In Beeld

Beichuan, provincie Sichuan, China,14 mei 2008 Foto Reuters Boys are trapped in the rubble of a collapsed building at the earthquake-hit Beichuan County, Sichuan Province, May 14, 2008. Picture taken May 14, 2008. REUTERS/Guangquan (CHINA). CHINA OUT. NO COMMERCIAL OR EDITORIAL SALES IN CHINA. REUTERS

Hier kijk je naar met afgewende blik, als dat kan. Wat een afgrondelijke droefenis. Na de eerste schok volgt de actie, virtueel, helaas. Je denkt: die deur moet weg, nu. Prioriteit nummer één, vooruit, met z’n allen, bevrijden dat kind! Maar nee, op de deur rust een blok beton. Hij zit vast met een been, een voet. In zijn rug heeft hij zijn kameraadje voelen verstijven, koud worden. Boven hem en aan zijn voeten, nog twee slachtoffers. Hij ligt niet goed. Kan er geen kussen, een jas onder dat hoofdje gelegd worden, op z’n minst? Zodat hij wat minder fronst? Wordt er wel tegen hem gepraat? Zegt er iemand, desnoods tegen beter weten in, dat alles goed komt? Wat heeft de fotograaf gedaan, behalve zijn lens richten? Mag dat wel, een lens richten op zoveel wanhoop? Mag deze foto hier staan?

Alle hulporganisaties zeggen dat ze nodig zijn, beelden als deze. Zonder beelden geen ramp. Het is vandaag het verschil tussen Birma en China. China houdt de ramp niet geheim. Het land redt zich hoe dan ook wel, het beschikt over de juiste middelen. Birma niet. Toch heeft de hulpactie voor dat land bijna niets opgeleverd. Door de junta, maar, zo luidt de analyse, ook door het gebrek aan aansprekende beelden. Was het niet in de jaren tachtig, in Colombia, na een aardverschuiving? De omstandigheden vervagen, maar het beeld van het meisje dat dagenlang tot borsthoogte vastzat in het water tot zij ten slotte bezweek, is niet vervaagd. De wereld leefde mee, uit sensatie, uit medeleven, het doet er niet toe. Wat niet getoond wordt, is niet gebeurd. Daarom: dit is weliswaar China, maar óók Birma. Internationale hulpverleners zeggen via via toch iets te kunnen doen, ondanks de junta. Mits er gegeven wordt. Te storten op 555.

Pieter Kottman