Hulp van buiten mag nu China in

Voor het eerst in de geschiedenis van de Volksrepubliek China hebben de autoriteiten na een grote natuurramp internationale hulp aanvaard.

Gespecialiseerde reddingsteams uit Japan, Zuid-Korea en Rusland kwamen gisteren aan in Chengdu. De buitenlandse politiemannen en brandweerlieden zullen worden ingezet bij de zoektocht naar de 25.000 vermisten in het moeilijk toegankelijke westelijk deel van Sichuan. Het dodental, inmiddels opgelopen tot iets meer dan 22.000 – kan volgens de Chinese autoriteiten oplopen tot meer dan 50.000.

Hulpmaterialen en medicijnen werden ook geleverd door Taiwan en Frankrijk. Het Taiwanese China Airlines heeft een luchtbrug vanuit Taipei opgezet. De VS en de Europese Unie hebben financiële hulp toegezegd.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken meldde gisteren dat het China satellietopnamen heeft gestuurd van het rampgebied. Daarmee kunnen de autoriteiten zich een beter beeld vormen van de situatie op de grond. Dat kan helpen bij het reddingswerk.

Tientallen Europese bedrijven hebben donaties verricht aan het Chinese Rode Kruis. De Nederlandse bank ABN Amro leverde hulpgoederen af in Hanwang met vrachtwagens die waren voorzien van teksten als „ABN Amro in Nederland trekt zich het lot van de slachtoffers aan”.

Pas gisteren werd voor het eerst duidelijk hoe groot het aantal daklozen is. In de provincie Sichuan zijn 4,8 miljoen mensen hun huis kwijt.

In verschillende steden beginnen overlevenden te klagen dat het zoeken naar mogelijk levende slachtoffers onder het puin – volgens de autoriteiten nog steeds de hoofdprioriteit – ten koste gaat van hulp aan degenen die de ramp hebben overleefd.

Bekijk foto’s van Sichuan via nrc.nl/buitenland