Juryplicht

Als de rechtbank je oproept, moet alles wijken.

Badge van een jurylid Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Toen ze het vonnis uitsprak, durfde Marie niet naar de verdachte te kijken. Later heeft ze niet meer getwijfeld, maar op dat moment was ze bang te ontdekken dat ze zich had vergist.

Jury duty. Na ‘Bush en Cheney’ wekken weinig woordcombinaties in Washington meer weerzin. In films en tv-series zie je kalme mensen eindeloos in rechtbankjury’s zitten, maar hoe gaat zoiets nou eigenlijk echt? Eigen werk moet in de avonduren worden ingehaald. Kinderen moeten onder dak gebracht – en als dat niet kan, achtergelaten worden in de crèche van de rechtbank. Mensen die eigen baas zijn, zien hun inkomsten slinken tot een vergoeding van dertig dollar per dag. En dat kan zich allemaal weken voortslepen.

De inwoners van Washington DC zijn extra vaak de klos. Door de hoge criminaliteitscijfers op een relatief kleine bevolking is de kans te worden opgeroepen voor een jury van de rechtbank van DC al bovengemiddeld groot. Bovendien huist hier ook de federale rechtbank, en de jury’s voor die zaken worden eveneens samengesteld uit Washingtonians. Het gevolg is dat je hier om de twee à drie jaar wordt opgeroepen.

Het begon met de gevreesde envelop van de rechtbank in de brievenbus: Marie Dullae-Prentice diende zich op maandagochtend tien uur op de rechtbank van DC te melden voor juryplicht. Daar nam ze plaats in de jurykamer, een grote kale ruimte waar honderden mensen zoals zij zitten. Uit die groep worden de jury’s voor die dag samengesteld. Als je geluk hebt, zijn er weinig zaken, word je niet geselecteerd en kun je weer gaan.

Marie had pech. En ze had zich te degelijk aangekleed, denkt ze. „Ik had misschien een Grateful Death T-shirt moeten aantrekken.” Ze werd geselecteerd voor de jury van een moordzaak. Het ging om een baby van twee maanden, de vader werd ervan verdacht het kind twee jaar eerder met opzet dood te hebben geslagen en zat sindsdien in de gevangenis.

Marie werkt op een klein kantoor, gespecialiseerd in fondsenverwerving – ze doen er onder meer de direct mail voor Obama. Daar was niemand om haar te vervangen en ze kon nieuwe klanten niet afwimpelen. Dus verdiepte ze zich vier weken lang acht uur per dag in de dood van een verwaarloosd baby’tje en propte ze haar werkdag in de uren daarvoor en daarna. Haar dochter van vijf zag ze nauwelijks, daar zorgde haar man voor, aan wie ze voor het vonnis niets mocht vertellen (Ze deed het toch, een beetje).

De zaak speelde in het deel van de stad waar ze eigenlijk nooit komt, in zwart, zuidoost Washington. „Je weet wel hoe moeilijk het leven daar is, denk je. Maar dit was ongelooflijk.” De moeder van de baby zwierf tussen familieleden. „Zij leek niet aan de drugs en gek zou ik haar ook niet willen noemen, maar ze was beslist niet in staat haar kinderen op te voeden.” Twee oudere kinderen, zes en acht, waren nooit naar school geweest of naar de dokter. „Niemand had het door, ze leefden volkomen buiten het systeem.” De baby was ergens op de grond geboren en niemand in de familie wist nog precies op welke datum, dat kon pas enigszins worden achterhaald toen de politie het probeerde met footballwedstrijden: was het voor of na dat verlies van de Redskins?

„De vader leek de enige die probeerde de baby nog een beetje te verzorgen.” Hij nam het kind mee naar zijn eigen moeder, waar hij op de bank sliep bij gebrek aan een woning voor zichzelf. Hij wist zich met de baby geen raad, maar zijn moeder stak geen vinger uit. Dus hij waste de zuigeling, in een veel te grote badkuip, hij was vermoedelijk te ruw met alles, hij liet het kind een keer vallen, misschien een paar keer.

„Wat me heeft geschokt, was de manier waarop justitie deze vader als dader probeerde vast te nagelen.” Niets werd de jury daarbij bespaard. Een eindeloze serie gruwelijke autopsie-dia’s. Urenlange video-opnames van politieverhoren, waarop de verdachte volkomen werd geïntimideerd. „De politie was ontzettend hard.”

Na bijna vier weken in de rechtzaal was Marie ervan overtuigd dat de vader aan veel schuldig was, net als de rest van de familie. „Aan verwaarlozing. Aan zich gedragen als een idioot. Maar niet aan moord.” De jury koos haar als voorzitter.

Bij eerste stemming was de verdeling zeven onschuldig, vijf schuldig. Het kostte haar vier dagen om die vijf op andere gedachten te brengen. Toen mocht ze het ‘niet schuldig’ uitspreken. De verdachte brak. Advocaten schreeuwden van opwinding.

Het was zo’n prachtige zomeravond, toen ze naar buiten stapte heeft ze even gehuild.

Thuis trof ze al een paar dagen later een nieuwe envelop aan in de bus. Deze was voor haar echtgenoot: federale rechtbank, twaalf weken juryplicht. Meteen heeft ze de brief verscheurd. „Die hebben we nooit ontvangen, zullen we zeggen.”