Liever dikke stapels bankbiljetten dan de euro

Met de invoering van de euro per 1 januari is Slowakije sneller dan buurland Tsjechië. Trots maakt het de Slowaken niet. „Ze kunnen de pot op met hun euro.”

Het geld op de groentemarkt in Bratislava rinkelt niet, het knispert en het ritselt. Hier wordt vooral betaald met bankbiljetten, die in dikke stapels uit broekzakken en tasjes tevoorschijn komen. Maar dat gaat snel veranderen.

Vorige week werd bekend dat Slowakije volgend jaar de euro mag invoeren. Het populaire briefje van 20 kroon maakt dan plaats voor drie muntstukken, van 50, 10 en 2 eurocent. Bloemenverkoopster Irena slaakt een diepe zucht. „Al dat kleingeld. En al die muntjes lijken zo op elkaar. Wat een ellende.”

De klaagzang op de markt is oorverdovend. „Als de euro komt, kap ik ermee”, zegt de slaverkoper. „Nee, natuurlijk zijn we er niet op voorbereid”, zegt de aardappelhandelaar. „Ik ga me ook niet voorbereiden. Ze kunnen de pot op met hun euro.”

Toch is er alle reden tot feest. In jaren negentig was Slowakije nog de zieke man van Europa, gegijzeld door een louche kliek rondom de autoritaire premier Vladimír Meciar (1993-1998). Het staatseigendom werd geroofd en de aansluiting bij de Europese Unie bijna gemist. Daarna volgde echter een inhaalrace, waarbij de Slowaken al hun buren achter zich lieten, zelfs de Tsjechen, met wie ze tot 1993 een land deelden.

De Tsjechen zijn – zeggen de Slowaken – altijd overal beter in: in ijshockey, in voetbal, in bier brouwen, in zakendoen. Maar met de euro wil het niet lukken. Het plan om de munt in 2010 in te voeren was al losgelaten en 2012 wordt ook niet gehaald. Slowakije heeft straks door het wegvallen van valutarisico’s een belangrijk concurrentievoordeel. Met de euro zal de economie jaarlijks naar verwachting 0,7 procentpunt harder groeien dan zonder.

Maar trots is de Slowaak desondanks allerminst. „Dat de Tsjechen met de euro wachten heeft vast wat te betekenen”, zegt een groenteman op de markt in Bratislava . „Ze zijn ook nu weer slimmer en lachen zich rot als hier straks de prijzen omhoogschieten.” Maar opeens klinkt er een dissonant in de klaagzang. „De euro is fantastisch”, werpt een klant tegen. „Onze politiek is een zootje en hoe meer macht we uit handen geven des te beter. De EU is misschien bureaucratisch, maar erger dan bij ons kan het niet zijn.”

In een recente opiniepeiling sprak 65 procent van de bevolking zich uit tegen de komst van de euro. In een andere peiling zei 56 procent eerder nadelen dan voordelen te verwachten van de Europese munt. Vooral oudere generaties maken zich zorgen. Van de zestigplussers is 70 procent somber, slecht nieuws voor premier Robert Fico, die het vooral bij de oudere kiezer goed doet.

De Slowaken zijn in de war. In 2006 stemden ze massaal voor Fico, een eurosceptische socialist, die won met de belofte dat het genoeg was geweest: de ingrijpende hervormingen zouden op een lager pitje worden gezet, de sociale uitgaven zouden worden opgeschroefd.

Hierdoor werd de relatie met Brussel ook meteen koeler, mede ook door de toetreding van extreme nationalisten tot zijn coalitie. Dat juist Fico nu de euro gaat invoeren, is voor menigeen onbegrijpelijk.

Niet voor Michal Musak. „Na zijn aantreden zagen we een aanzienlijke verzwakking van de kroon ten opzichte van de euro”, zegt de analist van een grote bank in Bratislava. „Het was een duidelijk signaal: de markt vreesde dat de europlannen in de ijskast zouden worden gezet. Fico heeft uiteindelijk besloten om te luisteren.”

De premier hoefde zijn belofte niet te breken: sinds 2006 zijn er geen grote hervormingen meer geweest. Maar vorig jaar kon hij terugvallen op hoge belastinginkomsten, dankzij een spectaculaire economische groei van 10,4 procent. „Veel buitenlandse investeringen die nog door de vorige regering zijn aangetrokken, vooral in de auto-industrie, zijn nu pas tot volle wasdom gekomen”, zegt Musak.

Maar toch heeft premier Fico veel uit te leggen aan zijn kiezers. Volgens waarnemers kan er voor de premier een zeer pijnlijke situatie ontstaan, als er tijdens de introductie van de euro problemen ontstaan, zoals plotselinge prijsverhogingen. Fico is doodsbang voor zo’n scenario: zijn regering heeft daarom een pakket maatregelen aangenomen om speculatie tegen te gaan.

De Europese Commissie is onder de indruk van de lage inflatie en het lage begrotingstekort van Slowakije, beide 2,2 procent, maar riep Fico vorige week op om weer op hervormingspad te gaan. Want de inflatie kruipt omhoog. De premier was niet geïmponeerd. Het groene licht voor de euro is volgens hem „een waardering voor het goede economische en financiële beleid” van zijn regering. „Mijn regering heeft niet alles opgeofferd in naam van de euro”, voegde hij er trots aan toe.

Met geen woord repte hij over zijn voorganger Mikulás Dzurinda, de architect van de hervormingen in Slowakije tussen 1998 en 2006, waarvan Fico nu de vruchten plukt. Flauw, schreef een Slowaakse krant. „Een beetje krediet geven aan zijn voorganger zou diplomatiek zijn geweest, een uiting van staatsmanschap. In plaats daarvan heeft hij zich overgeleverd aan een typische en opzettelijke misinterpretatie van de feiten.”