‘Het geweld moet ook aantrekkelijk zijn’

Veel indruk op het festival van Cannes maakt ‘Hunger’, de eerste film van van kunstenaar Steve McQueen, over een IRA-hongerstaker: „Hij is als een kind dat weigert zijn bord leeg te eten.”

De film die tot nu toe de meeste tongen losmaakt op het filmfestival van Cannes, is Hunger. De eerste speelfilm van de Brits-Amsterdamse beeldend kunstenaar Steve McQueen opende donderdag het programma Un Certain Regard en kreeg bij de galapremière een staande ovatie van twintig minuten. En al die lof is verdiend. Hunger is een prachtige film over de hongerstaking in 1981 van leden van de IRA, onder leiding van Bobby Sands (Michael Fassbender) in de beruchte H-blokken van de Noord-Ierse Maze-gevangenis.

Met de hongerstaking probeerden de IRA-leden een status aparte als politieke gevangenen af te dwingen. In de periode daarvoor hadden ze dat al vergeefs geprobeerd met andere acties: door te weigeren zich te wassen en de gevangeniskleding te dragen. De vervuilde, naakte mannen geven de taferelen in de film een bijbelse sfeer. Het geweld, zowel van de bewakers als van de gevangenen, is bruut en tegelijk volkomen vanzelfsprekend. De compositie van de beelden en de kleuren is zo uitzonderlijk, dat ze het documentaire ontstijgen. De film blijft gericht op de lichamen van de gevangenen, tot en met de laatste, gruwelijke aftakeling. De gebeurtenissen vinden vrijwel zonder woorden plaats, met uitzondering van een lang gesprek tussen Sands en een priester, over zijn motieven om in hongerstaking te gaan.

De film maakt niet duidelijk hoe we de actie van Sands moeten beoordelen: als verdwazing, of als een daad die respect verdient. „Voor mij is het geen politieke film”, aldus Steve McQueen, gisteren tijdens een gesprek met de pers. ,,Ik voel mee met de gevangenen, maar ik voel even goed mee met de bewakers. De basis van het verhaal is politiek. Maar wat mij vooral interesseert is hoe mensen overleven in een extreme situatie, welke routines en rituelen ze daarvoor gebruiken.”

Ook de nadruk op het lichaam, op het fysieke overleven, komt voort uit die extreme situatie. ,,De gevangenen hadden alleen hun lichaam nog als een middel om te protesteren, door hun urine en hun uitwerpselen te gebruiken en uiteindelijk door in hongerstaking te gaan. Jean-Luc Godard heeft een paar dagen nadat Bobby Sands overleed, gezegd: de reden dat mensen zoals hij belangrijk zijn, is dat ze kinderlijk zijn. Ik heb me lang afgevraagd wat hij daarmee bedoelde. Toen zag ik een beeld voor me van een kind, dat weigert zijn bord leeg te eten. Dat is het enige machtsmiddel dat een kind tegenover zijn ouders heeft.”

Het geweld in de film is soms moeilijk aan te zien, vooral omdat zowel bruut als alledaags is. ,,Het geweld is geformaliseerd, gestructureerd. Maar het is ook een ritueel. Een schilder als Goya heeft de meest gruwelijke beelden geschilderd, maar om te zorgen dat een publiek zich er ook mee zou verstaan, moeten die beelden op een bepaalde manier ook aantrekkelijk zijn. Dat is waar ik met deze film naar op zoek was.”

McQueen maakte voor Hunger videokunst die tot de beeldende kunst werd gerekend. In 1999 werd zijn werk bekroond met de belangrijke Britse Turner Prize. Zelf maakt hij geen onderscheid tussen zijn werk als kunstenaar en als filmmaker. ,,Ik zie mezelf gewoon als iemand die dingen maakt. Ik wil niet naar mezelf kijken als een kunstenaar. Om die reden heb ik ook geen atelier. Voor mij is hetzelfde om naar de koelkast te lopen om de yoghurt te pakken, als om een tekening te maken op een stuk papier.”

Toch ziet hij duidelijke verschillen tussen film en beeldende kunst: ,,Kunst gaat altijd om het scheppen van een vorm. Maar bij film, als een verhalend medium, is de structuur al gegeven. Dan gaat het om het ondermijnen van de vorm. Kunst is veel moeilijker, dat is bijna als het scheppen van een nieuwe taal. Film maken is een van de meest gemakkelijke dingen die ik heb gedaan. Er is iemand om je een kop thee te geven, en om het kopje op te ruimen als het leeg is. En je hebt altijd allerlei professionals om je heen om je te helpen. Wat valt er te klagen?”