Helden in harnas

Het New Yorkse Metropolitan Museum toont superhelden uit de film en de mode. Giorgio Armani snapt niet wat hij er mee te maken heeft.

Iemand moet die superhelden toch bewaken. Bij de ingang van de, voor het New Yorkse Metropolitan Museum of Art ongebruikelijke expositie staat dus het levensgrote marmeren standbeeld „van een gewonde strijder” (naam onbekend, 138-181 na Christus). En bij de uitgang jachtgodin Diana, „die wel wat weg heeft van Wonder Woman”.

Dat zegt de directeur van het vermaarde museum. Hij, Philippe de Montebello, ziet wel overeenkomsten tussen de ruim twee miljoen kunstwerken in zijn museum en de vorige week geopende expositie van zestig modeontwerpen en filmkostuums. „Het museum staat vol met de grootste mythische superhelden uit alle tijden, die op hun beurt de huidige superhelden hebben geïnspireerd”.

Superheroes: Fashion and Fantasy heet de tentoonstelling. De helft van de geëxposeerde kostuums komt van ontwerpers als Giorgio Armani, John Galliano en Pierre Cardin, de andere helft is in films gedragen. Christopher Reeve’s Supermanpak staat in een hoek, Tobey Maguire’s Spidermankostuum hangt aan een muur, Christian Bale’s vermomming als Batman: The Dark Knight zoals het in de film (in juli in de bioscoop) te zien zal zijn.

De boodschap is duidelijk: superhelden neem je serieus. Natuurlijk, onderschrijven ook de samenstellers van de expositie, deze mensen worden afgedaan als frivool en oppervlakkig. Maar juist door hun schijnbare trivialiteit kunnen ze kwesties als onze dromen en diepste verlangens bespreekbaar maken. Of in elk geval verbeelden in een stripboek.

Het museum volgt het sjabloon van een Serieuze Expositie door de ontwikkeling van de superheld in een op de muur geplakte tekst te categoriseren: Het Gouden tijdperk (1938-1956), Zilveren (daarna), Bronzen (nog iets later) en het IJzeren (van 1980 tot nu). Hoe tot deze periodisering gekomen is – laat staan waarin de periodes verschillen – moet de bezoeker zelf maar ontdekken. Nadere informatie ontbreekt.

De laatste periode is het eenvoudigst te situeren in het New York van vandaag, dat vol hangt met posters van de succesvolle Iron Man-film. Het pak van de superheld, in de film gedragen door Robert Downey Jr., wordt ook tentoongesteld. Het blijkt niet echt van ijzer, maar van glasvezel, neopreen en nylon. Ernaast een dameskostuum, ontworpen voor op de catwalk. Het is van Fransman Thierry Mugler. De vrouw is bedekt met plaatstaal, behalve de buik en de borsten (al geven twee metalen ringetjes aan waar de tepels horen). De twee zijn eigenlijk superhelden zonder zelfvertrouwen, legt curator Andrew Bolton uit. „Deze helden zijn overdag echte mensen met een paranoïde inslag.” New Yorkers, zeg maar. „Bij wijze van bescherming hebben ze een harnas nodig.”

Naast het vermogen tot vliegen staat in de functieomschrijving van superhelden ook dat ze aantrekkelijk moeten zijn – of, zoals het museum het zelf omschrijft, „zo dicht bij lichamelijke perfectie als je je maar kunt voorstellen”. In de wereld van de mensen die rijdende treinen met hun blote handen kunnen tegenhouden, met spinnenwebben boeven kunnen vangen, recht tegen de muur kunnen oplopen of gewoon erg goed zijn in alles, komt dat neer op een afgetrainde buik met wasbordje voor de man en geprononceerde borsten voor de vrouw.

Dat is slechts één van de wanverhoudingen tussen de filmkostuums en de geëxposeerde haute couture: het ideaalbeeld van de mens verschilt. In plaats van de modellen en hun lange fragiele lijven zijn de superhelden stevig, gespierd en van alle mogelijke rondingen voorzien. Dat geldt met name voor de kruispartij van de man, die, in Speedo’s gestoken, fors uitvalt. Verrassend element: ook de ontwerpen van zwembroekenbedrijf Speedo worden tentoongesteld: de curator vond hun snelzwempakken goed aansluiten bij de menselijke pogingen bovenmenselijke prestaties te leveren.

Voorafgaand aan de galaopening met gastheer George Clooney gaf ontwerper Giorgio Armani toe dat hij „verbaasd” was dat zijn kleding op de tentoonstelling terugkomt. „Dat is meer voor elke dag, gedragen door wie dan ook”. Maar Armani is hoofdsponsor van de tentoonstelling, en kon dus niet ontbreken. In het Italiaans, gebronsd en met zijn wenkbrauwen bijkans even wit als zijn openstaande overhemd zegt hij dat de „curatoren vast heel hard hebben gewerkt om iets uit mijn collecties te vinden dat hier tussen past. Ik wilde helpen, maar kreeg te horen dat ik er buiten moest blijven. ‘Houd je kop jij, Armani’”. Dus bedankte hij maar „iedereen, inclusief de tekenaars van superhelden in de jaren dertig”.

Van dichtbij blijken ontwerpers dus ook maar gebrekkig sprekende mensen en wordt duidelijk dat superhelden zich zo nu en dan in veren, nepstaal en slecht ventilerend rubberlatex kleden. En Speedo’s dragen.

Superheroes: fashion and fantasy. The Metropolitan Museum of Art, New York. T/m 1 sept. metmuseum.org