Massaal afslachten of de pil geven?

Wildparken in Zuid-Afrika mogen weer olifanten schieten om overpopulatie tegen te gaan. Dat heeft geleid tot een debat over de meest geschikte methode. Afschieten? Of de pil geven?

Als het over het leven van de olifant gaat is maar weinig zeker. Hij vreet veel, dat wel. Sommigen zeggen dat een volwassen stier per dag gemiddeld 170 kilo aan takken, blaadjes en boombast naar binnen werkt. Anderen houden het op 250 kilo. Terwijl hij eet, vernielt hij graag, dat ook. Hij duwt hele bomen om, sabbelt struiken kaal.

Of die vernielzucht onherstelbare schade aanricht is de vraag. Zijn vraatzucht gaat ten koste van vogels en hoogwerkers als giraffen, zegt de één. De gaten in de grond trekken insecten aan die prooien zijn voor de grotere dieren in de voedselketen, zegt de ander.

Zo is er ook discussie over de vraag hoeveel olifanten te véél olifanten zijn. Het Krugerpark, even groot als Israël, heeft er nu 12.500 maar kan er wel 30.000 herbergen, zeggen de ware liefhebbers. Tweeduizend is het maximum, zeggen de voorstanders van „duurzaam conservatiebeleid”.

Terwijl de discussie voort raast over de omvang van het probleem en de mogelijke oplossingen heeft de regering van Zuid-Afrika de wet alvast veranderd. Sinds 1 mei mogen parken weer olifanten afschieten om overpopulatie tegen te gaan. Zuid-Afrika heeft als eerste land ter wereld gezegd het moratorium van 1995 niet langer te respecteren onder druk van een olifantenpopulatie die elke tien jaar verdubbelt.

Die beslissing heeft het Krugerpark opgezadeld met een ontzaglijk pr-probleem. Het vooruitzicht dat toeristen straks over de olifantenlijken struikelen, bezorgt woordvoerder William Mabasa slapeloze nachten. Dierenactivisten dreigen al met rechtszaken en een oproep tot een boycot. „Maar het hoeft niet zo vervelend te worden”, troost Mabasa. „We kunnen de olifanten schieten op plekken waar toeristen niet mogen komen.” Hij voert het woord op een zanderig weggetje met een bordje ‘verboden toegang’ ervoor. Een ideale plek voor een massaslachting, wat hem betreft.

De biodiversiteit van het Krugerpark staat onder druk, zo veel is volgens de woordvoerder wel duidelijk. Ook al kan hij zelf geen plek aanwijzen waar duidelijk wordt dat het Krugerpark lijdt onder een overschot, de cijfers spreken boekdelen. De apartheidsregering stelde in 1969 vast dat de grens voor Kruger 7.500 olifanten moet zijn, vijfduizend minder dan er nu leven. „Als omliggende dorpen beginnen te klagen over olifanten in hun achtertuin, dan weet je wel hoe laat het is”, zegt Mabasa.

Het Krugerpark bevindt zich in het oog van de storm die is losgebarsten sinds de dag dat de Zuid-Afrikaanse minister van Milieu en Toerisme aankondigde dat het afschieten van olifanten weer mogelijk moet worden. „Als laatste redmiddel”, voegde Marthinus van Schalkwyk er aan toe. Sindsdien buitelen dierenactivisten, wetenschappers en jagers over elkaar heen met theorieën over wat goed is voor de olifant.

„Zuid-Afrika wil gewoon geld verdienen met de handel in ivoor”, zegt de activist. Haar naam is Michele Pickover en ze spreekt namens de actiegroep Animal Rights Africa. „Zuid-Afrikanen kennen maar één manier om hun problemen op te lossen en dat is met het geweer.” Zuid-Afrika oefent al jaren druk uit op de internationale CITES-conferenties (over de ivoorhandel) om het moratorium op te heffen. Buurlanden Botswana en Namibië klagen even hard over onbeheersbare overschotten en staan te trappelen om het voorbeeld van Zuid-Afrika te volgen.

De activisten vertellen graag over de gelijkenissen tussen de mens en de olifant. Een olifant rouwt. Wetenschappers bestudeerden hele kuddes die een jaar na het overlijden van een familielid terugkeerden op de plek van overlijden om de botten nog eenmaal aan te raken en de dode in de groep te eren. Kinderen van doodgeschoten ouders worden later baldadig en agressief, waarschuwen de activisten.

Daarom moet het afschieten grootschalig gebeuren, verdedigen de jagers zich. Eén of twee olifanten afschieten is wreed, geven zij toe. Maar wie een hele kudde uitroeit, wist ook de herinnering uit. Met de opbrengst van het vlees en het ivoor kan het wildpark voortbestaan en dus ook de olifant. Het verplaatsen van grote groepen olifanten naar andere landen werkt niet, waarschuwen woordvoerders als William Mabasa. „We hebben geprobeerd olifanten naar buurland Mozambique te brengen, maar ze komen terug. En Mozambique wil niet meer meewerken omdat de olifanten er dorpen lastig vallen.”

„Wacht even”, zegt onderzoekster Audrey Delsink, terwijl ze in haar Landrover op een kudde olifanten stuit in het Makalali-park, een privé-park even buiten Kruger. Twintig volwassen olifanten omsingelen de wagen en ruiken nieuwsgierig aan de bezoekers. Delsink kijkt bezorgd naar het vrouwtje dat ze weliswaar Friendly heeft genoemd, maar haar een paar weken geleden nog aanviel. Delsink is voor de derde optie: de pil. Ze heeft de vrouwtjes in Makalali gevaccineerd met een anticonceptiemiddel. Zo houdt ze de olifantenpopulatie in Makalali al bijna vijf jaar constant.

„Een olifant op de pil is acht keer goedkoper dan het neerschieten van een olifant”, verdedigt Delsink zich tegen de critici die beweren dat anticonceptie te duur is. Ze wil zich niet te hard uitspreken tegen het nieuwe regeringsbeleid in Zuid-Afrika, ze heeft nog subsidie nodig voor haar onderzoek. Maar het is duidelijk dat haar methode voordelen biedt. „Ze hoeven me alleen maar te bellen en ik begin met vaccineren.”

Dat het niet gebeurt heeft alles met politiek te maken. Het afschieten van olifanten sust de 4 miljoen krotbewoners rond het Krugerpark die al decennialang klagen niets terug te zien van de miljarden die het park sinds 1902 aan de toeristen verdient. Olifantenvlees als goedmakertje.

Haar olifanten zijn één voor één persoonlijkheden, zegt Delsink. Ieder beest is voor haar een verhaal dat 70 jaar oud kan worden, geen inkomstenbron op het telraam van een boekhouder. „Het gevaar van deze nieuwe fase in Zuid-Afrika is dat we opgejaagd worden door tijdsdruk die in deze omgeving niet bestaat. De olifant heeft geen horloge. Geef hem tijd.”