Ik haat zwarten

Drie Kalmukse studenten staan in Rusland voor de rechter. Willekeur, racisme en gebrek aan onafhankelijke rechtspraak voeren de boventoon. „Ik kan niet anders concluderen dan dat de officier van justitie aanstoot neemt aan het ras van de verdachten.’’

De rechtszaal van de Frunze-districtsrechtbank in Vladimir onderscheidt zich nauwelijks van rechtszalen elders in Europa: een sober ingericht lokaal. De zaal is gevuld met eenvoudige houten bankjes, links voor de openbaar aanklager en gedupeerden, rechts voor de verdediging van de verdachten. Aan de wand hangen de Russische vlag en het wapen van Vladimir.

Maar er staat ook een grote kooi van gevlochten gietijzer, van waaruit de verdachten hun proces moeten volgen.

Vandaag is de kooi leeg en zitten drie jonge verdachten met Aziatisch uiterlijk in de beklaagdenbank. Terecht staan de Kalmukse studenten Andrej Bjatkijev en de broers Basang en Jevgeni Erdnijev, die dertien maanden in voorarrest hebben gezeten en sinds afgelopen november op borgtocht vrij zijn. Hun is artikel 101 van het wetboek van strafrecht ten laste gelegd; openlijke geweldpleging en het moedwillig toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, waarop minmaal 5 en maximaal 12 jaar gevangenis staat. Aanleiding voor de slepende zaak is een nachtelijke vechtpartij met twee agenten van de OeBOP (Dienst ter Bestrijding van de Georganiseerde Misdaad), die een avondje aan het stappen waren. De agenten werden wegens dronkenschap nachtclub Delfin uitgezet, waar de studenten op dat moment de promotie van Bjatkijev vierde. De agenten zouden hebben geroepen: „Waarom krijgen wij geen drank, en die spleetogen wel.” Later raakten studenten en agenten slaags op de stoep. De agenten zouden de studenten om hun Aziatische uiterlijk hebben beledigd, waarop die hun „waardigheid verdedigden”.

Vandaag wordt het rapport van het medisch onderzoek – het vierde inmiddels – ter zitting gebracht. Rechter Toemakov leest de conclusie voor: „Slachtoffer Persjin heeft geen schade aan de gezondheid opgelopen.”

OeBOP-agent Persjin, die de Kalmukse studenten heeft aangeklaagd, sputtert tegen: „Ik heb zowel fysiek als psychisch schade ondervonden. Ik verzoek de rechter de experts van het medische rapport te laten voorkomen.” Maar na drie eerdere medische rapporten en talloze getuigenissen vindt de rechter het welletjes: „Ik kan niet iedereen blijven oproepen. In de rapporten staat alles uitgebreid beschreven. Als u specifieke vragen heeft, dient u die in op schrift en zal ik ze bekijken.”

Met de conclusie van het laatste medisch rapport lijkt de aanklacht van Persjin ongegrond. Toch verwacht Svetlana Belova, de advocaat van de drie Kalmukken, alles behalve vrijspraak. Belova: „De staat moet dan compensatie betalen voor hun onterechte gevangenschap, wat volgens bepalingen van het Europese Hof kan oplopen tot 40.000 euro per persoon. De rechter zal nooit ingaan tegen het staatsbelang.”

Zomaar een rechtzaak in een Russische provinciestadje, 200 kilometer ten oosten van Moskou. Ooit was Vladimir Ruslands hoofdstad en zetelde hier het hoofd van de Russisch Orthodoxe Kerk. Nu is het niet meer dan een armetierig provinciestadje, waar de strijd om het bestaan sinds de Sovjetdagen alleen maar harder geworden is. Willekeur, racisme en gebrek aan onafhankelijke rechtspraak voeren er de boventoon.

Zo kon het gebeuren dat de Kalmukse studenten een paar uur na de vechtpartij van hun bed werden gelicht door collega’s van de agenten. In plaats van naar het politiebureau werden ze naar het OeBOP-kantoor gebracht, alsof ze deel uitmaakten van een criminele organisatie. Daar liep tijdens het achttien uur durend verhoor de 19-jarige Jevgeni Erdnijev een gebroken been op.

Het duurde bijna een jaar voordat de drie Kalmukken voor de rechter kwamen. Daarna werd het proces telkens verdaagd en zo blijft tot nu toe een uitspraak uit – geheel tegen de richtlijnen van het Europees Hof. Het is een bekend probleem in Rusland, waar langdurig voorarrest niet als onrechtmatig wordt gezien en de rechten van verdachten niet meetellen. Rusland heeft daarover al verschillende zaken verloren bij het Europees Hof, maar lijkt niet van zins deze praktijk te veranderen.

„Als de verdachten van het Slavische ras waren geweest zou de zaak allang afgehandeld zijn”, schrijft de lokale krant Tomiks. „Nu is het het woord van staatsdienaren tegenover dat van minderheden uit een verafgelegen en armoedige provincie. Persjin, die in kennelijk staat verkeerde, gaf daarbij tegenover de rechter openlijk toe zich de toedracht van de vechtpartij niet meer te kunnen herinneren.”

Auteur van het stuk is Natalja Novozjilova, de enige lokale journaliste die de zaak volgt. Zij weet als geen ander hoe lang een proces zich kan voortslepen: zelf was ze in een zeven jaar durend proces verwikkeld op beschuldiging van smaad nadat ze de lokale afdeling van de Partij voor Nationale Eenheid had omschreven als fascistische organisatie. Sindsdien bericht ze over misstanden binnen het rechtsysteem en over de met elkaar verweven machtsstructuren. Ze schetst het beeld van een oppermachtig staatsapparaat tegenover een nauwelijks ontwikkelde civil society. Novozjilova: „Neem de gouverneur van het district Vladimir. Hij is al vijftien jaar aan de macht en duldt geen oppositie. Toen een aantal jaar geleden de populaire burgemeester van de tweede stad van het district op veler verzoek wel wilde overwegen zich kandidaat te stellen voor de gouverneurspost, werd hij kort daarop dood in een greppel aangetroffen. Hoewel iedereen vermoedde wat er achter de moord stak, kwam er geen onderzoek en werd er in de pers over gezwegen.”

In het Rusland van vandaag zijn weinig journalisten overgebleven die over politiek gevoelige onderwerpen schrijven. Novozjilova heeft het voordeel dat ze schrijft voor een kleine commerciële krant die weinig serieus is, maar wel onafhankelijk. Het is elke keer een hele opgave om haar stukken gepubliceerd te krijgen. Ze schuwt er niet voor haar hoofdredacteur attenties toe te schuiven als een doos chocolade of fles cognac. Dit alles voor het schamele loon van rond de honderd euro per maand. Vorig jaar heeft ze op een andere manier erkenning voor haar werk gekregen: ze heeft in Oslo een prijs ontvangen van het Noors/Duitse Freedom of Expression Foundation vanwege haar strijd voor het vrije woord.

Daarnaast is de strijdvaardige Novozjilova actief voor het Russisch Antifascistisch Front, dat gevestigd is in een studentenflat aan de rand van het centrum. Alleen al de blinde muur tegenover het kantoor verleent de organisatie bestaansrecht: die is beklad met hakenkruizen. In de flat ernaast zit het kantoor van een lokale neonazipartij, op de stoep hangen jeugdige skinheads rond.

In Rusland neemt racistisch geweld verontrustende vormen aan. Dagelijks staan er berichten in de krant over groepen jongeren die Kaukasiërs en Afrikanen aftuigen of doodslaan. Onder hen zijn dikwijls kleine kinderen. Ook van overheidswege wordt een racistische politiek gevoerd, getuige de hetze tegen de talloze Georgiërs in Rusland na een politiek conflict met Georgië en getuige een nieuwe marktwet die de vele Kaukasische en Centraal-Aziatische marktkooplui van de markt heeft verjaagd.

Novozjilova: „Vladimir staat bekend om zijn grote extreemrechtse aanhang. Lezers betichten mij er van een modieus thema te exploiteren. Maar al vijftien jaar geleden schreef ik verontrustende berichten over de opmars van de neonazi’s. Racistisch geweld in de straten van onze stad is heus niet van gisteren.”

De zaak van de Kalmukken houdt ze nauwlettend in de gaten. Ze regelt onderdak voor de ouders van de studenten en geeft juridisch advies. Novozjilova: „In Rusland kan een journalist niet passief blijven toekijken wat er gebeurt. Je moet het onrecht bestrijden.”

Op een gegeven moment deed agent Persjin de Kalmukken een voorstel tot een schikking: hij zal de aanklacht intrekken in ruil voor een op 284.000 dollar geraamd bedrag vanwege de psychische en lichamelijke schade voor zichzelf en voor zijn kind dat – absurd, maar waar – op het moment van de ruzie nog verwekt moest worden. Toen de Kalmukken er niet op ingingen, onderging Persjin een medisch onderzoek waaruit een hele reeks aandoeningen blijkt, zoals een open hoofdwond, kapotte trommelvlies en gebroken sleutelbeen. Later bleek het onderzoek tegen de regels in te zijn uitgevoerd door maar één specialiste, die bovendien niet over de juiste bevoegdheid beschikt en ook geen röntgenfoto of scan gemaakt heeft.

Een vergissing, gaf de onbevoegde specialiste voor de rechtbank toe. Maar wel een vergissing die de toekomst van de drie Kalmukken op het spel zette. Basang is een veelbelovende beursstudent aan de Geologisch Universiteit in Moskou. Ook Jevgeni en Andrej waren er in geslaagd zich aan de Kalmukse steppe te ontworstelen en volgden een opleiding aan het juridische instituut in Vladimir, waar zij ironisch genoeg werden opgeleid tot gevangenisbewaarder.

Nu zitten ze zelf in voorarrest in de SIZO, het Russische Huis van Bewaring, waar doorgaans meer dan tien arrestanten zitten in een cel voor vier. De jongens hebben geen onderling contact en zien, op een uur per dag na, geen daglicht. Familiebezoek is op z’n hoogst een keer per maand toegestaan. De meesten hopen op een snelle veroordeling zodat ze naar het strafkamp kunnen, waar ze tenminste iets te doen hebben.

Een dag na de presentatie van het laatste medisch rapport verzamelen de verschillende partijen zich voor de zesde keer in de rechtbank. Na negentien maanden is eindelijk het moment aangebroken voor de slotpleidooien. Er arriveert net een arrestatiebusje met gedetineerden, die onder bewaking met gebogen lichamen naar binnen worden gedreven. „Voor de cipiers ben je gelijk een hond”, spreekt Bjatkijev uit eigen ervaring.

De rechtbank ligt in wat in de volksmond de Bermuda-driehoek heet: links de rechtbank, rechts de militaire academie, daarachter Vladimirski Tsentral, een beruchte gevangenis die deel uitmaakte van de Goelag en bezongen is in een bekende gangsterballade. Daarnaast de kraamkliniek, en dan nog een begraafplaats en een psychiatrische inrichting. „Het hele Russische leven, van de wieg tot aan het graf, vind je op deze ene heuvel”, zegt journaliste Novozjilova. Tegenover de heuvel staat de wodkafabriek.

Ook aanwezig is Deliash Balakaeva van het Nederlands Centrum van Inheemse Volken (NCIV). Zij is een in Nederland woonachtige Kalmukse, die de oudste van de verdachten, Basang Bjatkijev al kende. Basang was eind jaren negentig als veertienjarig voetbaltalent met een team van jeugdkampioenen in Nederland om te spelen tegen twee Nederlandse teams. Balakaeva was tolk en gids van de groep en heeft nog een ontmoeting met Ajax geregeld, waaraan zij een foto van Basang met Richard Witschge heeft overgehouden.

Het NCIV maakt zich zorgen over de wijze waarop justitie de leden van deze etnische groep behandelt, is bang dat ze geen eerlijk proces krijgen en heeft haar daarom als waarneemster gestuurd.

Zelf heeft ze in Vladimir al meteen een onaangename ervaring van racistische aard. In een restaurant zegt een man van middelbare leeftijd uit het gezelschap waarin ze toevallig belandt, haar recht in het gezicht: „Ik haat zwarten.” Met ‘zwarten’ worden in Rusland Kaukasiërs en Aziaten bedoeld, daarmee refererend aan het haar, niet aan de huidskleur. Als Balakaeva hem vraagt of hij haar ook haat, verzekert hij haar: „Zwarten zoals u haat ik niet. Ik bedoelde Kaukasiërs.”

Balakaeva: „Xenofobie is in de Russische samenleving altijd al een diepgeworteld sentiment. En nu wordt de rassenhaat er alleen maar grimmiger op. De overheid doet racistisch geweld af als ‘hooliganisme’, waardoor officiële cijfers over racistisch geweld ontbreken. Neem nou die man in het restaurant. Hij was een eliteofficier in het leger. Hij wordt geacht Russische staatsburgers te beschermen. Maar kunnen minderheden in Rusland van deze officier daadwerkelijk bescherming verwachten?” Veel van het geweld richt zich tegen Kalmukken, die nauw verwant zijn aan de Mongolen en afkomstig zijn uit een autonome regio boven de Kaukasus.

Balakaeva is geschokt over de brute behandeling van de Kalmukse studenten: „Toen ik in september 2006 voor de eerste keer naar de rechtzaak kwam, zaten de jongens nog in de kooi. De rechter was grof en kortaf tegen hen. Maar het meest verbaasde ik me over de vrouwelijke officier van justitie Senkova, die enorm tegen de jongens tekeer ging. Ik heb me afgevraagd waarom een jonge ambitieuze vrouw zich vastbijt in een zaak waar zo weinig eer aan te behalen valt. Ik kan niet anders dan concluderen dat ze aanstoot neemt aan het ras van de verdachten.”

De aanwezigheid van Balakaeva als buitenlands waarnemer in de rechtbank afgelopen september leek meteen effect te hebben. Bij een zitting een maand later was de rechter zichtbaar milder gestemd en gedroeg zich correct tegen de verdachten. Tot ieders verbazing kwamen de drie studenten op borgtocht vrij. De reactie van Novozjilova: „Ik heb nog nooit meegemaakt dat een beklaagde voor de uitspraak van de rechter op borgtocht vrijkomt.”

De borgsom bedroeg 100.000 roebel (ongeveer 3.000 euro) per persoon. Daar komen voor de ouders van de studenten de kosten voor het vele reizen, het verblijf en de peperdure Moskouse advocaat bij. Voor de armlastige Kalmukse families is het niet op te brengen. Zij hebben hun huizen moeten verkopen en wonen nu samengepakt in een krap tweekamerflatje. Zelfs neven en nichten hebben zich in de schulden gestoken.

Daarnaast bood ene Kostyrev zich aan als sociaal juridisch raadsman. Deze tegenhanger van de openbaar aanklager levert gratis rechtsbijstand waarop elke verdachte in Rusland recht heeft. Kostyrev vroeg echter 7.000 dollar, met de belofte de jongens zo snel mogelijk vrij te krijgen. Het contract werd ondertekend, maar Kostyrev bleek een uiterst onbetrouwbare factor in de zaak.

Zo is Kostyrev vandaag niet komen opdagen, net als officier van justitie Senkova, die zich ziek heeft gemeld. „De zitting kan niet doorgaan”, zegt de rechter droog. „Kostyrev moet de gelegenheid hebben zijn slotpleidooi te houden. Tenzij de verdediging afstand doet van zijn diensten.” De Kalmukken stellen ter plekke een verklaring op waarin ze afstand doen van hun sociaal juridisch raadsman, ondanks al het geld dat voor hem betaald is. Dan vraagt de vervangende openbaar aanklager uitstel om haar slotpleidooi te kunnen voorbereiden. „Gaat u hiermee akkoord?”, vraagt rechter Toemakov aan de verdediging. De Kalmukken en advocaat Belova stemmen in. Omdat blijkt dat advocate Belova aan het eind van de week niet naar de rechtbank kan komen, wordt de zaak weer een maand uitgesteld.

Na afloop in de hal maakt journaliste Novozjilova zich kwaad. „Advocaat Belova had moeten weigeren. Maar voor haar komt verder uitstel alleen maar goed uit. Zij zou de hele verdediging op zich nemen voor een vastgesteld bedrag van 8.000 euro. Maar de afspraak liep tot eind deze maand. Nu kan ze volgende maand weer meer gage vragen.”

Zo lijkt in deze zaak iedereen er op uit de zwaksten in de schakel zoveel mogelijk geld uit de zakken te kloppen.

Inmiddels ligt het vonnis er. Aangezien het slachtoffer, zoals na vier expertises bleek, geen ernstig letsel heeft opgelopen, was het onmogelijk de drie Kalmukken op grond van artikel 101 te veroordelen. Op de laatste zitting heeft de officier van justitie de aanklacht veranderd en eiste ze maximaal twee jaar gevangenisstraf vanwege ‘vandalisme’. Basang Erdnijev kreeg een jaar, Jevgeni Erdnijev anderhalf, en Andrej Bjatkijev twee jaar voorwaardelijk, wat betekent dat de elf maanden voorarrest niet van de straf afgetrokken wordt. Volgens een lokale jurist is het duidelijk dat de staat de drie Kalmukken veroordeeld wilden hebben, om zo geen compensatie te hoeven geven voor de elf maanden in de cel. De drie Kalmukken willen rechtsherstel en gaan in hoger beroep. Desnoods tot aan het Europese Hof.