Gesproken hebben we nog geen woord

Schrijver Arnon Grunberg is op weg naar de Iraakse hoofdstad Bagdad. Deel twee van een serie.

Nog altijd ben ik op een militaire basis die ik niet met naam mag noemen in een land dat evenmin met naam mag worden genoemd.

Ruim van tevoren had het Amerikaanse leger mij laten weten dat in de groene zone in Bagdad ‘the waiting game zou’ zou beginnen. Het wachten tot ik me zou kunnen aansluiten bij de negende mountain division.

Ten eerste blijkt die negende mountain disivion niet te bestaan, het gaat om de tiende mountain division. Verder is ‘the waiting game’ allang begonnen, hier op deze plek, waar het overdag vijfenveertig graden in de schaduw is.

Op het herentoilet wordt de gebruiker opgeroepen de kleur van zijn urine te vergelijken met een kleurenschema op een poster. Hoe donkerder de urine, hoe meer gevaar men loopt.

In mijn tent liggen ongeveer vijftien mannen te wachten. De meeste mannen komen ook overdag de tent niet uit.

Ze slapen, ze lezen of ze doen iets met hun laptop.

Gesproken hebben we nog geen woord. Hier wordt zwijgend gewacht.

Op aanraden van een oorlogscorrespondent had ik pruimtabak in grote hoeveelheden aangeschaft om uit de delen aan de jongens van de mountain division. Ik ben de pruimtabak vergeten in mijn koffier die in Venetië achter is gebleven. Als ik levend terugkom zal ik zelf tabak gaan pruimen.

Van andere pers is hier niets te bekennen. Wie wil nu nog naar Irak?

De heren die mij gisteren ophaalden in de Starbucks zijn ook al spoorloos verdwenen.

Het Nederlandse leger houdt van babysitten als het om journalisten gaat. Hier gaat het anders: je wordt binnengelaten , daarna zoek je het maar uit.

Tijdens de lunch zat ik naast een zwarte militair. Ik at twee kiwi’s en hij een portie broccoli.

Aangezien er geen voorzieningen voor de pers zijn en ik niet de hele dag in het internetcafé wilde blijven, ben ik maar aan een bureau gaan zitten waar niemand zat.

Ik schoof een andere computer opzij en heb mijn laptop geïnstalleerd.

Wederom werd mij geen vraag gesteld.

Schuin tegenover mij zit een gezette officier. Hij kijkt af en toe mijn richting uit maar lijkt allerminst verbaasd te zijn dat ik aan dit bureau plaats heb genomen.

Als ik niets doe zal ik hier in 2014 nog zitten, en als McCain gelijk heeft zal de oorlog dan eindelijk gewonnen zijn.

Het hoort allemaal bij de mysterieuze ‘waiting game’ waarvan de spelregels maar langzaam tot me beginnen door te dringen.