Monomane monoloog over schaamte en schuld

Theater Datumloze dagen, door Het Vervolg. Tekst: Jeroen Brouwers. Regie en bewerking: Léon van der Sanden. Te zien: 17/5 Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Tournee in 2009. Info: 043-3503040 en www.hetvervolg.nl.

De oudere heer stapt de speelvloer op en zegt: „Hoe ouder je wordt, hoe meer schaamte.” Bam, die zit. Zonder contact met het publiek te maken, grijpt acteur Tom Jansen je toch bij de lurven. Hij speelt de monoloog Datumloze dagen, naar de roman van Jeroen Brouwers.

In de roman loopt de oudere heer rondjes in het bos. In de regie van Léon van der Sanden is daar weinig van te merken. Jansen loopt geen rondjes. En aan een bos doet het decor in de verste verte niet denken. Het bestaat uit een lelijke tafel met een pc-scherm erop (waar Jansen, mocht hij de tekst even kwijt zijn, snel op kan spieken). En uit een al even lelijk achterdoek van grijs gestreepte stof. Catharina Scholten had bij het ontwerpen kennelijk haar dag niet. Daarbij is het lichtplan in deze co-productie van Theatergroep Het Vervolg en Theater aan het Vrijthof ongelooflijk saai.

Maar Jansens spel wordt steeds intenser. Zijn monomane personage heeft het behalve over schaamte ook over schuld en spijt. Eén lange zelfbeschuldiging is zijn monoloog – wat hij in zijn leven verkeerd heeft gedaan vergroot hij terugblikkend uit. Hij verwaarloosde zijn vrouw, pleegde overspel en was voor zijn zoon geen vader.

Op de dag van de geboorte van zijn kind maakt hij ijskoud een afspraakje met zijn minnares. Als dat kind vier is en hij er heel even mee speelt, ruikt hij nog naar alweer een andere bedgenote. Later verliest hij de zoon uit het oog.

Zijn geschiedenis lijkt op die van de mannen in De eenzame weg, nu eveneens in de theaters te zien. In dat door Theu Boermans geregisseerde stuk van Arthur Schnitzler ontdekken een paar kunstenaars op latere leeftijd wat een potje zij van hun privéleven hebben gemaakt. Bij het najagen van hun vrijheid vergaten zij de ander. Een eenzame oude dag is de prijs die zij voor hun zelfzucht betalen. Alleen stelt de man in Datumloze dagen uiteindelijk een daad. Hij verlost zijn dan veertigjarige en ongeneeslijk zieke zoon uit z’n ondraaglijk lijden. Zo verzoent hij zich dan wel niet met zichzelf maar toch met de dood van zijn kind.

Met zijn barokke fascinatie voor dood en verval meet Brouwers het sterven van die zoon breed uit. Associaties met recente sterfgevallen dringen zich op: met de dood van Brouwers’ eigen zoon en die van acteur Roef Ragas, aan wie de schrijver zijn als theatermonoloog bedoelde tekst heeft opgedragen.

Tom Jansen vermijdt sentimentaliteit. Ook met het toch in Brouwers’ proza rijkelijk aanwezige pathos gaat hij zuinig om. Hij legt vooral de nadruk op de cynische humor. Een nare man, die held van Datumloze dagen? Jazeker, dat blijft hij tot aan het slot. Maar ’t is er wel een die het beest in hemzelf een markante stem geeft.