Midden-Nederland ligt vol met Romeinse graanakkers

De pijltjes op de foto geven aan waar - voor wie een scherp oog heeft - op een bospad op de Holterberg nog altijd verhoogde begrenzingen van oude 'celtic fields' te vinden zijn. Foto Jarchsc Jarchsc

In Midden-Nederland is bijna 1200 hectare aan onbekende akkers uit de IJzertijd ontdekt. Tot nu toe kende men dergelijke akkers in Zuid-Nederland en vooral in Drenthe. M.J. Kooistra van ISRIC-World Soil Information en G.J. Maas van Alterra ontdekten de akkers met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Het akkergebied lag net ten noorden van de Rijn, die in de Romeinse tijd de Limes, de noordelijke grens van het Romeinse rijk, vormde. Kooistra en Maas achten het waarschijnlijk dat de akkers en hun graan in het begin de interactie tussen Romeinen en lokale bevolking hebben bevorderd. (Journal of Archaeological Science, articles in press).

Kooistra en Maas hebben vooral op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug veel tot nu toe onbekende akkers gevonden. In totaal gaat het om 33 akkercomplexen met een oppervlakte van bijna 1200 hectare. Dat is bijna evenveel als de oppervlakte van de bekende en oudere Drentse IJzertijdakkers. De onderzoekers hebben aanwijzingen dat de totale oppervlakte van de Midden-Nederlandse akkers ongeveer 4500 hectare moet zijn geweest. Op grond van berekeningen van grondopbrengst uit recent ander onderzoek schatten de Wageningers dat het gebied graan voor ten minste 10.000 mensen moet hebben opgebracht.

Het gaat om zogenoemde celtic fields, aaneengesloten rechthoekige en vierkante akkers tussen de 20 en 45 meter meter lang en breed, die met walletjes van zand of stenen van elkaar waren gescheiden. Na de ontdekking ervan in de zeventiende eeuw dacht men eerst dat het om de resten van Romeinse legerkampen ging. Later bleek het om akkers en weilanden te gaan. De walletjes voorkwamen verstuiving van de grond. De boeren verbouwden afwisselend verschillende gewassen, waarbij ze steeds een deel braak lieten liggen. Zo ontstonden in de loop der tijden hele akkercomplexen.

Het grootste deel van de Drentse celtic fields zijn pas in de vorige eeuw met luchtfoto’s ontdekt. Op die foto’s is in het open landschap het kenmerkende raamwerk van de historische akkers makkelijk te herkennen.

Het AHN, waarvoor de hoogten in Nederland in vakken van vier bij vier meter vanuit de lucht met lasers zijn opgemeten, blijkt, sinds het in 2000 beschikbaar kwam, ook geschikt voor archeologisch verkenningsonderzoek. Het AHN heeft het voordeel boven luchtfoto’s dat nu ook in ruwe vegetatie en bosrijk gebied patronen te ontdekken vallen. Theo Toebosch