waar we punten wilden zetten, hebben we dat ook gedaan. Maar in het kabinet zitten de mensen die het moeten maken. Dit kabinet is heel snel goed begonnen, maar is pijlsnel gekelderd”.

Hoe komt dat?

„Het kan zijn dat de urgentie van wat dit kabinet doet, niet overeenkomt met het urgentiegevoel van de burgers. Burgers van stad X zijn misschien niet geïnteresseerd dat een wijk in stad Y wordt aangepakt. En er gaan dingen in de beeldvorming mis. Wat ons vorig jaar parten speelde, waren drie zogenoemde onafgemaakte afspraken: het Europees referendum, de verlenging van de missie in Uruzgan en het ontslagrecht. Maar dat is achter de rug. Ik hoor nu uit het kabinet dat ze het onderling goed kunnen vinden.”

Maar het zou toch een kabinet van samenwerking zijn, van nauw contact met de samenleving?

„Dat heb ik ook gezegd naar aanleiding van de kritiek op Ella Vogelaar. De wijken moeten niet een speeltje of probleem van Ella zijn. Daar zouden ze allemaal zichtbaar moeten zijn: Plasterk met zijn onderwijs, Klink met zijn zorg, Donner met zijn arbeidsmarkt. Dat gezamenlijke – wij zijn één kabinet, een motor om de zaak in beweging te zetten, dat elan dat ze in het regeerakkoord hadden, dat moeten ze weer terugpakken”.

Probleem is juist dat die zichtbaarheid er niet is.

„Dat beeld van die enthousiaste ploeg op het bordes moet terug. En het moet een kabinet van werkgevers en werknemers zijn, van maatschappelijke organisaties en burgers. En daarbinnen moet de PvdA haar punten over het voetlicht brengen.”

Wat je wel hoort, is dat het CDA’ers als premier Balkenende en minister Donner aan commitment ontbreekt. Ze willen vooral de PvdA beteugelen.

„Donner is wel wat lang blijven hangen in zijn ongelijk. De minister van Sociale Zaken heeft natuurlijk een heel belangrijke rol, maar hij mag nooit de sfeerbederver zijn. Balkenende vind ik juist heel enthousiast. Je hoort hem steeds vaker zeggen: ik wil écht iets van dit kabinet maken. Die grote middenbeweging die dit kabinet toch is – vooruit! Daar moet hij schwung aan geven. Ik zou echt niet weten wat hem tegenhoudt. Hij moet het gewoon doen.”

Ze komt nog eens terug op haar kernbegrip: politieke strijd. Mariëtte Hamer benadrukt: ze is concreet, wil resultaten boeken, echte PvdA-onderwerpen beter „in de vitrine zetten”. Ze refereert nog eens aan haar grootste wapenfeit: de blokkade tegen versoepeling van het ontslagrecht. Hamer hield haar poot stijf en bereikte dat het onderwerp voorlopig is gestald bij de commissie-Bakker. „Ik kijk er heel anders tegenaan dan mensen die zeggen: dat was bijna een kabinetscrisis. Nee, dit is politieke strijd, en die ga je aan!” En wat als die commissie-Bakker over enkele weken toch een vorm van versoepeling aanbeveelt? Hamer glimlacht, laat even een stilte vallen. Dan, gedecideerd: „Het is de commissie-Bakker geheel duidelijk waar ik sta. Dat lijkt me in heel Nederland bekend.”

Moeiteloos schakelt ze naar de actualiteit: de kinderopvang. Daar ligt de PvdA onder vuur van de oppositie, die de partij gedraai verwijt. De subsidieregeling voor kinderopvang blijkt zó’n succes dat het kabinet zich genoodzaakt ziet in te grijpen. Gevolg: ouders zullen meer moeten betalen. Hamer ziet het positief: „Natuurlijk komt dit het hardste binnen bij de partij die er het hardste voor strijdt: wij dus. Dat kan, dat mag, politiek is vechten. In ons verkiezingsprogramma staat dat kinderopvang voor iedereen toegankelijk moet zijn, daar hebben we een deel van gewonnen in het regeerakkoord. De ChristenUnie en het CDA hielden de informele kinderopvang overeind, gaven de ouders recht zelf te kiezen. Nu zie je tegen alle verwachtingen in dat die kinderopvang massaal gebruikt wordt en onbetaalbaar wordt. Maar ook zonder financiële problemen was het vastgelopen op wachtlijsten.

Maar de mensen in het land zien: de PvdA belooft iets en pakt het nu weer af.

„Ja, maar het gebruik van de kinderopvang groeit zo snel (ze tekent met haar hand een skischans in de lucht) dat je je moet afvragen of je niet een tussenplateau moet inbouwen. Maar wij handhaven gewoon onze ambitie.”

Waar trekt u de grens?

„De vraag is bij wie de rekening binnenkomt. Niet bij de lagere en middeninkomens, de streep staat rond de 65.000-70.000 euro. De Geus (voormalig CDA-minister van Sociale Zaken, red.) heeft de tabel heel gunstig gemaakt voor de hogere inkomens, misschien moeten we daar een stapje terug. En geen vrouw minder aan het werk. Het is voor ons onacceptabel als vrouwen met lagere en middeninkomens door problemen bij de kinderopvang minder gaan werken. Dat lijkt me ook strijdig met het coalitieakkoord. De doelstelling van de heer Donner is dat meer vrouwen aan het werk gaan.”

Deze zomer gaat de deelname aan het Amerikaanse JSF-straaljagerproject spelen. Binnenkort moet duidelijk worden of het rekenmodel dat destijds als onderbouwing diende voor het besluit om mee te doen aan het JSF-project nog valide is. Kan de PvdA deelname aan de JSF nog tegenhouden?

„Ons ijkpunt is altijd geweest dat deelname aan de ontwikkelfase niet duurder mag zijn voor de belastingbetaler dan als zo’n vliegtuig van de plank gekocht wordt.”

En als dat wel zo blijkt te zijn?

„Dan gaan we het gesprek aan om ervoor te zorgen dat de belastingbetaler het niet op zijn bordje krijgt”.

Dus moet het bedrijfsleven meer betalen dan de afgesproken 3,5 procent van de omzet?

„Ja, tenzij er nog een list wordt verzonnen. Maar voor onze kiezer is het belangrijk te weten wat ons criterium is. Nou, dat ligt daar: dat de belastingbetaler er niet meer voor betaalt.”

Ander gevoelig punt: het onderzoek naar de Nederlandse politieke steun voor de Irak-oorlog. Helemaal van tafel?

„De PvdA vindt dat er een onderzoek moet komen, maar dat bleek in de coalitiebesprekingen onbespreekbaar. De coalitie er op laten afketsen, dat was het ons niet waard. Dus zullen we in de Tweede Kamer niet aan een onderzoek meewerken. Nu heeft Klaas de Vries [PvdA-senator, red.] in de Eerste Kamer, die een vrijere rol heeft, 68 vragen gesteld. Ik begrijp van Klaas dat we, als hij daarop antwoord krijgt, toch boven tafel krijgen wat we willen weten zonder dat er formeel een onderzoek is geweest.”

Het probleem is juist dat de Tweede Kamer die vragen al heeft gesteld en het kabinet geen of halve antwoorden gaf.

„Je mag serieuze antwoorden op serieuze vragen verwachten”.

Dat gebeurde eerder dus niet.

„Daarom is het goed dat de Eerste Kamer ze weer stelt”.

Waarom zou er ditmaal wel serieus antwoord komen?

„Omdat de tijd veranderd is, omdat ze leren. Weet ik veel...”

De Vries refereert bijvoorbeeld aan ambtelijke juridische analyses die het kabinet nooit vrijgaf. Moet dat nu wel?

„Ja, tenzij er een goede reden is waarom dat niet in het openbaar kan. Dat het kabinet het alleen laat inkijken, of de hoofdlijnen vertelt. Maar er moet een poging gedaan worden hem te informeren. Dat is een parlementair uitgangspunt.”

Kan de zaak ooit weer in de Tweede Kamer aan de orde komen?

„We houden ons aan de afspraak dat we geen onderzoek doen. Wat ik hoop is dat het kabinet zo serieus antwoord geeft op de vragen van De Vries, dat het beeld compleet is. Maar er kan natuurlijk iets boven water komen waarvan je zegt: dit is zo zwaarwegend, dit moeten we terugpakken naar de Tweede Kamer. We hoeven niet eindeloos door te graven, de kwestie is wel of er genoeg informatie is om lessen te trekken voor de toekomst.”

De PvdA worstelt nu al jaren met één kernvraag: waar staat de partij voor? Wat is er eigenlijk overgebleven van de brede sociaal-democratische beweging, nadat oud-partijleider Wim Kok ‘de ideologische veren’ afschudde? Is er genoeg contact met de basis? Kan ze weerstand bieden aan de grootste concurrent ter linkerzijde, de SP, die in zetelaantal explodeerde, die wél de aansluiting met ‘de man in de straat’ heeft en steeds dieper doordringt in traditionele PvdA -bastions, zoals de vakbeweging? Mariëtte Hamer schiet naar voren op haar stoel, de retorica gereed: „De PvdA moet een sociale, maar ook een vooruitgang spartij zijn. We hebben altijd geloofd dat kinderen het beter moeten hebben dan de vorige generatie, materieel en immaterieel: meer kennis in je kop, meer democratisering, meer culturele ontwikkeling. Dat plaatje – daar moeten we veel meer accent op leggen. En op de punten waar de sociaal-democratie in het verleden keihard voor geknokt heeft: ontslagbescherming, de WAO, de AOW, het minimumloon. Dat zijn onze iconen. Op de berg in Frankrijk dacht ik zelfs: laat ik het onze kroonjuwelen noemen.”

Moet de PvdA zichzelf ideologisch heruitvinden, zoals Rutte bij de VVD probeert?

„We moeten onszelf beter verkopen, niet zozeer in zaaltjes met onszelf bezig zijn. We stáán al ergens voor. Thijs Wöltgens greep terug op drie punten: democratische zeggenschap, arbeidsmarkt en verzorgingstaat, daar gaat het om. Dat zijn nog steeds de uitgangspunten – veren zo men wil – van de sociaal-democratie”. Peinzend: „Klassiek progressief, dát vind ik een mooie term.”

Mooie woorden vooral. Is het verschil met de SP niet dat als er een loonconflict bij TNT is, zij meteen stickers voor op de brievenbus maken met de tekst ‘Red de postbode’? En dat de PvdA onzichtbaar blijft in een politieke bunker?

„De SP is een actiepartij. De PvdA wil door het behalen van resultaten overtuigen. Maar het is waar: we moeten beter laten zien welke resultaten we boeken. En we moeten beter de verbinding met de mensen in het land vinden. Overigens: ik wil graag samenwerken op links.”

Vroeger reageerde de PvdA nogal verkrampt op de SP.

„Ik sta daar losser in. Ik ben een nieuwe fractievoorzitter en ik ga niet zitten wroeten in het verleden. Ik wil snel een afspraak met Marijnissen maken om te kijken wat we samen kunnen doen.”

Heeft u een goed contact met hem?

„Nou, eh... hij komt me nou niet elke dag een handje geven. Het mag van zijn kant wel wat losser, hoor, de liefde moet van twee kanten komen. Jan nodigde me vorig jaar uit op zijn partijcongres; gooit hij vervolgens drie kwartier lang bagger over de PvdA en Paars, nota bene tien jaar geleden. Hij was een van de laatsten die me na mijn benoeming bloemen stuurde. Maar goed, hij deed het wel uiteindelijk.”

Binnen de PvdA hoor je ook: zoek brede, sociaal-liberale samenwerking met GroenLinks en D66 en zet je juist af tegen de SP.

„De ‘SP van Nee’ – daar heb ik niks mee. Maar op punten als arbeid, democratie, godslastering is heel goed samen te werken, trouwens ook met GroenLinks. Ik wil de polemiek met Mark Rutte, Verdonk en Wilders, niet met Marijnissen.”

Dus nieuwe ideologische veren?

„Nee, óók oude. Wim Kok was een man die meer keek naar het resultaat dan naar de ideologie. In die tijd hadden velen daar ook een broertje dood aan. Het was de tijd van Paars, we moesten nogal wat overbruggen om samenwerking met rechts mogelijk te maken. Dus Wim moest wat vastgeketende standpunten loslaten. Maar dit is een andere tijd. De politiek is erg oppervlakkig geworden. Juist daarom haken mensen af en is het goed om aan te geven waar je vandaan komt en waar je heen wilt.”

Blijkbaar lukt dat niet. Zit Wouter Bos als politiek leider wel op de juiste plek als vicepremier op Financiën?

„We vonden indertijd allemaal dat hij in het kabinet moest zitten. En als Mark Rutte zegt: dit is de meest linkse begroting ooit, dan doet hij het goed.”

Maar de kritiek is dat er te weinig regie is.

„Wouter heeft zijn eigen stijl van leidinggeven, dat verander je niet. Hij geeft ruimte aan mensen die om hem heen staan, zoals Lilianne Ploumen (voorzitter PvdA, red.) en ik. En wij moeten die ruimte nuttig gebruiken. Verder is het zoveel beeldvorming. Kijk nou eens naar Joop den Uyl. Daar kijken we nu allemaal tegen aan als een halve heilige. Maar ik werd actief in het staartje van zijn leiderschap en toen leefde ook het beeld van een slonzige man in een regenjas. Wouter is wie hij is en hij doet het goed.”

Is Wouter Bos de PvdA-leider voor de lange termijn?

„Waarom niet? Hij heeft zelf gezegd: ik weet het nog niet. Maar ook dat lost zich altijd op. Als de één weg gaat, komt de ander. Zo ging het ook met de opvolging van Kok.”

Heeft u zelf de ambitie partijleider te worden?

„Ik ben niet met mijn eigen toekomst bezig.”

Acht u zichzelf geschikt?

„Als ik vind dat ik geen leiding kan geven, had ik me niet kandidaat moeten stellen voor het fractievoorzitterschap.”

Dus?

„Nou, een partijleider moet ook electorale aantrekkingskracht hebben. Maar ik begin net, zeg. Geef me even de tijd om deze baan goed te doen.”