Gratis reizen

De OV-jaarkaart werd in 1991 ingevoerd. De openbaarvervoerbedrijven worstelden indertijd met een fikse onderbezetting, dus waren die nieuwe klanten hun een vriendelijke prijs waard. De korting op de studiefinanciering bracht dan ook meer op dan toenmalig minister Ritzen kwijt was aan de OV-kaart. Dat maakte de invoering ervan tot een slimme bezuinigingsoperatie.

De OV-kaart maakt deel uit van de studiefinanciering. Studenten komen er voor in aanmerking vanaf de leeftijd van 18 jaar als de kinderbijslag plaats maakt voor de studiefinanciering. De JOB, de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs, is een actie gestart voor de invoering van de OV-jaarkaart voor alle mbo-leerlingen, dus ook voor die van 16 en 17 jaar.

Maar wat maakt de situatie van die mbo’ers zo anders dan die van hun leeftijdgenoten uit de bovenbouw havo of vwo? Evenals die leerlingen vinden zij hun opleiding in de regel dicht bij huis. Waarom zou je de mbo’ers dan een OV-jaarkaart geven? Laat ze fietsen. Dat is goedkoper en nog gezonder ook.

Bovendien zijn veel mbo-scholieren uiteindelijk niet gebaat bij zo’n kaart. Velen maken hun opleiding niet af. Omdat ze niet willen, niet kunnen of omdat ze in de loop van hun stage een dienstverband aangeboden krijgen. Voor de OV-jaarkaart geldt de voorwaarde dat wie zijn studie niet afmaakt de kosten ervan moet terugbetalen. Voor al die scholieren die weinig gebruik maken van het openbaar vervoer en hun opleiding voortijdig beëindigen zal zo’n kaart dus achteraf een dure vergissing blijken te zijn.

Toch ziet de JOB klaarblijkelijk redenen waarom mbo-scholieren van 16 en 17 jaar al behoefte hebben aan gratis vervoer. En niet alleen de JOB. In het verleden hebben ook Kamerleden daarop aangedrongen. De website van de Socialistische Partij, de SP, geeft hiervoor de verklaring. Hoewel het gros van de mbo-scholieren dicht bij huis naar school gaat, zijn er ook uitzonderingen. Sommige mbo-opleidingen zijn namelijk erg specifiek en daardoor dun gezaaid. Op de website van de SP melden ouders dat ze soms duizenden euro’s per jaar kwijt zijn aan de reiskosten van hun kinderen. Het gaat daarbij uiteraard om zeer gemotiveerde leerlingen, want niemand zit voor zijn plezier wekelijks uren in bus of trein. En geen ouder betaalt onnodig grote bedragen aan reiskosten.

Ik vind het wonderlijk dat het ministerie nooit de moeite heeft genomen om voor deze categorie leerlingen een oplossing te bedenken. Ik kan dat moeilijk anders verklaren dan uit een gebrek aan belangstelling bij politici voor het mbo-veld. Daar heeft dat soort mensen in de regel zijn kinderen niet. Zou het gaan om een vergelijkbaar probleem bij universitaire studenten dan was dat al lang opgelost.

Overigens vind ik het wonderlijk dat de oplossing voor dit probleem wordt gezocht in de invoering van de OV-jaarkaart voor alle mbo-scholieren. Het gaat immers om uitzonderingen, en niet alleen om leerlingen uit het mbo. Voor sommige scholieren uit het voortgezet onderwijs geldt hetzelfde. Wat ligt dan meer voor de hand dan een op die specifieke gevallen toegespitste regeling in te voeren? Bijvoorbeeld dat alle scholieren die onderwijs volgen in een gemeente die meer dan vijftien kilometer verwijderd is van hun woonplaats recht hebben op een gratis trajectkaart.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft in de Tweede Kamer gezegd dat zij het pleidooi van de JOB sympathiek vindt, maar dat ze er nu geen geld voor heeft. ‘Sympathiek’, wat een misselijke dooddoener. Zo’n reactie op een alleszins redelijk verzoek, daar kun je als Tweede Kamer toch geen genoegen mee nemen.

Leo Prick

lgm.prick@worldonline.nl