Hysterisch & wild

Stylist Sonny Groo en fotograaf Feriet Tunc maakten portretten van bezoekers van discotheek Studio 80 in Amsterdam. Hip maar niet modieus.

Camiel (24), ‘concept en branding’ Tunc, Feriet

Stylist Sonny Groo is twintig en hij is een kwartier te laat. Hij komt regelrecht uit de broodjeszaak op de Amsterdamse Zeedijk. Strak in het pak, met hier en daar een veeg meel. Het is druk en chaotisch in de zaak waar hij drie dagen per week werkt, puft hij. „Ik krijg steeds meer verantwoordelijkheid.” Groo bestelt een chocomelk en ploft op de bank. Voor zijn neus staat een gigantische tas met broeken, shirts, riemen en een knuffel. Hij grijnst, „voor een fotoshoot morgen”.

Samen met fotograaf Feriet Tunc (31) maakte hij vorige maand een serie portretten van bezoekers van Studio 80, een discotheek aan het Amsterdamse Rembrandtplein. Tunc, dol op subculturen, kwam daar steeds dezelfde club mensen tegen. Hij raakte onder de indruk van de groep jongeren: hysterisch gedrag op de dansvloer, en wild uitgedost. Daar lag materiaal voor een fotoserie.

Van de leden wist Tunc alleen niet zoveel. „Ja, dat blonde meisje werkt geloof ik bij een bank. Ik vermoedde dat de meesten overdag werken. ’s Avonds thuiskomen, eten en dan gaan knutselen met kleding. Zo zag ik dat voor me.” Hij ging op zoek naar een stylist, om de scene vast te leggen. „Ik viel met mijn neus in de boter.” Tunc wijst op Sonny Groo: „Hij bleek er middenin te zitten.”

Groo – hij kocht vier jaar geleden al zijn eerste skinny jeans – is een „fashionfreak”. Van jongs af aan wilde hij stylist worden. Maar na zes jaar havo ging hij er toch liever even tussenuit. In plaats van vier jaar ploeteren op de Rietveld Academie koos hij vervolgens voor een jaar les aan de Artemis Styling Academie.

Een jaar later raakte hij in de scene verzeild. „Het begon met een groepje vrienden”, herinnert hij zich. „We gingen ons opvallend kleden voor het uitgaan”, vertelt hij. Binnen de kortste keren waren ze met z’n twintigen. Groo: „Toen begon het op te vallen. Mensen plaatsten foto’s van ons op Myspace en Hyves (netwerksites, red.) en op die manier groeit een scene.”

En toch, hoewel je de leden er op een clubavond eenvoudig uit pikt, is de groep lastig te definiëren. Sonny Groo ziet vooral uiterlijke kenmerken: ze gaan hip gekleed, maar niet volgens de laatste mode, en ook niet per se mooi, liever opvallend. Diversiteit is daarbij belangrijk. Zelfs letterlijk: sommigen verkleden zich drie keer op een avond. Tot de groep rekenen zich vooral mannen, vaak homo’s van tussen de vijftien en dertig jaar. Maar er zijn ook vrouwelijke leden, haast Groo zich te zeggen, soms van nog geen veertien. Hij wijst op een foto van drie tengere meisjes. „Komen ze met z’n drieën aanzetten, superdun en in mini-jurk. Zoiets valt op, toch?”

En dan is er nog drugsgebruik, ook dat is kenmerkend. Maar niet heel bijzonder, vindt Groo. Volgens hem gebeurt dat bijna overal, alleen wat minder opzichtig. „De groep is open minded. ‘Mag ik je mobieltje lenen’, vraagt iemand dan, ‘even een paar pillen bestellen’.”

Inmiddels omvat de nog naamloze scene naar schatting vierhonderd mensen. De kern bestaat uit zo’n zestig jongeren. „Een deel daarvan heeft zich alweer afgesplitst”, vertelt Sonny Groo. Deze „million dollar kids” bewegen zich volgens hem rond de clubavonden in Club Meander in Amsterdam, en zij zijn extremer: met nepwimpers, bloed over het gezicht en trouwjurken met vetvlekken.

Voor de portretserie bezochten Feriet Tunc en hij twee clubavonden in Studio 80. Is het resultaat realistisch? Of is het fake? De toevoegingen van de stylist zijn minimaal, zegt hij zelf. Hier en daar een pruik of shirt, zo gaat dat tenslotte met uitgaan ook. „Leen je van de een een broek, trekt de ander jouw jasje aan.” Het moest een gebalanceerde weergave van de groep worden. Dus naast de extreme Jean Paul Paula, die zich graag op twintig centimeter hoge hakken voortbeweegt, fotografeerden ze ook de wat ingetogener Joost Vandebrug met spijkerbroek, hemd, en glitterpruik. Tegen zijn modellen hoefde Tunc maar weinig te zeggen. Schuin liggend op de bank, of in spagaat, „zo tref je die mensen daar aan”.

Toch kun je niet echt van reportagebeelden spreken. Feriet Tunc die zijn carrière ooit begon als assistent van fotograaf Erwin Olaf, heeft eveneens een geënsceneerde stijl. „Ik ben een estheet. Ik registreer niet, ik ensceneer. Want ik wil een mooi beeld, mooi licht, en mensen die er op hun mooist uitzien”. Op dit moment werkt hij aan een serie over vrouwelijke bodybuilders. Tunc ziet overeenkomsten tussen deze vrouwen en de feestende jongeren. „Bodybuilders zijn voortdurend met hun lichaam bezig. Ze trainen voor een ideaal dat bijna niemand met ze deelt. Ze volgen hun eigen smaak, net als die jongeren in Studio 80.”

„Kijk”, Tunc wijst op Jean Paul, met bontmuts, bril, bretels en een veel te grote handtas. „Kijk dan, hoe hij eruit ziet. Dat is toch waanzinnig. Dit zijn mensen die je buiten niet zomaar tegenkomt.”