‘Nederland heeft aan statuur verloren’

Drie jaar geleden wees Nederland de Europese Grondwet af. Waar staat Nederland nu in Europa? Een rondgang langs de hoofdsteden en een gesprek met de staatsecretaris.

Andrew Duff verheugt zich er al maanden op. Een Europees feestje in Den Haag. De Britse Europarlementariër ziet de ironie er wel van in. Een Europees feestje in het land waar sommige politici niet wíllen uitleggen hoe belangrijk Europa is, en andere politici het niet kúnnen uitleggen, omdat het politiek niet handig is. Zegt Duff. Jan Peter Balkenende kan het niet goed. En Wouter Bos kan het helemaal niet. „Er is nog maar één persoon in Nederland die het wel kan, en dat is de koningin.”

Duff is liberaal en een pleitbezorger van Europese samenwerking. Er zijn twee soorten Nederlanders, zegt hij. De hoog opgeleide, meertalige Europeaan. En: „the other sort.” De rest.

Komende week wordt het Congres van Den Haag herdacht. In 1948 spraken achthonderd Europeanen in de Ridderzaal over samenwerking. Europa lag nog in de kreukels, de angst voor de Russische leider Jozef Stalin dreef de Europeanen in elkaars armen. De vergadering, onder voorzitterschap van de Britse staatsman Winston Churchill, geldt als het begin van de Europese Beweging, een organisatie van Europagezinde burgers.

Het feestje zestig jaar later is tweeslachtig, zegt Duff: „Nederland is er nog steeds trots op om geassocieerd te worden met de Grote Europeanen van toen, maar de Europese Beweging is er vrijwel verdwenen.” De Beweging leidt in Nederland een zieltogend bestaan, haar gedachtegoed – vrede door samenwerking – heeft na zestig jaar vrede de aantrekkingskracht van een paar ongewassen sokken. Sterker nog, de Nederlandse bevolking koestert een groot wantrouwen jegens Europese samenwerking. Zie het referendum van 2005 waarbij 61,5 procent van de kiezers zich uitsprak tegen het Verdrag tot vaststelling van een Europese Grondwet.

Waar staat Nederland, drie jaar na het opzienbarende ‘nee’? Is Nederland weer gewoon lid van de club of wordt het land gezien als een dwarsligger in identiteitscrisis?

NRC Handelsblad vroeg dit voorjaar belet bij diplomaten en ambtenaren in Den Haag, Parijs, Berlijn en, uiteraard, in Brussel. Een aantal van de vijftien gesprekspartners wilde niet met naam in de krant omdat interviews in hun functie niet zijn toegestaan, anderen omdat het onderwerp gevoelig ligt.

Het rondje hoofdsteden begint in Brussel, bij de EU-ambassadeur van een klein land. De ambassadeurs zijn de oliemannetjes in een permanent onderhandelingsproces. Praten over elkaar is daarom heikel.

In de stijlkamer stijgen vooral complimentjes op. „Nederland is zeer actief.” „Nederlandse ministers worden gerespecteerd.” „Nederlandse Europarlementariërs staan in hoog aanzien.”

Eigenlijk, zegt de ambassadeur, is er in de houding van Nederland niets gewijzigd. Referendum of geen referendum. „Er was echt commotie toen Nederland ‘nee’ zei, maar dat is voorbij.” Hij somt op. Nederland ondersteunt, als vanouds, de communautaire methode, dat wil zeggen de gezamenlijke Europese aanpak. Het nieuwe verdrag van Lissabon, dat de Tweede Kamer over twee weken hoogstwaarschijnlijk zal accepteren, is voor minstens 90 procent hetzelfde als het verdrag dat verworpen werd. Nederland heeft geen gebruik gemaakt van de zogenoemde opt-outs, de mogelijkheid om aan sommige samenwerkingsverbanden niet mee te doen. Na een kopje koffie is het Nederlandse referendum geslonken tot een te verwaarlozen voetnoot in de Europese geschiedenis.

Later wordt duidelijk dat er tóch een verschil is met de tijd vóór het referendum. „Als Nederlanders het woord nemen, wordt er geluisterd. Er wordt zelfs beter geluisterd dan voorheen. Na wat er gebeurd is, is het toch even opletten wat Nederland denkt.”

Is de hogere attentiewaarde een voordeel of een nadeel? Over die kwestie bestaan twee lezingen. Eurosceptici zien het als voordeel: Nederland heeft duidelijk gemaakt dat het niet blind elk Brussels voorstel steunt. Met dwarsliggen dwing je aandacht af en dat is niet slecht voor je onderhandelingspositie.

De meer Europees gezinde zegslieden stellen dat een land slechts bij wijze van uitzondering kan opereren op basis van nuissance value. Zij onderstrepen dat Nederland minder voorspelbaar is geworden. En voorspelbaarheid, zegt men in Brussel, is voor een niet al te groot land een belangrijke troef. Een hoge ambtenaar bij de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van EU: „Invloed verwerf je onder andere door een constante factor te zijn. Nu vragen veel mensen zich af: waar gaat dat land heen? Je hebt, zeker als kleintje, meer invloed als je stabiel bent. Die invloed is gedaald.”

Veel Europese partners zijn nog niet vergeten hoe de Nederlandse politieke elite zich voorafgaand aan en vlak na het referendum opstelde opstelde. De Nederlandse regering deed in hun optiek vrijwel niets om het grondwettelijk verdrag te verdedigen en ging na het ‘nee’ te snel over tot de orde van de dag.

„Men kan zéér kritisch zijn over het optreden van de Nederlandse politiek in 2005”, zegt de EU-ambassadeur van een machtige lidstaat. „Nederlandse politici hebben verzuimd om de bevolking mee te nemen in het Europese project. Het ‘nee’ van de bevolking, gecombineerd met het optreden van Nederlandse politici, heeft tot een zekere scepsis geleid. Als een staatssecretaris op de avond van het referendum zegt: ik heb er geen minuut van wakker gelegen. Of als de minister van Buitenlandse Zaken zegt: ‘de grondwet is dood’…” De ambassadeur trekt er een vies gezicht bij.

Ook op sommige Europese ambassades in Den Haag denkt men nog met verbijstering terug aan 2005. Een ambassadeur met een lange staat van dienst bladert nog eens door de ambtsberichten die hij in dat gedenkwaardige voorjaar naar huis stuurde. „De voorstanders van het verdrag konden hun visie niet aan de man brengen. Er werd geen leiderschap getoond. Dat is symptomatisch. Ook werd niet begrepen dat de regering geen consequenties verbond aan het verloren referendum. Dan stel je toch de vraag: hoe kon je eerst 100 procent vóór zijn en dan 100 procent tegen?”

Nederland trok in de kring van eurodiplomaten ook op andere manieren de aandacht. In het ambtsbericht werd genoteerd dat de Tweede Kamerfractie van regeringspartij CDA tegen de uitbreiding van de Unie met Roemenië en Bulgarije stemde.

Meer kwaad bloed zetten de keiharde onderhandelingen over de Nederlandse bijdrage aan de Europese begroting. „Men begreep dat niet”, zegt een Nederlandse Commissie-ambtenaar. „Nederland staat te boek als een van de landen die vreselijk geprofiteerd hebben van de Unie. Wat Brussel ook deed, Nederland werd er beter van.” Nederland is in de buitenlandse visie dankzij de Unie uitgegroeid tot een van de rijkste landen van Europa.

Uiteindelijk kreeg Nederland een miljard euro korting op de bijdrage aan de Europese Unie. Op zichzelf was dat niet het probleem. Het was de optelsom die het hem deed: het referendum, de kritiek op de uitbreiding én het miljard. De ambtenaar: „Het was de combinatie van het ‘nee’ en de discussie over geld die leidde tot een verschraling van de Nederlandse input.”

Nederland staat te boek als „zeurderig”, zegt een andere bron in Brussel in dit verband. „Nederland heeft aan statuur verloren”, taxeert een Nederlandse diplomaat.

In Den Haag zijn de meningen over het miljard van Balkenende overigens zeer verdeeld. De een ziet er een overwinning in van een steile, onbuigzame onderhandelaar. De ander vraagt zich af of Nederland op den duur niet toch een prijs zal betalen. „Achteraf bezien was het misschien beter geweest als we het niet hadden gedaan”, aldus een topambtenaar op Buitenlandse Zaken. Een Nederlandse diplomaat zegt dat de schade in elk geval niet aanwijsbaar is. „We zijn destijds door de Europese Commissie gewaarschuwd: dat gaat je elders geld kosten. Tot nu toe hebben we dat niet gezien.”

De kritischere houding van Nederland tegenover Brussel baarde opzien, maar het was niet de enige ommezwaai die in het buitenland aandacht trok. Vrijwel elk gesprek voor dit artikel ging vroeg of laat over de film van Wilders. „How about that movie?” In Europa is Nederland synoniem met politieke onrust.

Joost Lagendijk, Europarlementariër voor Groenlinks: „In de perceptie van collega’s in het parlement, is Nederland nu anders dan acht, negen jaar geleden. Het ‘nee’ heeft iets zichtbaar gemaakt wat al langer speelt. Fortuyn, Van Gogh, Hirsi Ali. Het feit dat het allemaal in Nederland gebeurt met zo’n heftigheid, doet velen verzuchten: ‘wat is er in hemelsnaam aan de hand in dat land’? Ik krijg vaak vragen: komt er binnenkort weer iets?”

Het heftige integratiedebat maakt nu net zo goed deel uit van het profiel van Nederland als Frau Antje en de koopmansgeest, als softdrugs en euthanasie.

Buitenstaanders bespeuren in het Nederlandse kamp een onderhuids gebrek aan zelfvertrouwen. Een jurist in Brussel: „Ik merk dat Nederlandse ambtenaren die naar Brussel komen zeer onzeker zijn. Ze vragen steeds: doen we het wel goed, wat vindt men van ons?”

Het referendum leidde niet alleen tot irritatie in landen die zich sterk maakten voor het grondwettelijk verdrag, maar ook tot verwarring onder Nederlandse diplomaten. „In 2005 waren we de weg kwijt”, zegt een van hen. In de eerste maanden na het referendum hield Nederland zich dan ook muisstil. Een Nederlandse Commissie-ambtenaar: „Na het ‘nee’ probeerde iedereen zijn mond te houden. Ministers zeiden niets en ambtenaren ook niet.”

Aan die terughoudende opstelling van Nederland kwam langzaam een einde. Nederland meldt zich weer standaard bij elk onderwerp. En de toon van de Nederlandse diplomaten in Brussel is harder geworden. Vinden ze zelf. „We zijn kritischer, we onderhandelen hard, er zijn botsingen op verschillende dossiers”, zegt een van hen. In een strijd over bodemsanering, bijvoorbeeld, haalde Nederland zich de ergernis van nieuwe lidstaten op de hals door zich tegen nieuwe regels te keren. In het diplomatieke gevecht tussen de EU en Servië, verzet Nederland zich, samen met België, tegen nauwere betrekkingen totdat Servië meewerkt aan het Joegoslavië Tribunaal.

Hoe maken Nederlandse diplomaten in Brussel duidelijk waar Nederland sinds het referendum staat? „Ik zeg altijd: we horen niet in het rijtje met het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Het ‘nee’ maakt geen deel uit van ons DNA.”

Wel lijkt Nederland zich minder naïef op te stellen dan voor het referendum. „Vroeger hadden we een blind vertrouwen in de Commissie. Dat is voorbij. We zien de Commissie nu als een club van 27 commissarissen waarbinnen de nodige gevechten worden geleverd. We kijken veel meer naar het nut van hun voorstellen en redeneren minder vanuit principes.”

De kritischere houding, vindt de diplomaat, is een logische vertaling van hetgeen in Nederland is gebeurd.

Met dank aan Mark Kranenburg in Den Haag, René Moerland in Parijs en Petra de Koning in Brussel.