Kuikens sterven door landbouwmachines

In de laatste alinea van zijn artikel over grootschalige, intensieve landbouw en biodiversiteit merkt de heer Albert Jan Maat op dat de nesten van weidevogels die worden gemarkeerd ook alle worden uitgebroed (Opiniepagina, 9 mei).

Hij gebruikt dit argument om zijn stelling te schragen dat grootschalige landbouw en weidevogels heel goed samen gaan. Maar het eigenlijke probleem van de weidevogelbescherming is dat er, nadat de eieren zijn uitgebroed, zo weinig jonge vogels overleven. En een belangrijke oorzaak hiervan is dat in de grootschalige landbouw wordt gewerkt met grootschalige landbouwmachines. De tractor met maaimachine of giertank kan wel het met stokken gemarkeerde nest omzeilen. Maar helaas kunnen de kuikens van kievit, grutto, wulp en scholekster niet hard genoeg lopen (jonge weidevogels kunnen nog niet vliegen) om de machines te ontwijken. Dan zie je in het gemaaide grasland twee stokken, een pluk hoog gras en een nest dat is uitgekomen, wat verderop lopen twee volwassen wulpen, maar van jonge wulpen is geen spoor te bekennen.

Tot slot: wij vinden ieder jaar minder nesten en zien nauwelijks jonge vogels groot worden.